HONDerduit wordt in 2012 geschreven door vijf vaste columnisten: Lonneke, Nicole, Inge/Martijn en Debbie.

18 mei 2012
Jodokus > Over hoe ik hem vond…

Zes dagen per week gaat hier om 3 uur 's nachts de wekker. Soms valt het niet mee om er zo vroeg uit te moeten, maar als je eenmaal aangekleed bent en in de auto stapt doe je gewoon wat je móet doen. Zo vroeg in de ochtend aan het werk zijn heeft ook zijn voordelen, het is dan nog heerlijk rustig op de weg en wat ik ook altijd erg leuk vind is dat je de vogeltjes hoort fluiten en de zon langzaam op ziet komen. In de schemer zijn ook allerlei dieren aktief. Zo heb ik al vele vossen, spechten, egeltjes, ratten, muizen, kikkers, padden, katten, roofvogels, diverse watervogels en noem het maar op gespot en bekeken. Ik kan altijd enorm genieten van bijzondere gewone dingen.
Tijdens mijn rit kijk ik ook heel goed uit, want ik ben veel te bang dat ik een dier per ongeluk dood zou rijden. Egels of padden die op de weg zitten zet ik aan de kant en een moedereend met pijltjes dirigeer ik weer richting de sloot. Maar ook een doodgereden kat of vos leg ik in de berm, omdat ik het smerig vind als er door andere auto's overheen gereden wordt. Vaak ben ik wel een kwartier langer bezig dan noodzakelijk, puur omdat ik me bekommer om alle beesten die ik tegenkom.

Zo ook op 4 mei j.l.
Eerst was ik er voorbij gereden, maar op het moment dat ik passeerde vroeg ik me al af wat ik nou had zien liggen op straat. Auto in zijn achteruit, uitgestapt en voorzichtig in de richting van het voorwerp gelopen. Het was nog donker buiten en het lag ook nog eens in een onbeschenen stuk tussen twee lantaarnpalen in, dus ik kon het maar moeilijk zien. Het enige wat ik zag was een klein eendje, spartelend in een donkere plas. Bloed ? Was het aangereden en lag het nog te stuiptrekken ? Met de punt van mijn schoen gaf ik het een klein zetje zodat het omrolde en bukte om het beter te bekijken. Het was nog heel. Het was geen bloed, het eendje was kletsnat van water. Ik pakte het op en stak het meteen onder mijn jas, want het beestje was ijskoud. Een beetje hulpeloos keek ik om me heen. Wat nu ? Ik begon maar langs de sloten te lopen die daar aan weerskanten van de weg liggen. Ondertussen piepte het eendje er compleet hysterisch op los. Ik keek en zocht tegen beter weten in (ik kom daar elke dag en ik had op dat stuk nog niet eerder iets van eenden of een nest gezien). Zoals verwacht was er nergens een spoor van een eventuele moedereend of broertjes of zusjes.
In de auto zag ik dat het hummeltje striemen in zijn nekje had en in combinatie met het feit dat ie drijfnat was wist ik vrijwel zeker dat het hier een ontvoeringsslachtoffer van een meeuw of reiger betrof die in hem wel een lekker hapje zag, maar hem - in de haast of door het gespartel van dit bikkeltje - had laten vallen. Ik stopte hem in een afgeritste mouw van mijn jas en legde hem op de passagiersstoel. Terwijl ik mijn werk afmaakte, hoorde ik hem steeds zachtjes piepen ten teken dat hij nog leefde en dat stelde me gerust.

Thuisgekomen liet ik het kuiken aan mijn kinderen zien en dochterlief, die vrijwilligerswerk op de vogelopvang heeft gedaan, hielp me met het verzamelen van spulletjes die ik nodig had om het diertje veilig te stellen en te verzorgen. Een grote kist, een warme doek, een bakje water en een bakje broodslobber om te beginnen. Manlief had ik ook al gebeld en verteld van de verstekeling. Binnen een paar uur stond hij in de kamer met een warmtelamp en een zakje opfokvoer (dat was ie speciaal wezen kopen).

De grote open kist bleek niet zo'n succes, want Stroebel vond het eendje zó leuk dat hij er steeds bij wilde kruipen. Ik haalde daarom maar de oude bench van Moos van zolder en deed het kuiken daarin. Warmtelamp erboven en het speciale voer in een bakje. Jodokus (zo hadden we hem inmiddels maar voor het gemak genoemd) wist er wel raad mee. Zo klein als ie was, kon ie al goed bunkeren.
Die kleine krielkip had mij ook vrijwel meteen als zijn nieuwe moeder geadopteerd, dus zodra ik uit zijn gezichtsveld was begon hij direkt heel klaaglijk te piepen. Ik kon geen stap verzetten en deed geen klap in huis. Van een grote sjaal fabriceerde ik iets van een draagdoek en sjouwde Jodokus zo uren met me mee. En als ik hem toch even in de bench zette, dan lag Stroebel bij hem te waken. Geen enkele andere hond kon bij hem in de buurt komen. Stroebel wilde het eendje ook echt verzorgen. Hij likte zijn koppie, pootjes en kontje en Jodokus mocht ook bij hem liggen. Zo schattig.

Inmiddels zijn we precies twee weken verder. We zien Jodokus letterlijk met de dag groeien. We weten nu ook dat het geen eendje maar hoogstwaarschijnlijk een (Canadees?) gansje is. Elke dag maak ik fotoos en schrijf ik wat bijzonderheden op en we leren en geven hem/haar alles wat een kuiken nodig heeft.
Hij hoort ook al helemaal bij ons gezin. Dokus zelf indentificeert zich niet meer met watervogels, maar met mensen en honden. Het zou me ook niks verbazen als hij binnenkort gaat blaffen in plaats van gakken, want hij doet alles wat zijn grote vriend Stroebel doet.

Wordt vervolgd …

Nicole

 

11 mei 2012
Samen op step…

De eerste keer dat ik er, na mijn kindertijd, mee in aanraking kwam, was bij de GreyhoundFriends reünie van vorig jaar. Waar ik het over heb? Over steppen…en dan steppen op een sportstep met een groot wiel aan de voorkant en dan vooral steppen samen met je hond(en).
Helaas was ikzelf vorig jaar tijdens de workshop bij de reünie niet step-fit: ik hobbelde wat aan met een pas geopereerde voet en paste amper in een schoen, laat staan dat ik daarmee kon steppen. Toch was ik gefascineerd…het leek me geweldig om te doen en dat je er zelf wat fitter van zou worden, was natuurlijk helemaal een mooie bijkomstigheid.
Tijdens de workshop heeft Paco nog wel een rondje meegelopen met iemand anders en dat ging prima, hij hobbelde wel mee en was niet echt onder de indruk. Sol was helaas een ander verhaal: toen een enthousiaste vrijwilligster hem mee wilde nemen op een rondje steppen, werden zijn ogen zo groot als schoteltjes bij het aanzicht van Die Enge Step en ging meneer vol in de remmen. Niets voor hem, zo'n eng ding!
Omdat de voet goed, maar langzaam genas is er heel vorig jaar van alle step-ideeën niet veel meer gekomen, maar tegen het voorjaar begon het toch weer te kriebelen. Het internet werd afgestruind naar een stoere step-met-groot-voorwiel, maar jeetje, wat waren die dingen nog duur! Als ik nu zeker wist dat het iets voor mij was, dan had ik het geld er wel voor over, maar met enige schaamte dacht ik terug aan het cross-walker fitness-apparaat wat nu heel handig als kapstok dienst doet in de slaapkamer en de elektrische fiets die stof staat te verzamelen in de schuur… Gelukkig bood Marktplaats uitkomst en voor een héél schappelijk prijsje werd een goede step aangeschaft, die wel een beetje stoffig was en waarvan ik vermoedde dat ie hetzelfde lot had ondergaan als mijn fitnessapparaat…
Goed, stap één was een succes, maar nu stap twee…de honden step-klaar zien te maken! Na wat speurwerk las ik dat het het beste zou zijn om je hond(en) tijdens het lopen naast de step met een tuigje te laten lopen, zodat plotselinge rukken aan de riem goed werden opgevangen. Dus hoppa… weer een paar dagen later lagen er twee superstoere tuigjes klaar voor de heren…één met het opschrift "Police" voor Paco en Sol kreeg de eer om "Bodyguard" te zijn. Vervolgens moesten ook mijn voeten (of beter gezegd: mijn rechtervoet) voorzien worden van een goed gezoolde schoen, want nog steeds is die voet wat opstandig als het op bepaalde bewegingen aankomt.
Met een oververmoeide pinpas en een bijna-lege bankrekening kon eindelijk mijn stepavontuur beginnen… Bijna dus, want ik was wel zo verstandig om eerst eens de tuigjes uit te proberen bij de jongens. Zonder problemen werden ze aangetrokken, er werd in gespeeld en mee gekroeld en alles leek goed te gaan totdat…er mee naar buiten werd gegaan! Paco liep erin rond alsof ie er al jááááren mee rondliep, maar Sol weigerde opeens allerlei gewone dingen zoals de trap bij de dijk oplopen, hardlopen en als klap op de vuurpijl: ermee plassen… Dan denk je nog: "De aanhouder wint", maar dan heb je de blaas van Sol niet meegerekend. Geen druppeltje werd gelost zolang het tuigje om zat en tuigje ging los en hoppa…daar klaterde een vrolijke en vooral opluchtende straal naar beneden. Een week later was het niet veel beter, ondanks dat ik zeker wist dat het tuigje goed zat… Het was gewoon niets voor Sol. Nou ja, dan maar niet, dan zou ik eerst wel even gaan kijken hoe het met Paco alleen zou gaan, wat ik wilde zo onderhand wel héél graag steppen!
De volgende avond werd de step gepakt, mijn praktische heupgordel met elastiek-achtige-riem werd omgegord, Paco werd ingetuigd en aangelijnd en hop, daar gingen we…lopend, met de step aan de hand. Niet echt de meest flitsende start, maar er stond nu eenmaal dat je de hond moest laten wennen aan de step enzovoort… Bij het einde van de straat keek Paco een beetje vragend naar me op, alsof hij wilde zeggen: "Ehhh…Gaan we nog iets doen of niet?" Ik besloot het er maar op te wagen, alle opvoedkundige principes ten spijt en hop…daar gingen we! Eerst heel zachtjes, maar bij het eerste bochtje maakten we al wat meer vaart. Dit ging makkelijk zeg, jeetje! Paco liep uiterst content met een sukkeldrafje naast me en ik voelde me trots en supersportief…tot het volgende bochtje! Plots kwam ik amper meer vooruit en Paco keek vragend om: "Waar blijf je nou vrouwtje?" Wat bleek: nooit gemerkt, maar de straat loopt daar maar een ietsiepietsie op en dat voelde je gelijk, zeker nadat ik het eerste stukje dus omlaag bleek te zijn gegaan. Eenmaal op een écht vlak stuk ging het prima, maar wat was het vermoeiend! 3x steppen links, wisselen van been, 3x steppen rechts…pff! Paco toonde nog geen spoortje van vermoeidheid en stiekem hoopte ik dat hij iets vóór me zou gaan lopen, dan kon hij me wat voorttrekken, zoals ik ook had gezien in filmpjes op het internet. Helaas bleek Paco iets té goed te zijn opgevoed (nooit gedacht dat ik dit zinnetje nog eens zou gebruiken!!), want hij stopte keurig zodra hij voelde dat er spanning op de lijn kwam en draafde keurig naast me. Misschien de volgende keer een opwind-konijntje voor hem uit laten lopen…
Moe maar zeer voldaan kwamen we thuis, waar Paco direct zijn mand indook en ik een verlangende blik van Sol kreeg…die wilde óók wel mee! Morgen jongen…
De volgende dag zowaar geen spierpijn en ditmaal was Sol aan de beurt, zónder tuigje en met veel minder verwachtingen. Ik was al blij als hij rechts van me kon wandelen naast de step, want Sol is gewend om links van me te lopen en iedere afwijking van de normale gang van zaken is iets wat zéér argwanend wordt ontvangen, zeker als grote broer Paco niet in de buurt is om hem met zijn nonchalante manier van doen gerust te stellen.
Bij het zien van de step keek Sol al bedenkelijk, maar ach, ik was erbij en dan zou het wel goed zijn. Iets anders was het toen hij het commando kreeg om rechts van me te lopen en dan ook nog naast die enge step! Maar na een paar meter ontdooide hij al en na een snelle plas aan het einde van de straat liep hij naast de step alsof hij nooit anders had gedaan! Dus ook nu maar gewoon op dat ding gaan staan en steppen maar! Sol begreep de bedoeling gelijk en sjokte vrolijk mee. Zijn tempo in draf lag iets hoger dan dat van Paco, dus ik stepte me suf, maar Sol groeide van trots naast me. Na een korte tussenstop draaiden we om en ook nu kwamen we moe maar voldaan thuis.
Een paar dagen later was het zover…de beide mannen mochten samen mee, op hoop van zegen… Want twee riemen is twee keer zoveel kans op verstrik- en struikelpartijen en ik zag me al de Oosterschelde invliegen met step en al, voortgetrokken door twee op hol geslagen honden die twee verschillende kanten op wilden…

Maar ook nu verbaasden de mannen me weer: zonder enig probleem liepen ze keurig naast me terwijl ik in precies het goede tempo kon steppen en ze allebei in een drentelgangetje naast me liepen, de tongen al snel tevreden uit hun bek en met hun blik op oneindig, af en toe opkijkend naar me of alles goed ging. Wat voelde ik me trots! En moe… Na een korte rustpauze gingen we terug en ik liet Sol als proef eens los lopen. Hij leek dit nog leuker te vinden en liep iets voor me. Hij kwam er al snel achter dat even stilstaan om te snuffelen wel kan, maar dat hij daarna verdories hard moest rennen om me weer in te halen, wat hij ook keurig deed. Hij vertraagde zijn pas toen hij naast me was en ik zweer je dat hij grijnzend naar me opkeek! Paco liet dit ook niet op zich zitten en liep een tikje vooruit, zodat hij net een beetje trok en dit "werk" beviel hem wel. Met zijn staart in een driedubbele krul paradeerde hij schuin voor me als een paard voor de gouden koets!
Na een kwartier kwamen we thuis aan, alle drie lekker moe maar zeer voldaan! Zeker voor herhaling vatbaar en iedere keer een beetje langer!
Missie geslaagd: ik blij, honden blij én een aankoop die nuttig wordt gebruikt! Zo kan het dus ook…

Lonneke

 

4 mei 2012
Ziek hondje!


Mijn vorige column ging over die vervelende en plotselinge longontsteking, eindigend met het positieve nieuws dat hij er al bijna doorheen was. Omar had zijn tiendaagse antibioticakuur afgemaakt en werd weer de vrolijke knul die hij is. Mooi, dachten we allemaal, dat was schrikken, maar nu is het klaar. Totdat hij enkele dagen later weer ontzettend achteruit ging. Stonden we weer bij de weekendarts, dit keer een andere natuurlijk, want die diensten worden afgewisseld. Helaas had onze vorige kliniek dienst en ik huiverde al voor een bezoekje aan die stomvervelende en akelige dierenarts. Gelukkig werd de deur opengedaan door een jonge, vrouwelijke dierenarts, duidelijk net afgestudeerd en in opleiding, maar ontzettend vriendelijk en adequaat.

Ze luisterde naar Omar, hoorde een lading vocht rondborrelen in zijn longen. Na het vertellen van zijn voorgeschiedenis, kregen we een andere antibiotica mee. Dit keer Doxoral, een specifiekere antibiotica voor luchtwegen. Omar kreeg ook nog een stoot prednison om het hem wat prettiger te maken. 's Middags werd hij ontzettend benauwd, dus zijn we met een hijgende Omar weer terug gegaan. Daar kreeg hij weer een prik, dit keer een vochtafdrijver, alweer bedoeld om het hem wat makkelijker te maken. Achteraf hebben we te horen gekregen dat een hond van een pred.prik (prednison prik, niet te verwarren met pretprik) juist kan gaan hijgen, maar als je benauwde hond juist dat gaat doen, ben je niet zo heel erg blij en optimistisch.

De volgende ochtend gingen we terug naar deze weekendarts. Het was maandag, maar ook Pasen, dus we zaten officieel nog in het weekend. Dit bezoek was een vooraf geplande controleafspraak, omdat hij het toch best zwaar had gehad. Omar heeft het moeilijk, maar hij lijkt iets minder vochtig te klinken in zijn longen. Hij krijgt plaspillen mee, om weer meer vocht kwijt te kunnen. Van deze pillen plaste hij niet zo ongelooflijk veel als van de injectie van de vorige dag. Daar heeft hij echt twee uur lang bijna onafgebroken van staan gieten. Maandagnacht zijn we terug gegaan met weer een enorm benauwde hond. De dierenarts was nog in de kliniek aanwezig, toevallig met een andere hond die aan longontsteking leed. Die hond zat met zijn baasje in de opnamekamer en hij had het nog veel zwaarder dan Omar. Omar krijgt een Metacaminjectie, alweer een poging om hem wat meer gemak te geven.

Dinsdagochtend gaan we naar onze eigen dierenarts. Er stond al een afspraak om een controlefoto van zijn longen te maken op de woensdag, maar we maken maar direct foto's. De dierenarts roept ons om de foto's te laten zien en ik schrik me helemaal de blubber. Veel erger dan de eerste foto's! Ze weet me snel te sussen met het bericht dat dit de eerste foto's zijn en dat ze me het verschil wilde tonen. De nieuwe foto laat wel verbetering zien, maar geen volledige genezing. Omar heeft ondanks die verbetering wel ontzettend veel last. Hij krijgt een prednisonprik die drie dagen zal duren. We nemen bloed af voor een hartwormtest en we brengen een drol van hem langs voor een longwormtest. We mogen hem Bisolvon gaan geven om hem te helpen het slijm uit zijn longen op te hoesten. 's Middags horen we al dat het geen hartworm is, gelukkig.

Woensdag gaat Omar ontzettend hoesten en rochelen. Waarschijnlijk door de Bisolvon. Een hulp, maar even een dikke ellende. Wat wordt hij er moe van! 48 uur lang hoest hij zich helemaal suf, maar na een tijdje lijkt hij toch dieper te kunnen ademen. We blijven hem de Bisolvon geven, alhoewel ik wel twijfel, omdat hij zo ontzettend moet hoesten. Maar het moet eruit, die troep.



Vrijdag gaan we op controle, de drie dagen prednison injectie is nu uitgewerkt en hij krijgt een nieuwe, die ook weer langdurig werkt. We krijgen prednisontabletten mee voor daarna en om langzaam af te kunnen bouwen. We horen nu ook dat de longwormtest ook negatief is. Zijn antibioticadosering krikken we iets omhoog, omdat Omar een beetje is aangekomen en wat krap in zijn dosering zat. Ook wordt de kuur verlengd. We gaan weer met ons zieke langneusje naar huis, allemaal sip en vol zorgen.

De dinsdag erop gaan we weer terug voor nogmaals een controlefoto. Omars ademhaling was beter, dus ik verwachtte vooruitgang. Ik zie de foto laden en weer schrik ik, want ik zie allemaal witte dingen en puntjes. De dierenarts is juist erg opgewekt, want die ziet longen zoals longen eruit horen te zien. De dingen die ik zie, horen daadwerkelijk in een hondenlichaam thuis. En daar was de anti-climax. Hops, goed hoor, hij is schoon. Hmm, enigszins verdwaasd verlaat ik met Omar de röntgenkamer, naar een wachtende Martijn + Japie. Die is er ook een beetje beduusd van dat we er nu ineens schijnbaar doorheen zijn. Omar doet nog helemaal niet gezond aan, maar hij staat dan ook nog steeds op een fikse dosis antibiotica en dat is gewoon rotspul. De antibiotica moet nog tot en met de volgende zondag, pas daarna verwachtte ik weer een terugkeer van die vrolijke knaap te zien.



Het komende weekend was echter ook Elf Fantasy Fair-tijd. Martijn moet optreden en ik moet fotograaf spelen. Japie en Omar zouden meegaan, samen in de hotelkamer en samen het terrein op. Ik zie dat niet zitten voor onze vermoeide kerel en vraag aan Inge of zij het ziet zitten een weekend Omar te logeren te hebben. Die vond het buitengewoon vreselijk (haha), maar zegde toch toe. Zijn laatste antibioticapillen moest hij in dat weekend krijgen.

Na een ontzettend zwaar en vermoeiend weekend, halen we Omar weer op. Hij ziet eruit alsof hij al jaren met deze andere langneuzen op de bank zit. Hij gaat knuffels halen bij iedereen in huis. Wat een makkelijker kanjer is het toch ook. Ik kan niet wachten om hem weer mee te nemen naar huis en die stomme troep uit zijn lichaam te zien verdwijnen.

Het is nu bijna een week na zijn medicijnen, hij zit nog op een hele lage afbouwdosis prednison (je kunt niet zomaar ineens met prednison stoppen). Het viel me tegen hoe hij herstelde, het ging langzaam. De eerste dagen bleef hij wat suffig. Gelukkig wordt hij nu weer lekker gek en springerig. Ik heb het eindelijk afgeleerd elke seconde naar zijn ademhaling te kijken, ook een stuk rustiger voor ons beiden.

Dus opnieuw een hernieuwde start met onze eigen hond. Straks is hij van de prednison, kan hij fatsoenlijk gevaccineerd worden, kan hij weer mee naar het asiel en naar een paar leuke zomergroepswandelingen, waar ik ook mensen van Greyhound Friends tegen hoop te komen. Hèhè, klaar zijn we ermee. Wat een rampzalige vier weken zijn dit geweest.

Nu kunnen we eindelijk wennen aan een eigen galgo en het einde van het opvangen. Alhoewel ik op de een of andere manier ontzettend uitkijk naar een volgende. Dat zou Omar best leuk vinden ...
Debbie

 

Helaas stopt Mieke met haar 4-wekelijkse column. Hieronder kunt u haar laatste bijdrage lezen. Heel erg bedankt Mieke,
voor je lieve, leuke, herkenbare en ontroerende verhalen!


27 april 2012
THUIS

Ze zat stil en in elkaar gedoken in een hoekje van het donkere hok. De deur was met een harde klap dichtgegooid en ze durfde nauwelijks om zich heen te kijken om te zien waar ze was. Niet meer thuis. Voor zover er ooit sprake was geweest van een thuis. Ze was niet teruggebracht naar het hok waar ze eerder vandaag uitgehaald was. Dát was het. Dit was een vreemde plek, eenzelfde vieze plek als haar hok, dat wel, maar het rook hier anders. Veel was hetzelfde: de viezigheid, de stank en ze was ook hier niet alleen. Het hok werd bevolkt door grote, kleine, oude en jonge, zieke en gewonde dieren. Er werd gejammerd, geblaft, gekermd en gehuild.
Geen van hen wist wat er aan de hand was, niemand wist waarom en hoe lang. Zij ook niet. Dat was niet nieuw, ze had haar hele leven nooit ergens iets van begrepen. Waarom haar moeder niet meer terugkwam, haar zussen waren meegenomen, waarna ze hen nooit meer had gezien. Waarom ze altijd alles verkeerd deed, altijd slaag kreeg, terwijl ze zo haar best deed om haar baas te plezieren. Waarom altijd honger, waarom dat donkere hok? Af en toe zag ze de zon. Als ze pups had. Dan werd ze ook minder geslagen. Tot op een goeie dag haar kinderen werden meegenomen, dan moest zij weer terug naar haar hok.
Ach, ze klaagde nooit, want ze wist niet beter. Ze vond het alleen vreemd dat vandaag zíj werd meegenomen. Waarheen? Van het ritje had ze stilletjes genoten. De zonnestralen die door de kieren van het karretje schenen, hadden haar samen met de frisse lucht helemaal blij gemaakt. Plotseling werd ze eruit gehaald en ergens binnengebracht. Haar baas had het touw van haar hals gehaald, draaide zich om en was verdwenen.
Twee vreemde handen bonden een touwtje met daaraan een genummerd kaartje om haar nek en ze werd in dit hok geduwd. Dat haar baas haar alleen had achtergelaten, drong toen pas tot haar door. Haar maag rammelde, ze was moe en had het koud. Het viel niet mee om een plekje te vinden om te rusten. Overal was geplast of gepoept. Bovendien was ze zo mager dat het pijn deed aan haar botten als ze ging liggen. Iets te eten krijgen, dat zou wel fijn zijn. Afwachten, meer zat er niet op.
Toen plotseling de deur openging, dacht ze dat er brood naar binnen zou worden gegooid. Dat was ze gewend. Dus zat ze klaar om een stuk op te vangen. Helaas, geen brood. Iemand schreeuwde, zodat ze allemaal op elkaar gepakt in een hoek gingen staan. Hij nam een paar honden mee en de deur ging weer dicht. Waar was ze terechtgekomen? Hoe lang was ze hier al? Hoeveel uren, dagen, weken? Ze wist het niet. Wel kende ze intussen de regels van het nieuwe hok. Af en toe kreeg ze een stuk brood en een beetje water. Dan werd ook de vloer schoongeveegd, daarna ging de deur weer dicht.
Regelmatig, maar altijd onverwacht, werden honden uit het hok gehaald, die nooit meer terugkwamen. Wat er met hen gebeurde, wist ze niet. Daarna werd het hok weer bijgevuld met nieuwelingen. Ze had zich aangepast en wist zich staande te houden. Een kwestie van uit de buurt van de deur blijven als de handen weer rond graaiden om een van hen te pakken. Tot dat op een dag niet meer lukte: de handen wilden haar pakken, alleen haar. Ze wilde zich verstoppen, wegrennen. Wanhopig probeerde ze te ontsnappen. Dat lukte niet. Ze had al een touw om haar nek en werd uit het hok getrokken. Bibberend van angst verstopte ze zich achter de man.
Hij overhandigde het touw aan een ander persoon. Ze plaste van ellende en verzette zich, maar kon niet anders dan volgen. Men tilde haar in een auto. Een hand streelde haar, ze kromp ineen. Ze hoorde praten op een andere manier dan ze tot nu toe had gehoord. Toen begon de auto te rijden. Na een poosje werd ze uit de auto gehaald, er werd een poort open gemaakt en ineens stond ze in… ja, in wat?
Zoiets had ze in haar hele leven nog nooit gezien! Vriendelijk kwispelend werd ze begroet. Er was een ruimte om te slapen en er was ruimte om in de zon te liggen. Er was eten en drinken voor iedereen. Er werd niet gejammerd of gehuild. Er werd gespeeld. En wat ze nooit eerder had geweten: handen zijn niet om te slaan, voeten niet om te schoppen. Het was hier allemaal zo anders. Ze moest erg wennen en besloot om de komende dagen alles eens rustig vanuit een veilig plekje te bekijken.
Zelfs na weken observeren, durfde ze nog steeds niet naar de uitgestoken handen te gaan, terwijl ze dat diep in haar hart wel heel graag wilde. Men moedigde haar aan, probeerde haar op allerlei manieren over te halen. Maar ze bleef wantrouwend. Dat ze zo schuchter en verlegen bleef, was jammer. Omdat ze dan veel langer in dit hok zou blijven, hoorde ze zeggen. Nou, zij vond het hier prima. Ze had het in haar hele leven nog niet zo fijn gehad. En als ze deze plek niet 'thuis' kon noemen, wat dan wel? Nee hoor, wat haar betrof bleef ze hier tot haar dood. Maar die wens kwam niet uit!
Het was nog heel vroeg in de ochtend toen ze weer in de auto geplaatst werd. Samen met nog een galga. Na een korte rit mochten ze uitstappen. Vervolgens kwamen ze in een felverlichte ruimte en na wat heen en weer gepraat werden ze in een reiskoffer gezet om daarna door een vreemde te worden meegenomen. Alhoewel ze zich rustig hield, voelde ze weer die angst opkomen. Paniek en ontreddering, waardoor haar hele lijf weer begon te bibberen.
Even later stonden ze samen op een donkere plek met oorverdovende herrie. Wanhopig probeerde ze zichzelf wijs te maken dat alles goed zou komen. Dat had men haar beloofd, verzekerd en uitgelegd: in een land waar een belangrijke bejaarde zijn heupen breekt tijdens het vermoorden van olifanten, in plaats van uit te glijden op het vloerkleedje in de gang zoals het hoort, in zo'n land is het niet veilig voor jou. Ook al vinden nog zoveel mensen in datzelfde land dat het anders moet.
Begrijpen deed ze het niet echt. Wat had ze misdaan? Waarom moest ze weg uit het land waar ze geboren was? Háár land! Ze begreep wel dat iemand die in staat is om olifanten en buffels te doden, zich zeker niet zou bekommeren om afgedankte jachthonden. Intussen bleef het donker en de herrie hield ook niet op. Oeps, ze werd in haar koffer op en neer geschud, het voelde alsof ze steil naar beneden vielen, wat zou er gaan gebeuren? Afwachten, meer zat er niet op.
Daar stond ze dan, naast de reiskoffer met een jasje aan en een bandje om haar hals. Wat men zei kon ze niet verstaan, maar het klonk geruststellend. Wéér werd ze in een auto gezet. Oh oh, als dit maar goed afloopt, dacht ze. Ze miste de zon en het land waar ze niet kon blijven en ze was moe en had het koud. De auto stopte en voorzichtig stapte ze uit. Ze bleef achter de vreemde mensen lopen, wilde hen niet uit het oog verliezen, want wat moest ze dan? Ze stopten, openden een deur en liepen met haar naar binnen. Hier wonen wij en jij ook, zeiden ze. Wauw, ze keek haar ogen uit. Dit had ze nog nooit gezien. Hoe hoort het hier, vroeg ze zich af, wat moet ik doen?
En nu is ze alweer een paar weken in het nieuwe land en weet ze al heel veel over hoe het hoort! Ze durft gewoon te eten, ook als iemand kijkt, dus niet alleen meer 's nachts. Elke dag gaat ze wandelen en rent dan met nieuwe vriendjes. Er lag een heel mooi kussen klaar toen ze kwam en nu na twee weken durft ze erop te gaan liggen. Nee, ze is niet een keer geslagen of geschopt, dat hoort hier niet. Thuis hoort het veilig te zijn.
En……ze heeft een naam gekregen! Ze is thuis!

Mieke

 

20 april 2012
Druk op de ketel

Ineens krijg ik het op m'n heupen. Een poosje terug leek het nog zo ver weg, maar nu is het ineens al over een goeie week zover. In januari was het nog een soort van ver-van-mijn-bed-show, vandaag besef ik dat 29 april wel heeeel erg snel dichterbij komt.

Verdikke, ik mag de productie wel gaan opschroeven. Sterker nog, de productie lag al ruim een maand volledig stil, dus ik moet zo op het laatste moment nog heel hard aan de slag. De geplande target ga ik sowieso al niet meer halen ben ik bang, maar ik doe nog even hard mijn best om er in ieder geval nog wat meer te maken. De kaarsjes, daar heb ik het over. Je weet wel, waarvan de opbrengst voor GF is (zie column van 24 februari 2012).
Ik was zo leuk begonnen, lekker rustig aan, geen stress, nog alle tijd. Ik kon echter niet bevroeden dat er tussendoor nog een onvoorziene, rare, onzekere, hectische, tijd- en energievretende periode aan zou komen. Ik deed de dingen die ik moest doen, maar aan een stukje ontspanning kwam ik nauwelijks toe. Ik had óf geen tijd óf ik was gewoonweg te moe. Zelfs rustig zittend een boek lezen mondde vaak uit in een situatie dat ik wakker schrok op het moment dat mijn boek op de grond viel. Behalve dat boek kwam er dus niks meer uit mijn handen.

Vaak is het zo dat als er ergens druk achter staat, je ineens meer energie lijkt te krijgen, maar tot vorige week wás die druk er helemaal niet. Pas sinds vorig weekend beseften wij (alle 'meisjes' van GFNL) dat we nog wel even wat laatste afspraken op papier moesten zetten. Natuurlijk ligt er al een hele tijd een draaiboek klaar en zijn de belangrijkste zaken allang geregeld, maar zo kort voor de grote dag moeten er nog wel wat puntjes op de i worden gezet. Een schema voor de hekkendienst en andere hulp, wie de lootjes voor de loterij eigenlijk gaat/gaan verkopen, dat soort kleinigheden.
Doordat we dus bezig waren met die laatste puntjes (en met het mijmeren en hopen op goed weer en een fantastische opkomst), kwam bij mij ook ineens het besef dat ik nog lang niet genoeg kaarsjes gemaakt had. Misschien is het een beetje hoogmoed, maar ik verwacht wel alles te verkopen natuurlijk, hahaha.
De druk is nu dus ineens wél heel hoog. De adrenaline giert af en toe door mijn lijf en dan wil ik vlug-vlug-vlug. Helaas is kaarsen gieten geen vlug-vlug-vlug-werk. Er gaat veel tijd zitten in de voorbereidingen voordat je eindelijk aan de slag kan en het duurt lang voordat het kaarsvet au-bain-marie gesmolten is en je daadwerkelijk kunt gaan gieten. Oh bah, wat heb ik daar dan een hekel aan. Je wil op korte termijn nog heel veel, maar je weet van tevoren dat het niet meer gaat lukken.
*zucht* Ik heb me er nu maar aan over gegeven en ik probeer vanaf vandaag elke dag iets te doen in de hoop dat ik toch nog genoeg variatie in vormen en kleuren krijg voor zondag de 29ste.

Wij - ik neem aan dat ik voor ons allemaal mag spreken- hebben er alvast heel erg veel zin in. Weer of geen weer, we zijn voornemens er een geweldig gezellige dag van te maken en we hopen jullie en al jullie honden dan ook allemaal te zien daar aan de Geffense Plas!

Nicole

 

13 april 2012
Konijntjes kijken

Vanaf het moment dat de beslissing was genomen dat er weer een windhond in huis zou komen, wisten we natuurlijk dat, indien we een hond zouden adopteren die ook maar een béétje zou voldoen aan de standaard galgo-karaktertrekken, hij een echte bankhanger zou zijn, verzot op eten, de goedheid zelve én een niet te missen jachtinstinct.

Paco voldoet in ieder geval aan alle bovenstaande galgo-trekjes; luieren is tot een kunst verheven (ténzij er ergens eten te halen valt, dan komt hij razendsnel in beweging), je kan echt álles met hem uithalen, Paco vindt alles prima en tja…de wil om te jagen is er inderdaad ook wel!

Toen Sol in huis kwam, was het maar even afwachten hoe het zou gaan. Sol is een van-alles-en-nog-watje (met nadruk op watje…), waarbij het maar te bezien was wat hij van zijn voorvaderen mee had gekregen, want zijn uiterlijk wees nu niet direct op één of twee bepaalde rassen.
Sol bleek uiteindelijk weinig "functionele" eigenschappen te hebben, tenzij je doodknuffelen en eten als een bezetene meetelt als een nuttige eigenschap. Hij is letterlijk hondstrouw, doet geen vlieg kwaad, waakt niet en jagen zit nu ook niet echt in zijn bloed. Het is dan ook fijn wandelen met hem; hij kijkt constant naar je op en om en wijkt niet verder dan 10 m van je zijde.

Paco daarentegen…zijn interpretatie van gezellig op stap zijn in de vrije natuur is vooral dat hij je mee op sleeptouw neemt naar alle interessante plekjes waar je mogelijkerwijs zicht hebt op zijn állergrootste hobby: konijntjes! Als het aan hem lag, dan bleef het niet bij kijken, maar zou hij ieder donzig pluizenbolletje achtervolgen totdat hij het achter zijn kiezen heeft!

Eenmaal buiten is van het luie knuffelbeest geen sprake meer; zijn oren gaan omhoog, zijn neus gaat de wind in en je ziet al die generaties jachtinstinct naar boven komen. Eigenlijk is dat ook wel een prachtig gezicht, maar voor zijn veiligheid (en dat van de weggebruikers die helaas óveral aanwezig zijn in ons kleine drukke landje) blijft hij aangelijnd in gebieden waar konijntjes kunnen zijn. Ondertussen heeft Paco geleerd optimaal gebruik te maken van de lange lijn, waardoor hij bijna altijd precies binnen de grenzen weet te blijven, terwijl hij opgewonden van links naar rechts struint.

En dan komt het moment dat hij iets ziet…doodstil staat hij in de bosjes te turen, soms een pootje opgetrokken, oren gespitst en oh…als hij toch eens los zou mogen!
Meestal wachten we dan eventjes, laten hem kijken, turen en speuren. Ondertussen zoeken wij mee, maar heel vaak zien of horen we helemaal niets. Een enkele keer geeft Paco het zelf op, maar vaak kijkt hij heel snel even om alsof hij wil zeggen: "Kijk! Kijk! Er zit iets! Écht waar!" en vervolgens wil hij erop af gaan. Meestal blijft het bij een dreigend sprongetje, waarna er weer gestaard wordt en na een paar seconden beseft hij dat de vogel gevlogen is (of in dit geval: het konijntje weggerend is) en gaat hij weer door. Veel minder vaak duikt hij er plots op af. Met een indrukwekkende versnelling springt Paco de bosjes in…tot nu toe nog altijd mis, maar áls het beestje nog in de buurt is, dan rent Paco als een bezetene rond bosjes, gaat kort op zijn achterpoten staan, springt weer voorwaarts en vergeet een heel enkele keer dat één van ons aan de andere kant van de lijn zit. Zolang het voor hem geen gevaar oplevert, laten we hem lekker gaan. Heel even doet hij dan wat zijn genen hem vertellen te doen.


We komen nu juist terug van een weekendje weg waarbij we lekker veel gewandeld hebben door bossen en over de hei. Paco heeft zich vooral kunnen uitleven op de lange, vlakke stukken heide waar hij in gedachten wel honderd konijntjes zag huppelen.
Hoe diep zijn instinct echter geworteld zit merkten we echter pas toen we na een heerlijke nacht in ons Bed & Breakfast konden ontbijten in de speciaal daarvoor ingerichte tuinkas.
Natuurlijk mochten de honden ook mee naar binnen en Paco en Sol gingen rustig liggen. We waren aangenaam verrast dat er naast een heerlijk ontbijtje voor ons ook een schoteltje stond met 2 flinke kluiven en een stuk gekookte worst, vergezeld van een briefje: "Voor de honden".
Terwijl wij lekker zaten te genieten, ging Paco opeens zitten, duwde zijn neus tegen de glazen kas, zijn ogen werden zo groot als schotels, zijn oren gingen omhoog en zijn lichaam verstijfde. We keken op van onze borden om te zien wat Paco's interesse had gewekt en zagen niets bijzonders…een weiland, een paar druivenstruiken, een aantal bosjes…tja, daar zou best een konijntje kunnen zitten. Ach ja…
We aten verder totdat we een heel zacht gejammer hoorden. Paco zat te beven als een rietje, zijn poot was opgetrokken en hij keek scheel van inspanning. We tuurden met hem mee en inderdaad…helemaal achterin de tuin van het B&B stond een konijnenhok met een grote ren. Na heel veel gespeur zagen we daar 2 schattige konijntjes zitten.
We lieten Paco maar kijken; voor hem was het immers ook vakantie en ieder zijn meug!
Toen wij voldaan waren, kregen Paco en Sol hun stuk worst en hun kluif. Sol was er als de kippen bij en Paco…Paco?? Hij had nergens meer oog voor en wilde zeker niet zijn blik van de huppelende beestjes afwenden. Hem kennende zou hij wel toehappen als ik het stuk worst voor zijn neus zou houden; nog nooit heeft hij iets eetbaars aan zich voorbij laten gaan. Ik sloeg dan ook steil achterover toen Paco zijn kop wegdraaide en om me heen keek om maar naar de konijntjes te kunnen kijken. Nadat hij driemaal bijna geërgerd zijn kop wegtrok, is het stuk worst naar Sol gegaan.
Ik heb Paco aangelijnd en ben met hem naar de ren gelopen. De riem driemaal om mijn hand geslagen, want ik verwachtte na de eerste verstijving ieder moment een enorme sprong richting die fluffige staartjes en schattige oortjes. Maar niets van dat alles gebeurde…Paco ging zitten, zijn blik op de konijntjes gericht en is zo zeker 10 minuten blijven zitten, zelfs toen één van de beestjes tot op 30cm van het gaas kwam zitten. Omdat het begon te regenen, moesten we naar binnen…normaal geen probleem, want Paco is, zoals een goede galgo betaamd, ook geen echte fan van nattigheid, maar nu wilde meneer niet mee! Met lichte dwang zijn we uiteindelijk toch in onze 'Pipowagen" beland die diende als overnachtingsplaats, waar we de tassen gingen inpakken om weer door te gaan. We draaiden ons om en…daar stond Paco: één poot op het bed, één poot op een akelig krakend en wankelend tafeltje en twee poten op de vensterbank, zijn hoofd in een absurde hoek gewrongen zodat hij nog net een glimp kon opvangen van de konijntjes…
Hoe hij zich in die positie heeft kunnen manoeuvreren blijft me een raadsel, ook hoe hij kon weten dat je net die beestjes kon zien vanuit hier, maar hij heeft het voor elkaar gekregen..

Zelfs toen we wegreden bij het B&B bleef Paco kijken naar het huis waar achter de tuin met die fascinerende konijntjes zaten!

En terwijl ik dit schrijf, ligt Paco te slapen in zijn mand. Hij trappelt af en toe met zijn poten, piept zachtjes en achter zijn oogleden flitsen zijn ogen van links naar rechts. Ik vraag me af of hij in zijn slaap de konijntjes wél te pakken krijgt…

Lonneke

 

6 april 2012
Omar


Dan neem je na zeven maanden de beslissing een opvanghond zelf te adopteren, wordt hij direct ontzettend ziek! Op donderdag moest hij even hoesten, maar de vorige dag had hij eindeloos gespeeld bij het asiel, dus ik dacht dat hij wat irritatie had door al het zand dat op was gespat. Op vrijdag leek hij weer normaal, maar 's avonds had hij een wat snelle ademhaling. Nu was er bezoek vanwege een jarige schoonvader. Met knallende ontkurking van de champagne. Dus ik dacht dat hij simpelweg wat gestresst was. Nu zit ik bij zieke dieren als een havik te letten op ademhaling, temperatuur, hartslag, kleur, hoeveel brokjes er gegeten worden. Omar at nog steeds als een tierelier, dus ik dacht dat ik het me allemaal wat inbeeldde.

Tot vrijdagnacht. Omar's snelle ademhaling kwam terug en bleef de hele nacht. Hij voelde zich duidelijk niet prettig, maar op de (heel vroege) ochtendwandeling danste hij in zijn gebruikelijke, zwierige tred mee. Toch de weekendarts gebeld, toevallig en gelukkig had onze eigen kliniek dienst. Die belde ik wakker, want ze was net in slaap gevallen na een nachtelijk spoedgeval. Drie kwartier later stonden we met een bijna normaal ademende Omar voor de deur van de kliniek. Leuk hoor, staan wij weer met een volledig gezonde hond een slaperige weekendarts lastig te vallen. Omar werd beluisterd, maar hij vond de dierenarts wel een beetje eng, dus hij trilde heel hard, waardoor je met een stethoscoop niet zoveel kunt horen. Onze beschrijving leek op een kennelhoestje, en omdat Omar daar verder hartstikke fit stond te wezen, kregen we een hoestsiroopje mee en wat pijnstillers en ontstekingsremmers tegen het ongemak.

's Middags tekenden we de adoptiepapieren. Omar lag er een beetje moe bij te suffen, maar die had een zware nacht gehad, dus dat leek wel normaal. Zijn ademhaling was bijna normaal, dus ik maakte me niet veel zorgen. Tegen de avond versnelde zijn ademhaling weer. Ik heb het even aangekeken, maar hing al snel weer aan de telefoon met de weekendarts. Ze was inmiddels een tikje oververmoeid, omdat ze sinds ons ochtendbezoek in beweging was geweest. Rond half negen stonden we er weer, weer met een bijna normaal ademende Omar, maar nu zag de dierenarts toch wel die pompende beweging. Ze zei dat er twee keuzes waren: of aan de antibiotica of foto's maken om te kijken wat er zit. Aangezien Omar's ademhaling mij echt niet beviel en ik het idee had dat er iets goed fout zat, koos ik voor de foto's. De dierenarts en ik deden onze zware kleding aan, we hesen Omar op de tafel en hielden hem plat op zijn zij. Dat vond hij natuurlijk niks. Met grote ogen wachtte hij wat komen ging. De dierenarts drukte op de knop voor de foto, er kwam een boel machinaal lawaai en Omar wiebelde in paniek hard heen en weer. Ok, mislukte foto. Omar moest op de tafel wachten tot de volgende foto geladen was. Onze kliniek heeft een digitaal röntgenapparaat, maar er moeten nog steeds van die platen onder de tafel. De tweede keer ging het prima, Omar mocht van tafel, de jassen mochten uit, we konden direct naar de foto kijken.

Ik zag meteen dat het niet goed was. Waar mooie donkere longen te zien horen te zijn, zaten allemaal wolkjes wit. Een pracht van een longontsteking. De dierenarts gaf zelf aan erg vermoeid te zijn en voor de zekerheid hield ze even ruggespraak met een specialistische collega. Ze zag nog wat meer vreemde dingen, zoals verdikte blabla-wanden en een licht vergroot hart. De schrik sloeg ons om het hart. Er werd besloten nog een foto te maken, nu met Omar op zijn rug. Dat zag ik niet erg zitten, omdat Omar echt een messcherp ruggengraatje heeft en vast niet eens op zijn rug op zo'n harde tafel KAN liggen, laat staan dat hij het wil. Dat lukte ook inderdaad niet. Na een korte, maar woeste worsteling, waarbij Omar zelfs nog een klein schaafwondje of twee opliep, lag hij ineens overeind op de tafel. "Nou, dat is ook goed", zei de dierenarts, veranderde wat aan de instellingen en drukte af. Een mooie heldere foto volgde, maar weer met die akelige witte wolkjes en vlekjes. De ene kant iets ernstiger dan de andere kant. De dierenarts schreef antibiotica voor en wilde Omar twee prikken geven, eentje met de eerste dosis antibiotica en eentje met een stoot corticosteroïden. Omar was moe en een beetje zat van al dat gehannes met zijn lijf. Dus toen de dierenarts hem zijn gemene prik gaf, draaide hij zich om, pakte de spuit uit de handen van de dierenarts, trok hem uit zijn vel, stond er nog even mee in zijn bek en gooide hem toen met een boze snuif op de grond. Klaar was hij ermee!

Arme Omar. Toch moest het, dus we hielden hem nog steviger vast en prikten zijn lijfje alsnog twee keer lek. We kregen pillen mee en gingen naar huis, met een heel moe mannetje.

De medicijnen sloegen aan, Omar was elke dag beter dan de vorige. Halverwege de kuur is hij nog eens gecontroleerd door de dierenarts, die zijn longen beluisterd heeft. Ze waren nog niet schoon. De specialist had ondertussen gemeld dat hij de foto's had bekeken en het een standaard longontsteking vond, niks mis met zijn hart. Gisteren was zijn laatste kuurdag, Omar zit op 90%, maar volgens mij heeft hij ook wat last van die vervelende antibiotica. We gaan hem nu even tijd gunnen om wat bij te komen na al die medicijnen en dan laten we een controlefoto maken van zijn longen. Omar hoest nog heel af en toe, maar dat is een oppervlakkige hoest. Hij ademt normaal, is fit en vrolijk. Eet als een uitgehongerde beer, maar dat is ook niet anders geweest. Tijdens zijn hele zieke periode, zelfs op de slechtste dagen, heeft hij met smaak gegeten.

Wat een begin van zijn echte start bij ons, als eigen hond. Hij was even helemaal zichzelf niet, zo moe, zo sip. Dus het echte begin moet eigenlijk nog komen en daar kijken wij allebei ontzettend naar uit. Omar is thuis bij ons en zijn kleine maatje Japie, die regelmatig dicht tegen de zieke Omar aan is gekropen.

Debbie


30 maart 2012
Cadeaudagje

Als ik wakker word schijnt er nog geen straaltje licht door de gordijnen, het is pikkedonker. Wat een tegenvaller! Ik ben wakker en ik moet stil blijven liggen omdat het nog te vroeg is om op te staan. Te vroeg om iedereen wakker te maken. Dus ik blijf doodstil liggen. Ik wacht tot ik de klok in de huiskamer hoor slaan. Rustig blijven liggen, niet bewegen, zo meteen klinkt het big ben geluid en kan ik een beetje gaan schatten hoe laat het is.

Ding dong ding dong……ding dong ding dong. Dat is alles.
Geen donggggg dongggggg, dongggggg enz. erachteraan wat het uur aangeeft; drie keer dong is 3 uur, vier keer dong is 4 uur enzovoort.
Het enige wat ik nu weet is dat het een kwartier na het uur is. Maar welk uur? Ik probeer te schatten. Kwart over zes? Nouuuu, dan zou het lichter moeten zijn. Denk ik. Maar weet ik niet zeker. Ik hoor ook geen verkeersgeluiden.
Dan is het vast geen kwart over zes! Kwart over vijf dan? Dat zal toch zeker niet want dan moet ik nog heeeeeel lang stilliggen! Jasses, waarom ben ik in godsnaam zo vroeg wakker geworden? De hele wereld slaapt en ik ben al wakker. Zucht, zucht.

Trip, trip, trip, een nat snuitje probeert het dekbed omhoog te duwen. Popje is wakker! Voorzichtig glipt ze in bed en nestelt zich tegen mijn benen.
Even later hoor ik Neva stiekem naar het kussen van Pop sluipen; Pop slaapt altijd onder een wollen plaid en daarop maakt Neva nu een holletje om zich vervolgens met een zucht van genot op te rollen en verder te dutten.
Intussen slaat de klok twee keer ding dong ding dong…..ding dong ding dong.
Half …..wat? Half 6? Half 7? Pop is nooit zo vroeg wakker, nooit voor 7 uur.
Hoe laat is het nou, ik wil het nu weten! Het is dus zaak dat ik mijn horloge te pakken krijg dat op het nachtkastje ligt. En dat alles zonder te bewegen.
Naast me ligt namelijk iemand in diepe rust die er een vreselijke hekel aan heeft om gewekt te worden door een lamp die plotseling aangaat, een dekbed dat helemaal naar een kant wordt getrokken of katten die zich plotseling met uitgeschoven nagels een weg naar 'buiten het bed' krabben.
Vergeten te zeggen maar Jet en Fanny liggen altijd met de neusgaatjes naar boven en de lijfjes uitgestrekt strak tegen Paul aan. Echter, tegen de ochtend klauwen zij zich bij de geringste beweging in bed, langs zijn lichaam een weg naar boven wat hem vreselijk chagrijnig doet ontwaken. Wat ik weer ontzettend overdreven vind aangezien de dames hier niets van begrijpen dus het daarom ook volkomen zinloos is om dan te roepen dat dit hun slechtste gewoonte is die ze heel snel af moeten leren, zo niet dan….
Ja, wat dan? Dan helemaal niks natuurlijk!

Intussen lig ik nog steeds doodstil naar het plafond te staren, piekerend hoe laat het is en dubbend of ik nu wel of niet mijn horloge zal pakken. Zo ja, dan is iedereen wakker, zo nee dan lig ik misschien totaal onnodig zolang als bevroren omdat blijkt dat het allang normaal is om op te staan.

Ding dong ding dong….ding dong ding dong…driekeer = kwartvoor!
Als ik nu nog een kwartier wacht dan weet ik precies hoe laat het is want dan slaat de klok de uren: donggggg….donggggg…..dongggg.
Ik kuch zachtjes. Daarna ietsje harder. Ik trek mijn ene been op, Pop neemt onmiddellijk de open gekomen plek in. Waar laat ik nu mijn been? Opschuiven is het enige dat er op zit. Voorzichtig, millimeter voor millimeter een stukje naar rechts, ja goed zo, nu dat been laten zakken, rustig blijven, gaat goed……KRAMP in mijn been!
In een seconde sta ik naast het bed, kattenspringen op de grond, er komt een kruin boven de dekens en de vraag hoe laat het is en de klok slaat acht keer donggggg…..dongggggg….donggggg.
"O gossie ja, dat is waar ook, de klok ging vannacht een uur vooruit!" zegt iemand die nog niet helemaal op aarde geland is.

Acht uur al? Klok vooruit gezet? Dan is het zondag, yes! Dus t.v. aan en kijken naar alle programma's die ik deze week heb gemist. Toto springt op het voeteneinde van het bed, Jet en Fanny kruipen weer onder het dekbed, Pop knort van genot en ik zet het bed in relax stand!
Vanuit de keuken hoor ik de vertrouwde zondagochtendgeluiden: kokend water voor de eieren, de sinaasappelpers en geknisper van beschuitjes die worden gesmeerd. De katten verheugen zich op de kaas die erop zal liggen, de honden zijn meer geïnteresseerd in wat straks overblijft van de gekookte eitjes.

En Neva……Neva staat op en voor het eerst in al die jaren dat ze bij ons is komt ze naar me toe, kwispelt en legt haar kopje in mijn hand!
Ik roep meteen Paul. Dit is zo'n cadeautje, dit is onvoorstelbaar, dit deed ze nooit eerder. "Kijk nou, ze staat hier gewoon naast het bed met haar hoofd in mijn hand!"
Is dit het gevolg van de pas gestarte homeopathische behandeling?
Of is dit gewoon Neva…altijd verrassend, altijd uniek en bijzonder?
Hoe dan ook, dit wordt een prachtige dag, dit is een prachtige dag!

Mieke


23 maart 2012
Tóch gelukt !

Goh, het is bijna niet te bevatten, maar onze opvanghond heeft een eigen thuis !

Het is een beetje raar gegaan .... Hij zou eigenlijk alleen maar een weekje komen logeren, maar hij is hier toch meteen definitief in de opvang gebleven, Zaro.
Ondanks dat we zelf hadden beweerd Niet Geschikt te zijn als opvanggezin, wilden we dit hondje de kans geven om zichzelf terug te vinden na een -tot dan- vrij stressvol leven. Elke dag zagen we Zaro beetje bij beetje relaxter worden.
En NEE, dit zou niet onze zesde hond worden, het was uiteindelijk écht de bedoeling dat hij een eigen familie zou krijgen die hem neemt zoals hij is en heel veel van hem gaat houden.
Hij was hier al een half jaar en we raakten aan hem gewend, aan al zijn malle fratsen en kleine onhebbelijkheidjes, je nam het allemaal voor lief. We zagen hem van een gestresste hond weer veranderen in een vrolijke, vriendelijke jongen, die goed overweg kon met onze roedel en lief was voor ons allemaal. Een hele tijd hebben we gedacht dat het niet zou lukken om hem klaar te stomen voor adoptie, maar ineens was bij hem een knopje om en wisten we dat hij er aan toe was. Er werd een leuk foto-filmpje op youtube gezet en hij kreeg wat extra promotie, maar toen kwam er niemand voor hem .... De moed zakte me een beetje in de schoenen. Zou er nou niemand zijn die hem leuk genoeg vindt om hem in huis te nemen ?
En ondanks dat ons hart groot genoeg was en is voor een zesde hond, hielden we voet bij stuk > Zaro zou doorstromen en niet bij ons blijven. Het ging hartstikke goed met hem erbij, maar we merkten wel dat vijf voor ons toch een beetje het maximum is.
We bleven hoop houden, maar voor Zaro hadden we graag dat het allemaal wat sneller zou gaan. Op het moment dat we er eigenlijk niet zo druk meer aan wilden denken kreeg ik op een saaie, grijze zondagmiddag een telefoontje van Inge dat ik maar even iemand moest bellen, iemand die wel wat in Zaro zag ...
Wauw, mijn hart stond even een paar tellen stil, het overviel me best, mag je gerust weten. Ik zette eerst een kop thee en trillend pakte ik de telefoon. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik een enthousiaste vrouw die vertelde dat ze al een hele tijd 'verliefd' was op Zaro, maar omdat ze zelf al die tijd een opvanghond (van GFNL) in huis hadden waar ze de nodige tijd, aandacht en zorg aan moest besteden, had ze haar verliefdheid even op een laag pitje gezet. Nu was de opvanghond zover dat deze zelf klaar is voor adoptie en het gezin eraan toe om er toch een andere eigen hond bij te nemen. Tja en dan ging de voorkeur meteen uit naar Zaro met zijn aandoenlijke grijze snoet. Daar dit gezin uiteraard goed bekend is bij de stichting, hoefde de hele adoptieprocedure niet zo lang te duren en konden we een paar dagen daarna al afspreken om Zaro zelf naar de andere kant van het land te brengen.

In de tussenliggende dagen was manlief erg onrustig, sloeg de twijfel toe. "Zouden we hem toch niet zelf houden ?"
Ik : "NEE !" (dit staat hier erg stoer, maar ik zei het natuurlijk met een brok in m'n keel)
"Maar als het nou niet klikt daar ? Wat dan ? Dán mag ie toch wel mee terug en blijven?"
Ik : "Dat zien we dan wel, zover is het nog niet." (mijn zwakheid klonk hier al door).
Gek genoeg had ik helemaal niet het idee dat het niet zou klikken daar, ik was één en al positiviteit, maar toch ga je onbewust zitten piekeren. De leuke mailtjes die over en weer gingen namen gelukkig alle twijfels weg.

En toen werd het donderdag … D-day …
Om negen uur precies stapten we in de auto met alleen Zaro op de achterbank. Zaar vond dat maar raar natuurlijk, die was dat niet gewend, dus ik vermoed dat ie wel aanvoelde dat er iets te gebeuren stond. Toen we in een file terecht kwamen begon ie ook wat onrustig te piepen, alsof ie wilde zeggen van "schiet nou eens op, dan hebben we het maar gehad".
Bij het huis van zijn nieuwe familie aangekomen sprong ie er dan ook vrolijk uit. Manlief niet. Die kon het niet aan, zei ie. Hij bleef wel in de auto wachten.
In huis maakte Zaro één voor één kennis met de reeds aanwezige hondjes en dat ging wonderbaarlijk goed. Hij dribbelde onderzoekend door het huis, keek toe hoe de zelfgemaakte welkomsttaart werd aangesneden en plofte daarna met een zucht op een grote stoel alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Tijd om afscheid te nemen … Dat ritueel heb ik maar heel kort gehouden, Zaar een knuffel, adoptanten een stevige handdruk en meteen wegwezen. Bij het hek keek ik even achterom en zag Zaartje ontspannen door het raam naar me kijken. Zijn blik negerend ben ik omgedraaid en naar de auto gelopen, alwaar manlief met wat vochtige ogen op me zat te wachten. Shoot, wat is dat toch moeilijk, zéker als het de allereerste keer is. Met klamme handen zaten we allebei zwijgzaam naast elkaar en pas op de snelweg was de brok uit mijn keel om iets te kunnen zeggen. Bij een grote hamburgerketen zijn we gestopt voor wat troostvoer. Wat een lekker zout patatje en een Flurry al niet kunnen doen, zeg. De hele weg naar huis hebben we het over van alles gehad, maar niet over het precaire onderwerp wat als een dik gordijn tussen ons in hing. Eenmaal thuis probeerden we ook zo normaal mogelijk te doen, maar het eerste wat fout ging was dat ik een voerbak teveel pakte en later een hondenriem zocht die er niet meer lag. En manlief werd op de bank bedolven onder een paar hondenvriendjes, maar zijn 'dikke' maatje was er niet meer bij en die miste hij heel erg ….

Of we nu kunnen zeggen dat we wél geschikt zijn als opvanggezin durf ik niet te beweren, maar één ding is zeker, we hebben het dit keer wel volbracht en zit er nu ergens in Nederland een hond heeeel erg gelukkig te wezen !!!

Nicole


16 maart 2012
Poot(je)!

Hoewel ik soms met enige verwondering (en ja.ook wat afgunst.) kan kijken naar honden die met schijnbaar veel gemak en zichtbaar plezier diverse trucjes, kunstjes en commando's uitvoeren voor hun baasje, wist ik al snel dat ik voor dit soort vaardigheden bij het verkeerde ras zat. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, maar Paco vindt zulke uitsloverij ver beneden zijn waardigheid en wat meneer in zijn kop heeft, heeft hij niet in zijn kont (even op z'n Brabants gezegd dan!).

Ik was al méér dan tevreden met de dagelijks gebruikte: "Zit", "Plaats" en "Wacht", aangevuld met een enkele keer "Af", "Los" en "Hier" (waarbij het laatste commando eigenlijk alleen in een konijnvrije omgeving werkt.binnen of in de tuin dus.).
Omdat Paco deze woorden goed kent en er bijna altijd wel iets leuks tegenover staat ("Zit"en "Wacht" bij het eten, "Plaats" is zijn mand waar hij een kluif krijgt en "Zit" is bij de voordeur voor het vastmaken van de riemen), ziet hij het nut er zeker wel van in.
Andere trucjes zijn niet rendabel genoeg en voor hem de inspanning niet waard. (De trucjes waarmee hij peperkoekbewaartrommels, kattenbakken en rugzakken open krijgt daargelaten.).
Geen probleem hoor, het móet ook niet, maar als je hond het leuk vindt om wat aan te leren, dan is het natuurlijk een leuke manier om samen bezig te zijn.

Nu zou het "oude vrouwtje" (mijn oma dus, die altijd rijkelijk voorzien is van hondenkoekjes voor alle op visite komende familie-viervoeters) het zó leuk vinden als Paco leerde om een pootje te geven, dat ik het er wel eens op wilde wagen.
Ik gaf mezelf toch best een goede kans. Paco gaf immers al geregeld een poot als hij wat aandacht wilde, dus gewapend met snoepjes zou ik dit klusje wel eens gaan klaren. Gewoon een kwestie van wachten op het juiste moment dat hij uit zichzelf een poot zou geven, belonen en hoppa! Oma blij en Paco tevreden met een snoepje!

Nou.niet dus! Natuurlijk al die tijd géén uit zichzelf gegeven poten en áls ik dan vroeg om "Pootje?" en mijn hand uitstak, dan legde Paco zijn kop in mijn hand en sloeg zijn ogen naar me op alsof hij wilde zeggen: "Ehhh.ik weet niet wat je wil vrouwtje, maar dit trucje werkt áltijd!" En gelijk heeft ie, want hop.daar kwam weer een aai en een snoepje.
Oma vond dit uiteindelijk een nog véél leuker trucje, dus die kon haar lol op met Paco die steeds heel voorzichtig zijn kop op schoot dan wel hand legt en opkijkt in opperste adoratie.

En toen kwam Sol. Sol zou aanvankelijk gescreend worden voor de opleiding tot hulphond, want hij bleek leergierig en baasgericht te zijn. Door zijn gehoorprobleem (Sol is "mono-orig", zoals ik laatst zo mooi zijn doof zijn aan één kant hoorde worden omschreven!) werd hij echter afgekeurd, maar dat maakte voor ons niets uit, want op dat gebied verwachtten wij niets van hem. Als ie maar lief en rustig was!
Dat Sol snel leerde, bleek wel uit het feit dat hij al Paco's commando's al binnen 2 dagen wist op te volgen. Hij deed dit echter met zoveel plezier, dat ik dacht dat hij het misschien leuk zou vinden om meer te leren.

Door zijn slechte gehoor is het trainen met de clicker nooit een succes geweest, maar voor een aai of een snoepje wilde Sol zich met veel overgave gerust van zijn beste kant laten zien.
Helaas begreep hij er echt helemaal niets van. hij keek je een paar seconden wat glazig aan.bedacht dan: "Ehh.pootje? Weet niet wat je bedoelt, maar zo vind je me vast héél lief!", en liet zich vervolgens met veel bravoure op zijn zij vallen met zijn poten in de lucht, hopend dat ik hem over zijn buik zou aaien (wat ik natuurlijk met veel plezier deed!)

Dus helaas voor beiden geen succes, alhoewel. Als ik nu eens van "Poot" "Dood" zou maken? En ja hoor, hetzelfde effect! Een blije Sol die zich ter aarde stort en ligt te wachten op die lekkere aai over zijn buik!
Een nieuw trucje was geboren en Sol was er helemaal trots op. Dat hij het ook deed als ik ieder willekeurig woord zoals "Washandje" of "Centrifuge" zou roepen, was ons geheimpje, maar hij oogstte veel Oeh's en Aah's als hij zijn kunstje deed en ging vervolgens heel trots iedereen langs alsof hij wilde vragen "Je hebt me wel gezien hè!!" en deed het op eigen initiatief nog een keer of vijf over (waarbij sommige mensen écht dachten dat hij wat mankeerde, want ik stond een paar meter verder op gewoon een praatje te maken en had geen commando of iets gegeven.tja.).

En nu zijn we een paar maanden verder. Ik heb er niet meer naar getaald om iets met hem te oefenen, het was prima zo en Sol had de afleiding niet nodig, die vermaakte zichzelf wel met zich te laten aaien, rondsnuffelen en wandelen.

Totdat ik plots werd verrast tijdens het geven van een koekje door een enorme poot op mijn schoot. Huh? Deze grote, lompe zwarte poot werd niet al te zachtzinnig in mijn schoot gedeponeerd door een aandachtig kijkende Sol. Alsof hij wilde kijken wat voor effect dit had, hield hij zijn hoofd wat schuin en trok zijn poot een klein beetje terug. Ik probeerde gelijk van de gelegenheid gebruik te maken en zei: "Pootje?" en hoppa.daar kwam een paar kilo hondenpoot weer voorwaarts gemaaid. Sol kreeg zijn koekje en toen hóórde ik het kwartje bijna vallen in zijn kop. Ik stuurde zowel Paco als Sol naar hun plaats voor het tweede koekje en vroeg Sol weer te gaan zitten en een poot te geven. Zonder te aarzelen maaide zijn poot in de lucht en hij keek zó trots, dat hij bijna vergat zijn koekje aan te nemen.


Sinds dat moment is nu dus ook "Pootje" toegevoegd aan de trucjesreeks (hoe raar "PootJE" ook klinkt voor zo'n enorme poot, "Poot" klinkt teveel als "Dood", dus vandaar). en daarna volgden in rap tempo "Op", "Zoek bal" en "Kruip". Allemaal overbodige trucjes, maar Sol is zéér tevreden met zijn kunstjes en haalt ze te pas en te onpas uit de kast, zeker als er een speeltje of koekje aan te pas komt. Helaas gaat hij in al zijn enthousiasme ook wel eens improviseren, waardoor ik bij "Op"(waarbij hij zachtjes zijn poten op mijn schouders zet) ook wel eens geheel tegen mijn wens in wordt getrakteerd op "Pootje" in mijn gezicht.

Ach, het is in ieder geval voor hem een prettige bezigheid en ik merk aan hem dat zijn zelfvertrouwen per week groeit.
Het is dat Sol dit zo leuk vindt, maar als zou blijken dat hij er van de één op de andere dag niets meer aan zou vinden, dan maakt mij dat helemaal niets uit; het gaat erom dat hij tevreden is en als dat op z'n Paco's is (dus niks geen kunstjes of trucjes, gewoon je tijd doorbrengen met slapen, knuffelen en konijntjes kijken), dan was dat net zo goed geweest.

Oh, en Paco?? Die heeft Sol's uitsloverijen eens goed bekeken en is er na een paar dagen eens bij komen zitten, wachtte even af totdat ik aan Sol vroeg om een poot en zette deze vervolgens op uiterst elegante Galgowijze in mijn schoot, naast die van Sol en keek me aan met een blik van "Dat kon ik alláng.maar nu Sol het kan en een beloning krijgt, dan wil ik het ook wel doen!" Maar Paco is wel zo slim om zijn momenten uit te kiezen: "Pootje" kan hij alleen als er koekjes in het spel zijn!
Want die bewondering van het vrouwtje, die heeft hij toch wel "in the pocket", kunstjes of niet!

Lonneke


9 maart 2012
Grote Vriendelijke Reus


Wat een genot, een huis waar alles welkom is, ongeacht aantal poten/benen en of de spreektaal miauw/woef/hallo is. Vorige week woensdag nam ik Omar voor het eerst een middag mee naar het plaatselijke asiel waar ik vrijwillig. Hij was er zo aan toe even lekker los te rennen en met echte honden te spelen (Japie kwalificeert niet helemaal als 'hond'). Hij moest dan tussendoor ook wel een paar uurtjes in een kennel, maar ik heb hem met een lekkere deken in een rustige kennel gezet en dat vond hij gelukkig geen probleem. Dat had ik een half jaar geleden niet hoeven te proberen. Omar is een prachtige, stabiele hond geworden, die erop vertrouwt dat ik hem weer kom halen. Hij wacht dus braaf op me, maar hij wil geen koekjes van andere mensen accepteren.

Omar mocht eerst kennismaken met Kitana, een prachtige herder teef op leeftijd. Kitana is als vondeling binnengekomen. Ik was ervan overtuigd dat ze wel weer opgehaald zou worden, omdat ze een geweldig karakter heeft, lief, zacht, sociaal. Maar helaas meldt de eigenaar zich niet en heeft ze geen chip. Omar wordt enthousiast van deze dame en zij vindt hem ook erg leuk. Omar begint gekke sprongen en enorme sprintjes te trekken. In een paar galopsprongen is hij al aan de andere kant van het veld. Hij trekt zijn pretbek en laat zien dat hij het enorm naar zijn zin heeft. Bij me in de buurt komen, doet hij nu niet meer. Precies wat ik van hem verwacht had en precies waarom ik hem nog niet eerder in de vrije wereld heb durven los te laten. Als hij lekker gek heeft kunnen doen en tevreden is met zijn uitje, komt hij wel weer.


Kitana

Dan moet Omar assisteren bij de gedragstest van een piepklein jack russel teefje van een jaar oud. Ze is net binnen en nog behoorlijk overstuur. Er zijn al geïnteresseerden voor haar, maar dan moeten we wel weten hoe ze is naar grote honden. Omar stapt achter me aan de testkamer binnen, snuft eens aan het kleintje en kijkt weg als hij merkt dat ze een lip optrekt. Ze vindt het erg eng, zo'n reusachtige hond en wil niets met hem te maken hebben. Omar gaat de kamer verkennen, negeert het minihondje volkomen, waardoor haar gevoel van veiligheid vergroot en ze toch stiekem wat benieuwd wordt naar dat enorme beest. Ze snuffelt aan zijn achterkant en Omar doet net alsof hij het niet merkt. Wat een kanjer van een Grote Vriendelijke Reus is hij toch.


Lara

Aan het einde van de dag laten we hem nog even kennis maken met Inca, een kruising windhond / herder teef die al 3,5 jaar in het asiel zit! Ze heeft allerlei gedragsproblemen, waaronder een agressie tegen honden. Ik rekende een beetje op het racistische gedrag van windhonden, elke windhond vindt een andere windhond het leukste van alle rassen. Maar wat nou als Inca meer herder is dan windhond? Voor de zekerheid en omdat Inca altijd eerst schiet en dan pas vragen stelt, houden we een hek tussen Omar en Inca. Inca borstelt, blaft, gromt en doet lelijk. Hmm, Omar doet niks, die kijkt eens naar dat woest rondspringende beest en komt nog een knuffel bij me halen. Deze wil niet spelen, lijkt hij me te vertellen. Als Inca rustig is, loopt hij naar het hek om contact te maken. Op miraculeuze wijze houdt hij zijn snoet op precies de veilige afstand van Inca's smalle snoet. Inca steekt een poot uit en legt die op Omar's kop, een soort zegening lijkt het wel. Maar eigenlijk wil ze graag spelen en laat ze dat een beetje brutaal weten.


Inca

Vandaag nam ik Omar weer mee naar het asiel, omdat hij het zo ontzettend leuk vindt, hij heel erg behulpzaam is en hij zo heerlijk moe is 's avonds. We gaan met de bus, waar hij zijn snuit tussen de stoelen door naar de buurvrouw steekt om eens contact te maken. Hij krijgt een klein kriebeltje onder zijn kin. We gaan eerst weer even spelen met Kitana, maar die kan hem niet bijhouden en heeft bovendien behoorlijk veel last van haar slechte artrose-elleboog. Dan gaan we maar eens kijken of Inca en Omar elkaar nog herkennen en leuk vinden. Inca moet weer blaffen en moeilijk doen als ik met Omar aan kom lopen. Wanneer ze weer lekker haar gangetje gaat en met een andere vrijwilliger het veld oploopt, stap ik met Omar het hek door. Als Inca omkijkt, ziet ze dat er een andere hond op haar veldje loopt. Haar veldje! Ze komt borstelend aanlopen en ...

... probeert hem vervolgens een kwartier lang piepend te verleiden tot een spelletje. Ze is best een beetje verliefd op deze mooie man. Maar omdat zij nogal bruusk is en opdringerig, negeert Omar haar. Op de momenten dat ze kalm is en zich gedraagt, gaat hij wel naar haar toe om contact te zoeken. Twee keer is het nodig dat hij een correctie uitdeelt en dat doet hij zo netjes gedoseerd en correct, dat ik het niet kan helpen apetrots op hem te zijn.

Het is maar goed dat Omar zo sociaal is, want er is een potentiële adoptant voor hem. Over anderhalf week komen ze kennismaken en als alles goed gaat en van beide kanten klikt, heeft Omar straks, naast een mooie galgo vriendin, acht kleine chihuahua's in zijn roedeltje.

Debbie

 

2 maart 2012
Uitverkoop

Het was u vast ook al opgevallen: Galgos worden weer massaal gedumpt want het jachtseizoen is ten einde. De uitverkoop is weer begonnen. Een jaarlijks terug kerende ellende.
Honderden organisaties in Spanje en de rest van Europa verzetten bergen werk om voor deze magere, bange, soms ernstig gewonde dieren, goed onderdak te vinden.
En de situatie wordt niet beter want er komen steeds meer rescue organisaties en de lijsten met adoptiehonden blijven onveranderd lang.
Volop keuze in kleur, grootte, leeftijd enz. Triest maar waar.
Alsof we met z'n allen toch niet meer kunnen bereiken dan het zijn van een druppel op een gloeiende plaat.



Ik vraag me af wat Galgeros hiervan vinden. Want zij weten natuurlijk drommels goed dat alles wat zij in de uitverkoop gooien, uiteindelijk in het buitenland terecht komt. Ik denk dat ze hun schouders ophalen en schamper lachen om zoveel heisa voor een zootje waardeloze honden.
Vreemd is het dat zij altijd buiten beeld blijven; ze houden niet van fotograferen of filmen. Wie en hoe deze mensen zijn blijft gissen en we vormen ons een beeld van hen aan de hand van wat wordt afgedankt als ondeugdelijk voor hobby of fokkerij: de Galgos.
Wie zijn die mensen die in staat zijn een hond op te hangen, te mishandelen of uit te hongeren. En als je daar geen tijd voor of zin in hebt is er altijd nog de perrera.
Wat doet dat met hen als ze een keuze maken wie blijft en wie er weg moet? En wat zeggen hun kinderen daarvan? Ik neem aan dat zij in ieder geval op school via de moderne media ontdekken, dat deze praktijken weinig applaus krijgen in de rest van Europa.
We kennen deze mensen niet en eerlijk gezegd betwijfel ik of iemand zich iets afvraagt. Zij hebben geen behoefte aan veranderingen en al helemaal geen zin in discussies.

Maar hoe kan dan de situatie voor de Galgos veranderd worden?
Niemand die een zinnig antwoord op deze vraag kan geven.
Toen 10 jaar geleden het chippen ook verplicht werd gesteld in Spanje, dachten we dat verbetering snel zou komen. Helaas, integendeel, chips werden en worden onleesbaar gemaakt of eruit gesneden. Bovendien houdt men zich niet aan deze verplichting. Misschien wel fijn, dat bespaart heel veel Galgos nog meer ellende.
Helpt strengere wetgeving door het aantal Galgos per persoon te beperken? Fokkerij aan banden leggen? Kan allemaal, maar ik vrees dat niets werkt zonder strenge controle. En wie gaat dat doen? Een onpartijdig comité, aangesteld door de EU met ruime bevoegdheden? Zou kunnen.

Hoe hebben we hier in Nederland veranderingen gerealiseerd? Want ik herinner me uit mijn jeugd ook de kettinghonden op het erf, paarden die met veel slaag een veel te zware kar moesten trekken, koeien die een kalf kregen op een overvolle veemarkt enz. Het is allemaal nauwelijks 50 jaar geleden! Ik denk dat de publieke opinie een grote rol heeft gespeeld en zeker ook de druk vanuit de sociale omgeving.
Zo vonden de boerenkinderen in mijn klas het destijds verre van leuk als wij opmerkingen maakten over dit soort zaken.
In Spanje wordt steeds meer geïnvesteerd in educatieve programma's. Ooit zullen we daar de resultaten van gaan zien.
Maar het is wel duidelijk dat echte effectieve maatregelen politiek moeten worden afgedwongen; de uitverkoop heeft lang genoeg geduurd.
De tijd van vrijwillig en vrijblijvend moet maar eens afgelopen zijn.
Jazeker, er is al een begin gemaakt met wetgeving, ik weet het.
Maar zeg eens eerlijk, merkt u er al iets van?

Mieke

 

24 februari 2012
Aktie B&B

Trrrrrrrrrrrrrrrrrrrringg !!! Het harde geluid van onze bel schalt door het huis. Ik loop de trap af en doe de voordeur open. De vriendelijke man van Post.nl (of heet deze afdeling nog TNT?) grijnst me tegemoet. "Nee, het is deze keer niet voor de buren…".
Omdat ik zo goed als elke dag thuis ben, worden bijna dagelijks alle pakketjes voor de buren uit ons gehele blok bij ons afgeleverd. De bezorger weet dat ik er eigenlijk altijd ben en doet niet eens meer een poging bij de andere buren, hahaha.
"Het is voor u !" Ik hoef geen krabbel op het digitale scanapparaat te geven, kan het zo aanpakken. Ik bedank hem vriendelijk en sluit de deur.
Het weegt bijna niks en ik denk dat ik weet wat er in het doosje zit, want ik heb tenslotte zelf wat besteld gisteren. In de keuken pak ik een mesje uit de la, snijd het plakband los en maak het doosje open. Krantenpapier ontneemt me het eerste zicht, maar als ik het weg haal zie ik wat het is en ik glimlach. Heerlijk, hier kan ik blij van worden. In gedachten zie ik het resultaat al. Dat is niet zo moeilijk voor te stellen, want ik heb het eerder gedaan en dat was al best leuk uitgepakt. Ik krijg ook meteen zin om aan de slag te gaan.
Het aanrecht bedek ik met kranten, zet een pan water op het gasfornuis en haal uit de kamer nog twee flinke, zware dozen waarvan de inhoud netjes op kleur gesorteerd is. Dan pak ik de spulletjes uit het kleine, zojuist bezorgde doosje, haal het uit de verpakking, doe tot slot een schort aan, zodat ik kan beginnen met de voorbereidingen.

Wat ? Oh je vraagt je af wat er nou in dat pakketje zat ? Twee gietvormpjes en meters lont ! Ik ben van stompen en restjes kaarsvet nieuwe kaarsen aan het maken. Ik bewaarde zelf al enige tijd alle restanten van kaarsen en de grote waxinelichten, omdat ik het zonde vond om weg te gooien en het idee had opgevat dat ik dat best zou kunnen recyclen.
Toen echter de aktie voor B&B werd opgezet had ik besloten dat ik veel meer kaarsjes zou kunnen maken en de opbrengst ten goede van deze aktie kon laten komen. Daarom zette ik op Facebook een oproepje "Wie heeft er restjes kaarsvet voor mij?". Hierop kreeg ik meteen een boel reacties, vooral van mensen die nieuwsgierig waren naar wat ik ermee wilde gaan doen. Er waren er gelukkig ook die direkt hadden toegezegd om wat naar me op te sturen en inderdaad, binnen een paar dagen had ik de eerste doos binnen met daarin maar liefst tien kilo aan stompen en zelfs hele kaarsen en nog geen week later volgde een tweede doos van iemand anders. Inmiddels is er zelfs al een derde doos afgeleverd. Ook buren, kennissen en familieleden sparen driftig voor mij. Dat is fijn, want er gaat best nog wat kaarsvet doorheen.

Ik zet bakjes, glaasjes en diverse gietvormpjes op de krant op het aanrecht. Ondertussen staat er al kaarsvet te smelten, waarin ik de lonten prepareer voordat ze boven hun bakje of vormpje komen te hangen. Het is nog een heel gepriegel trouwens. Als het naar m'n zin is, kan ik het eerste laagje in de bakjes gaan gieten en laten opstijven. Het pannetje wordt uitgeveegd, eventuele plakkers van de stompen afgehaald en de volgende lading kan smelten. Laagje voor laagje, kleur voor kleur wordt op elkaar gegoten. Als ik een paar uur later klaar ben, ruim ik alles weer netjes op, zet de gegoten kaarsjes veilig weg en laat ze een hele dag afkoelen. Morgen haal ik alles uit de vorm en maak er een foto van. Dat doet het altijd leuk op Facebook, hihi, je moet het natuurlijk wel een beetje promoten, hè.

Klaar ben ik nog lang niet, want ik ben van plan om een aardige voorraad te maken in allerlei verschillende kleurstellingen, zodat er voor ieder wat wils bij zit. Op 29 april, op de GFNL-reünie, wil ik de kaarsjes te koop aanbieden en -zoals eerder gezegd- zal de opbrengst daarvan bestemd zijn voor B&B, die arme hondjes die allebei vele onderzoeken en een (dure) operatie hebben moeten ondergaan om hun leven weer draaglijk te maken.
En jullie, lieve lezers, kunnen daar jullie bijdrage aan leveren door nog meer stompjes en restjes te sparen en naar me op te sturen, of door straks lekker veel van die gezellige kaarsjes te kopen aan de kraam. Allebei mag natuurlijk ook !

Nicole


17 februari 2012
Goed voorbeeld doet volgen?


Dit is voor ons de eerste keer dat we twee honden hebben; voorheen hebben we altijd heel bewust gekozen voor één hond die het prima vond om als enige hond te leven. Onze Greyhound Max zou je geen plezier hebben gedaan met een vierpotige huisgenoot; deze rustige man veranderde in een grumpy old man zodra er serieuze aandacht en affectie werd gegeven aan een andere hond en o wee als ze teveel toenadering zochten. Een beetje kennismakend snuffelen, dat kon nog wel, maar rennen, spelen en laat staan een slaapplaats of een kluif delen, dat was toch echt te veel voor hem. Dat was bekend toen ik hem uit het asiel haalde en dat hebben we ook altijd gerespecteerd.

Toen we voor Paco kozen, was het voor ons ook belangrijk dat Paco geen hond was die perse een hondenmaatje nodig had om zich prettig te voelen. Ook hij bleek veel meer waarde te hechten aan menselijk contact binnenshuis dan dat hij het gezelschap opzocht van andere honden. Het grote verschil was dat hij er wel prima mee overweg kon, maar dat hij er geen echte behoefte aan had. Dus wij helemaal tevreden, want een tweede hond zat tot dan eigenlijk nooit in de planning.

Toen mijn ouders besloten om ook een hond te adopteren en Scott de allerbeste ren- / speel- / slaapvriend van Paco werd, zagen we plots in dat hij het wel heel leuk kon hebben met een andere hond. Buitenshuis had het zelfs een vrij goede uitwerking, want plots zagen we iets meer van Paco dan alleen het puntje van zijn krulstaart dat nog net boven een paar duinbosjes fladderde. Op dat moment besloten we om toch te gaan kijken naar een tweede hond, maar het moest wel voor zowel Paco als ons éxtra leuk worden, geen compromis!

In Sol leken we een prima huisgenoot te hebben gevonden, al spatten de vonken er bij de kennismaking nu niet bepaald vanaf. Zowel Sol als Paco hadden interesse voor alle geurtjes in de omheinde speelplaats, maar keken amper naar elkaar om na de eerste acherwerk besnuffelingen. Bij de wandeling samen deden zowel Paco als Sol gewoon hun ding. Sol probeerde zoveel mogelijk bij ons te lopen om te kijken wat we van hem wilden en Paco … tja, die speurde in de verte naar konijntjes. Af en toe werd er wel een korte blik naar elkaar geworpen, maar echt spelen, nee, dat zat er niet in. Uiteindelijk toch besloten om de keus te maken voor Sol, ondanks dat tussen de twee mannen zelf nu niet direct een vonk oversprong.

Op de terugweg schoof Paco zonder morren een stukje op voor dat zwarte harige monster wat zomaar in zijn auto meemoest en ook binnen reageerde Paco totaal niet jaloers toen Sol naast hem neerplofte, uit zijn drinkbak begon te drinken en knuffels kwam halen bij de baasjes die tot dan toe alle aandacht exclusief voor hem hadden gereserveerd.

Sol daarentegen zocht ook weinig toenadering tot Paco en heel even twijfelden we of het voor beide honden wel een meerwaarde had dat ze samen waren. Totdat ik opmerkte dat Sol al wel héél vlug de basisregels onder de knie had, zoals rustig liggen op je plaats tijdens het eten, zitten bij de deur, niet springen tegen de mensen en vooral … binnenshuis hoor je te relaxen en af toe even op te staan voor een knuffel en vooral niet om te blaffen naar voorbijgangers.
Buitenshuis werd het na het voorval met de aanstormende Maltezertjes opeens erg duidelijk dat er opeens tóch een soort verbondenheid was tussen de mannen; een groep overzelfverzekerde witte pluizenbollen besloot al keffend ten strijde te trekken tegen het zwarte Sol-monster, die helaas iets minder heldhaftig beschutting probeerde te zoeken achter mijn benen … Plots stond Paco met een zo breed - als - bij -Galgo's- mogelijk - is uitgezette borstkas voor Sol en liet duidelijk merken dat die kleine witte kudde niet op die manier welkom was bij Sol. Toen dit gevaar was afgeweerd, ging Paco doodgemoedereerd weer over tot de orde van de dag, terwijl Sol semi-bewonderende blikken wierp naar Paco, zeker toen die ook doodgemoedereerd langs de Verschrikkelijke Kliko's liep zonder een spier te vertrekken. In de volgende dagen trok Sol zich dus ook geen snars meer aan van die voorheen afschuwelijk enge afvalbakken …

Nu, na iets meer dan een jaar, kan ik zeggen dat er zich tussen deze twee een echte mannenvriendschap heeft ontwikkeld; vooral niet laten zien dat je om elkaar geeft door samen in één mand te gaan liggen, maar je merkt het aan andere zaken: waar de één rond drentelt, is de ander nooit ver weg. Komt Sol in zijn lompigheid een knuffel halen, dan zet Paco een stapje opzij om de zwarte reus wat ruimte te geven en gaat er daarna even goed voor zitten om zijn eigen knuffels in alle rust te ontvangen. Na het eten wordt standaard nog even van bak gewisseld om te kijken of de ander onverhoopt nog iets heeft overgehouden en buiten moet Sol altijd snuffelen waar Paco bezig is en andersom. Als Sol per ongeluk nog op de gang staat en de deur is dicht, dan blijft Paco nerveus trippelen totdat de roedel weer compleet is.

Het gaat dus goed met twee mannen; echte speelmaatjes zijn het niet, maar ze zijn op een andere manier onafscheidelijk van elkaar. Pas toen ik contact had met mensen van het asiel Scooby waar Sol vandaan komt, merkte ik eigenlijk hoe Paco Sol beïnvloed heeft. De mensen daar waren zo ontzettend blij dat Sol een eigen plekje gevonden had, want ze dachten dat Sol veel te onzeker en actief was om geplaatst te kunnen worden. Verbaasd mailde ik terug of we het toch écht over dezelfde hond hadden, want dat die onzekere hyperactieve hond op dat moment al 3 uur tevreden in zijn mand lag te snurken nadat hij met een stuk of vier honden heeft gewandeld op het strand. Uit Spanje werd gereageerd met opperste verbazing, maar toen ik meldde dat Sol nu samenleefde met een zelfverzekerde en goed-voorbeeld-spelende Galgo, viel het kwartje …

Sol heeft dus ontzettend veel gehad aan Paco, die hem heeft getoond dat je voor heel veel dingen niet bang hoeft te zijn en dat er vooral binnenshuis buiten het eten eigenlijk niets is waarover je jezelf druk hoeft te maken. En ook Paco is nu gelukkig met een vriend die toch wat tegen hem opkijkt én … die groot genoeg is om wel bij dat brood op het aanrecht te kunnen zodat ze er samen van kunnen eten …

Ik moet dus wel eens uitleggen aan vrienden en familie dat Sol índerdaad zo'n makkelijke lieve hond is, net als Paco, maar dat hij als voordeel heeft dat hij geen jachtinstinct heeft en dat hij dus prima los kan lopen, maar dat Sol zónder Paco waarschijnlijk een heel andere hond zou zijn, nerveuzer, angstiger en wellicht met wat verlatingsangst. Nu lijkt hij inderdaad de ideale hond maar ik besef terdege dat dit komt door de goede invloed van Paco! Hulde daarom aan alle "goede voorbeeld honden" die hun kennis weer doorgeven aan al die nieuwe, onzekere huisgenoten en opvangertjes. Zij doen een héél groot deel van het opvoedwerk!

Lonneke

 

10 februari 2012
Een aftands everzwijntje

Anderhalf jaar geleden hadden we geen hond, slechts katten. In de zomer van 2010 kwam een kriebelig poedeltje ons huis voorzien van hondse bevolking. We dachten dat daarmee onze korte carrière als opvanggezin wel was geëindigd. Maar Japie bleek niet zo honds als wel gedacht en werd langzamerhand ingeschaald bij de katten, waardoor we weer een hondloos huishouden waren. Dus kwam er een opvanghond, en een volgende en een volgende, zodat we nu met Galgo Omar het dozijn al gepasseerd zijn. Inmiddels woont Omar ruim vijf maanden bij ons, iets wat we niet voorzien hadden, want Omar is een geweldige kerel en ook nog eens bloedmooi. Geeft echter niet, want Omar is een bijzonder prettige huisgenoot, dus hij wacht hier maar mooi op zijn toekomstige baasje, hoe lang dat ook duurt. In het plaatselijke, Nederlandse asiel waar ik ook vrijwillig, blijven de kneusjes en behoeftige hondjes echter binnenstromen. Bovendien wen je wel snel aan twee honden in huis, euh pardon, één hond en een katse poedel. Dan kan er ook best een derde bij, voor eventjes, tijdelijk, vanwege spoed.
Want spoed was het, een vreselijk stinkbeest kwam het asiel binnen. Het leek in de verre verte misschien wel wat op een schapendoes, maar met een vreselijk ranzige vacht vol klitten en een gebit waar je in horrorfilms nog niet mee geconfronteerd wordt. Je hart breekt, als je bedenkt dat dit twaalf jaar oude mannetje zijn leven lang pijn, ongemak en last heeft gehad.

Amper een week nadat hij in het asiel binnenkwam, werd hij onder narcose bevrijd van zijn overjarige winterjas en een groot deel van zijn gebit. Het hondje dat eronder tevoorschijn kwam, leek een heel ander kereltje. De narcose viel hem wat zwaar en hij kwam niet zo vlot bij, bleef ook vrij lang koel. Dus wat doe je dan? Dan sleep je zo'n mormel mee je huis in. De stank was voor 90% verdwenen, aan de telefoon met Martijn jokte ik dat het helemaal weg was. Eenmaal thuisgekomen, bekeken we dit rillende, blote beestje met zijn als slagtanden uitstekende hoektanden. En we noemden hem Evert. We pakten al snel een kwijldoekje erbij, om de slierten kwijl van de grond, van de bank, van de hond af te vegen. We griezelden mee met de katten als Evert uit hun waterbak dronk, waarna we die snel met zeep en water omspoelden en verversten. Waarna Evert fijn weer dat verse water ging belebberen en we weer opnieuw konden beginnen. Niemand dronk water uit een door Evert aangeraakte waterbak. Na het drinken of na het eten, veegde ik zijn smoelwerk af met een van de inmiddels vele kwijldoeken, af en toe blijven hakend aan een slagtand.

Evert bleek een onvoorstelbaar lief, gemakkelijk, sociaal en prettig hondje. Hij verbeterde met de dag en na een fikse antibioticakuur en meerdere dierenartscontroles, mocht hij alvast een nieuwe baas uitzoeken. Everts bek was nog niet volledig genezen, maar dat gebeurt wellicht helemaal nooit meer. Een jarenlange, onbehandelde infectie en aantasting van het gebit is niet met een paar weken over. Zijn bek kan goed onherstelbare schade hebben geleden. We zochten dus een baas die een kwijldraad hier en daar niet zo erg vindt, die hem zijn door een anonieme weldoener cadeau gedane overall aan wil trekken in de huidige kou, die voer wil prakken, die af en toe naar de dierenarts zal gaan met hem en die vooral heel veel wil knuffelen met dat vreemde everzwijnmuiltje.


En die vonden we. Precies twee weken nadat we Evert in huis namen, vertrok hij naar zijn nieuwe (en laatste) huis. Hij heeft een gezellige hondenvriendin, alle vrijheid die hij maar kan wensen, een goede verzorging en bovenal gezelschap van gelijkgestemde zielen: een paar Kune Kune varkens met dezelfde slagtanden als hij. Wat zal hij zich thuis voelen.
Dus we huisvesten een jonge, prachtige, sociale, fijne, lieve galgoreu van 4 jaar al vijf maanden en we plaatsen een bejaard, verwaarloosd stinkmannetje binnen twee weken. Raar? Ja, misschien wel, maar wat is het fijn om te weten dat ook Evertjes nog een plek hebben om heen te gaan.
Dus van 1 naar 2 naar 3 en weer naar 2 honden. Best stil in huis nu ...

Debbie


3 februari 2012
Winter!


Wie had nog durven denken dat we uiteindelijk toch nog een winter cadeau zouden krijgen! Hoe kouder buiten, des te warmer is het binnen.
En mensen worden ook veel vriendelijker als het koud is, tijd genoeg tenslotte want haasten is gevaarlijk; wie uitglijdt kan zomaar iets breken. Dus maken we uitgebreid een praatje en hoor je het laatste nieuws van de buurt.
Wat zullen we eten, is ook niet langer een dagelijks terugkerend gepieker meer; het is boerenkool, erwtensoep of zuurkool! En vooral veel spekjes erdoor!

Ook zo prettig is, dat je de hele dag de dingen kunt doen die je echt leuk vindt; lekker veel tijdschriften doorsnuffelen, heel lang thee drinken, een vriendin bellen of gewoon een spannend boek lezen. Want meer is niet verantwoord, je zou een kou kunnen oplopen en dat willen we toch zeker niet? Dus helaas, dit is geen weer om ramen te lappen, om de schuur op te ruimen, het tuinpad te vegen, oud papier te sorteren of orde te brengen op zolder. Nee, nee, daar is het (lekker) véél te koud voor!
Zelfs de honden hebben ontdekt dat winterweer een ander dagritme vraagt: ’s ochtends vroeg snel in pyjama een plas, daarna gauw terug naar het warme mandje, dekentje er weer over en pas tegen elven, als het zonnetje schijnt, pas dan is het tijd voor de eerste wandeling! Met jasjes aan natuurlijk! (Ook Neva wil nu haar jas aan en dat wil zeggen dat het écht heel koud is!)

Eenmaal buiten vraagt iedereen of het drietal het nu echt niet koud heeft en dat het welverstandig is om ze een jas aan te doen want zo dik zijn ze tenslotte ook niet. Neeeee, ze zijn eerder aan de dunne kant hè maar dat hoort bij het ras toch? Dat heeft toch niks met Spanje te maken, zo horen ze toch? Ja, zo horen ze. Je kunt ook wel aan die dunne pootjes zien dat ze niet dik horen te zijn, dan zouden ze er doorheen zakken? Waar doorheen? Door die pootjes natuurlijk! Wat dacht je dan? Door het ijs natuurlijk! Lopen ze op het ijs dan? Neeeeee, dat vinden ze veel te koud aan de voetjes! Ach ja natuurlijk, dat zijn ze niet gewend vanuit Spanje! Zo is het, we lopen weer eens verder, van stilstaan krijgen ze het ook koud! Doet u dat, ik kan ze vandaag geen knuffel geven want met die jasjes aan blijft er nauwelijks een aaiplekje over! Tot ziens! U ook tot ziens!

Eenmaal weer thuis gekomen worden de jassen keurig met de binnenkant tegen de verwarming in de hal gehangen zodat het trio straks weer warm naar buiten kan.
Het is tijd voor koffie. Koffie met zo’n dikke plak ontbijtkoek met een dikke laag roomboter.
Dat hoort bij de winter. Voor de honden een dobbelsteentje vet, lekker vinden ze dat.
We lezen de krant, de katten kruipen op schoot en buiten vriest het! Nog steeds.
Geluk is nog steeds heel gewoon! Kan het niet zo zijn dat de winter daar speciaal voor bedoeld is? Eventjes niet jakkeren, eventjes rustig aan doen. De natuur rust uit, dat zouden wij ook moeten doen.
In ieder geval wens ik u allemaal een warm winters weekend met lekkere stamppot, stoofpeertjes, rijstepap met bruine suiker, glaasje port, glühwein, warme chocolademelk met slagroom erbij, verwen uzelf! Wandel enkele keren per dag met de hond, dat is gezond en blijf lekker doen wat u leuk vindt totdat de krokussen volop in bloei staan.
Pas dan is het tijd om de ramen te lappen, het tuinpad te vegen en al die andere onnozele klussen!

Mieke


27 januari 2012
(Geen) Inspiratie

De column die elke week op vrijdag op de site staat moet altijd op de maandag ervoor ingeleverd zijn. Da’s handig, want dan ben je er op tijd bij. En stel dat je even vergeten bent dat je alweer aan de beurt was en je levert niks aan, dan krijg je een herinneringsmailtje (en of je wel voort wil maken, haha). Over het algemeen komt het zover niet, omdat er meestal genoeg te schrijven valt en je dus soms zelfs al columns op voorraad hebt. Maar dan is het half januari geweest en val je tijdelijk in een soort gat. Te koud, nat of saai weer om eropuit te trekken, geen evenementen om naar toe te gaan, zelfs weinig spannends te beleven in huis. Ik kan wel gaan vertellen dat ik op de twee mooie dagen van vorige week lekker gefietst heb met de honden. Of dat Zaro bijna dagelijks de broodkast plunderde en zelfs het hangslot open wist te krijgen en we nu noodgedwongen de indeling van de keukenkastjes veranderd hebben, maar daar vul je geen hele column mee. Hoe is het mogelijk dat je in een huis vol herrie dan niks meemaakt wat echt de moeite van het opschrijven waard is? Echt totaal geen inspiratie hebt …. ?

Ik zeg het zuchtend tegen dochterlief (ze heeft een vrije dag en brengt me een kop thee bij de computer ). Ze kijkt bedenkelijk en gaat er even voor zitten. “Nou,” zegt ze ineens, “ik kwam gister in m’n kast een oud kussentje tegen waar nog haren op zitten van Frodo en Stoffel, mag je dáár niks over vertellen dan?” Hmmm, iets uit de oude doos … ja, waarom niet. Maar jeetje, Stoffel is al drie jaar dood en Frodo drieënhalf jaar, dus dat wordt diep graven in de herinneringen. Al babbelend met dochterlief komt er toch al gauw wat boven borrelen.
Dochterlief begint iets te vertellen: “Weet je nog toen we Stoffel net hadden?“ Ik weet precies wat ze bedoelt. We schateren het uit.
Als je eerst een teef hebt en er komt een reu bij dan is dat even wennen. Die zijn toch wel wat anders en sommigen hebben op nieuw terrein de eigenaardige gewoonte om dat te willen afbakenen. Een plas tegen de prullenbak, tegen een stoelpoot, ach het hoort erbij, je dweilt het op en verder niet moeilijk doen. Manlief had in die tijd een wens voor een nieuwe stereo-installatie. Dat vond ie wel een mooi verjaarskado. Ik vond dat onzin, want we hadden nog een goeie. Als deze stuk was, dan zouden we er weer es over gaan denken, maar nu niet. In de week daarna kreeg manlief een cd voor zijn verjaardag en besloot hem meteen op te zetten. Hij drukte op de aan-knop en er begon dadelijk van alles te stinken en te roken, maar de cd-speler deed verder helemaal niks. De stereo werd uit het kastje getrokken en oh gatver, hij plakte helemaal. Een beetje bruin/gele substantie kleefde aan de onderkant. Ook binnenin zat hetzelfde goedje. Het rook heel sterk. Bij nadere inspectie bleek het dus hondenpies te zijn en had Stoffel op die manier fijn kortsluiting veroorzaakt. Ook van de cd-toren die ernaast stond was de onderste helft onbruikbaar geworden. De cd’s waren dan nog wel goed, maar de hoesjes en bijbehorende boekjes konden zo de afvalbak in. Zo luchtig als ik er normaal over dacht zo boos was ik nu.
Er was echter iemand die totaal andersom reageerde, bijna letterlijk een gat in de lucht sprong …. Want ja, de innig gewenste nieuwe stereo mocht nu aangeschaft worden!

Jaren later, de honden waren inmiddels heel wat ouder geworden, kregen we te maken met nóg zo’n zeik-verhaal.
Stoffel was inmiddels een jaar of elf/twaalf, werd duidelijk krakkemikkig en -zoals oude mannetjes wel eens doen- druppelde hij vaak nog wat na. De dettolspray en keukenrol stonden altijd voor de grijp, dus verder geen probleem. Toch kregen we het idee dat hij echt incontinent begon te worden, omdat we hem steeds vaker ’s morgens in een kleddernatte mand aantroffen. Dan gingen de kussens en kleedjes in de was en Stoffel onde de douche. So far so good, maar hij had wel de naam van ‘ouwe stinkerd’ gekregen. Twee keer in de week een natte mand en hond wordt op den duur toch wel vervelend en de kinderen werden een beetje vunzig van hem. Tot we op een dag erachter kwamen dat het heel anders was dan wij dachten. Op een onbewaakt ogenblik betrapten we Frodo op heterdaad. Dochter en ik zagen háár in een mand piesen, waarna ze er ongestoord uit stapte en naar de mand slenterde waar Stoffel lag. Ze kroop bij hem in de mand en ging net zolang liggen wurmen totdat Stoffel er van narigheid maar uit ging en … in de natte mand ging liggen. We stonden perplex! Al die tijd hadden we hém eropaan gekeken, terwijl zíj de dader was. Arme Stoffel!



Nicole

 

20 januari 2012
HET ZAL WEL LOS LOPEN?


Een herinnering uit mijn jeugd, ik zal een jaar of negen zijn:
Ik zie nog net in de verte een bruine staart wegschieten tussen de bosjes om vervolgens uit het zicht te raken. Samen met mijn tante en moeder roep ik: “Boy, kom hier!” eerst nog een beetje lacherig, maar al snel raak ik in paniek. Onze hond Boy, niet een van de mooiste of slimste honden, maar wel de liefste, zou vast en zeker verloren lopen in het bos waar we aan het wandelen waren, een eindje van huis in onbekend gebied. Na een paar minuten werden de gruwelbeelden erger en erger en kwamen de tranen. Moeder en tante probeerden me te troosten, maar klonken zelf ook een beetje ongerust. Wat nu? Verder lopen of wachten? Zou hij de auto weten te vinden? Net toen de paniek ook bij de volwassenen zou toeslaan kwam meneer daar vrolijk de bosjes uitgerend, zijn kop onder het zand dat zeer waarschijnlijk van een konijnenhol afkomstig was en met een ogenschijnlijk toch iets opgeluchte blik in zijn ogen omdat hij ons weer had teruggevonden. De lijn ging weer aan en allen konden gerustgesteld naar huis!
Jaren later heb ik greyhound Max, die onder geen beding los kon lopen, omdat hij waarschijnlijk voor de illegale stroperij gebruikt was én gezegend met een enorme koppigheid en een chronische Oost-Indische gehoorbeperking.
Daarna kwam Paco; omdat ik boven alles ging voor de lieve, rustige aanhankelijkheid van de galgo binnenshuis, stond het los buiten kunnen lopen niet al te hoog op mijn wensenlijstje. Echter, toen ik las dat hij in zijn opvanggezin op veilig terrein los had gelopen en hij keurig terugkwam wanneer hij werd geroepen, begon mijn hart toch iets sneller te kloppen. Ik zag ons al buiten lopen terwijl om ons heen zo’n sierlijke hond dartelde, die af toe wat rondsnuffelde, maar dan snel weer naar ons toe kwam rennen.
Vol spanning lieten we Paco voor de eerste keer los op het strand. Met jaszakken vol lekkers en ons hart kloppend in onze keel maakten we de riem los op de verlaten zandvlakte. Paco keek om zich heen en … nam een enorme sprint! De bruin-zwarte vlek werd rap kleiner en ik kreeg een flashback naar het moment dat Boy wegrende. Slik. Plots werd het stipje weer groter en groter en al snel kon ik Paco steeds duidelijker zien die in een noodgang op ons af kwam rennen. Gelokt met een lekkere beloning kon ik hem weer in mijn armen sluiten. Tja … en nu? Toch maar weer losgelaten en manlief liep heel hard de tegenovergestelde richting op, enthousiast roepend en zwaaiend op het gelukkig nog steeds lege strand. Paco rende vrolijk mee en kwam vervolgens weer naar mij toe rennen. Wauw! Zo ging het super! Helaas zag hij vervolgens de duinen, nam een formidabele sprint, verdween binnen een paar seconden compleet uit het zicht en … dook net zo snel weer op, kijkend of wij er nog waren en ging snuffelen. Al ons geroep, gebedel en rare bokkensprongen ten spijt ging hij in negeerstand, net iets voor je uitdribbelend als we hijgend en puffend hem dachten te pakken te hebben.

De keren erop verliepen net zo … een flinke sprint, even terugkomen en daarna vooral veel gesnuffel op plaatsen die nog net binnen het zicht waren. Terugkomen deed hij wel, maar op zijn eigen tijd en voorwaarden. Met grote vriend Scott erbij ging het niet veel beter, want ook hij ging graag mee op onderzoek uit op plaatsen aan de rand van ons blikveld en net voorbij het bereik van onze stem.
Pas sinds de komst van Sol gaat het beter; plots kwam Paco direct terug na een lange sprint en bleef dichter bij ons in de buurt, af en toe contact zoekend met ons of met Sol. Hij leek het wel een stuk leuker te vinden zo, er werd volop gerend en gespeeld en na een minuut of tien werd er zowaar gewoon even meegelopen met ons.
Deze week liepen we in een voor ons nieuw en onbekend gebied, prachtig gelegen met aan één kant de Oosterschelde en aan de andere kant een brede sloot met daarachter een met draad afgezet stuk drassig land dat door de vele trekvogels werd gebruikt als rustplaats. Tussen de weg en het wandelgebied was een keurig hekje geplaatst waarop vermeld stond dat honden aangelijnd moesten zijn als er schapen liepen te grazen. We konden het hele gebied overzien (Zeeland is erg vlak …) en geen schaap te zien, dus we keken elkaar aan: “Zullen we …?” Omdat Paco zich zo keurig gedroeg op het strand, mocht hij op dit overzichtelijk stuk ook wel los. Even had hij niets in de gaten, maar al snel dartelde hij vrolijk rond. Twee keer sprintte hij weg, maar toen hij het lage dijkje overging en besefte dat hij ons niet zag kwam hij als een speer terug. We waren stiekem een beetje trots, kijk ons nou eens lopen met twee van die keurige honden! Dat was dus echt de goden verzoeken, want plots zag Paco een iets smaller stukje bij de sloot, nam een sprong, belandde half in het slijk, krabbelde de kant op en kroop onder het draad door naar het vogelgebied en dook vol overgave het eerste het beste konijnenhol in. Oeps … We keken elkaar aan, riepen hem, maar wisten eigenlijk al dat dit een verloren zaak was. Doorlopen zou de enige mogelijkheid zijn, zodra hij zou merken dat we uit het zicht dreigden te raken, zou hij heus wel terug proberen te komen, maar lukte dat ook met die sloot en die draad? Wat ook niet hielp was dat een nieuwsgierige wandelaarster stond te kijken naar Paco; dat ze ook beter kon doorlopen leek ze niet te begrijpen. Zuchtend ging manlief dus maar richting sloot, op de voet gevolgd door Sol. Met dezelfde techniek als Paco bereikten ze beide (bijna!) de overkant en werd de onverlaat aangelijnd en met een verlangende blik richting konijnenhol meegenomen naar de andere zijde, waarbij ze gedrieën wederom een onvrijwillig modderbad namen en al druipend naar de auto sjokten. We hebben maar niets gezegd …

Thuis ging manlief vrijwillig onder de douche en werden Paco en Sol onder stil protest gewassen en te drogen gelegd bij de kachel.
Helaas … geen loslooppartijen voor Paco meer, behalve op het strand. Sommige dingen kan je niet afdwingen …
Gelukkig is er Sol nog; die loopt gewoon overal los mee, maar die loopt soms weer zó voor je voeten, dat je moet oppassen niet te struikelen. Pas dus maar op met wat je wenst …

Lonneke

 

13 januari 2012
Kriebelbeestje


Het is anderhalf jaar geleden dat ik een piepklein en stekeblind poedeltje uit de donkere en gure asielkennel plukte, Japie. Ik had net mijn eerste pleeghondje afgegeven aan zijn nieuwe baasjes, een piepklein en stekeblind jack russeltje. Het opvangen was goed bevallen en we hebben met dit eerste opvangertje ervaring opgedaan met blinde ‘kipjes’, dus dan moet zo'n poedeltje ook wel lukken. Een mooie en dappere instelling, wat waren we nog jong en naïef.
Japie doet niet aan hondenmandjes. Een wollig en zacht kattenmandje is tot daar aan toe, liefst met nog een extra dekentje erin, maar eigenlijk hoort een Jaap op schoot. Continu en comfortabel. Waardoor ik een houten kont krijgt van het zitten op het puntje van mijn bureaustoel en er uit Martijn’s kamer af en toe een luide vloek komt, omdat Japie zit mee te typen en een enge toets raakt. Wat halen we ons ook in het hoofd? Die handen zijn niet bedoeld om te typen, ze zijn bedoeld om te aaien, en specifiek om Jaapjes te aaien. Die hebben dat nodig.
Bezoek wordt naar de bank gedirigeerd en in een zittende houding gedwongen, zodat Japie bezit kan nemen van een leentroon. Af en toe wat anders blieft hem namelijk wel. Dat wij vervolgens geen woord meer uit ons bezoek krijgen en hulpeloos toezien hoe er met glimmende oogjes naar de wollebaal op schoot wordt gekeken en gehypnotiseerd in dat vachtje wordt gekriebeld en gefrunnikt, daar hebben we nog geen oplossing voor gevonden. Bezoek moet nu getweeën komen, zodat we in ieder geval één sprekende persoon hebben. Af en toe komt er uit het niet-sprekende slachtoffer een "moet je eens voelen, die krullen!". Japie hangt ondertussen verrukt achterover, waardoor wij af en toe moeten waarschuwen dat de poedel bijna van schoot valt.
In de dierenwinkel kom ik met een Jaap op mijn arm naar binnen, waarna de eigenaresse van de winkel met gespreide armen op me afkomt. Een warm welkom, zeker, maar het is de bedoeling dat ik Japie woordeloos afsta en mijn boodschappen zo langzaam mogelijk ga uitzoeken. Klanten worden ondertussen niet meer geholpen. Kirrend en zoenend worden uiteindelijk mijn spullen afgerekend en dan kan ik met een beetje geluk Japie weer meekrijgen. Alleen langs de winkel lopen is ook gevaarlijk. Er klinkt soms een verlangend "Japie!", ook uit de flatwoningen erboven. Dat Japie in de vijver is gevallen maanden en maanden geleden gaat nu nog steeds als een lopend vuurtje rond. Martijn loopt dan met zijn hoofd gebogen snel door. Althans, zo snel als het gaat met een blind poedeltje en zijn betonnen karakter.
In het voorjaar kreeg Japie jeuk. Verrek, vlooien? Nee, voedselallergie, pollenallergie, grasallergie? Een langdurig en oneindig traject van uitproberen, doktersbezoeken en diëten, hulpmiddelen en medicijnen begint. Japie is duidelijk een poedeltje dat zijn ongemak luidkeels laat blijken. Gejammer, gepiep, gekerm, gesmak, gezucht, gelik, gepruttel. En als hij zich met zijn achterpoot eens lekker achter zijn oor wil krabben, zelfs oorverdovend gegil. Want wie doet hem toch zoveel pijn aan zijn snoet! Welke bruut krabt daar zijn tere huidje tot bloedens toe open en stopt zelfs na zijn luidruchtige smeekbedes niet! Japie zelf is zijn grootste vijand en zijn zieligste slachtoffer. Sip sjokt hij na zo'n aanval door het huis, oortjes hangend en oogjes treurig, af en toe op drie poten om met de vierde in het rond te zwaaien, in een dreigende krabbel.
Iedereen die we tegenkomen lacht vertederd naar dat kleine krullenbolletje. Iedereen is verrukt van dit aandoenlijke wezentje. Hebben?

Debbie

 

6 januari 2012
Code knus!

Ik word wakker van de storm die om het huis raast. Regen klettert hard tegen de ruiten.
Ik kijk naar buiten en zie hoe de takken van de bomen heen en weer zwiepen.
Het stormt! En niet zo flauw ook!
De radio meldt dat code oranje is afgegeven. Verbaast me niets. Want het gaat steeds harder tekeer. Paul doet zijn best om de honden enthousiast te maken voor een ochtendwandeling en met veel moeite krijgt hij ze, met jassen aan, mee naar buiten.
Ze zullen wel snel weer thuis zijn!

Ik hou wel van dit weer en het maakt de keuze, wat zullen we op deze vrije dag gaan doen, erg gemakkelijk….we blijven gewoon binnen, we blijven lekker thuis!

Dus een uitgebreid ontbijt want we hoeven ons niet te haasten, de hele dag is van ons!
Honden liggen voor de kachel, de katten zitten op de vensterbank en volgen de regendruppels die langs de ramen naar beneden glijden.
Daar past een Mozart muziekje bij! Gezellig!
Buiten zie ik mensen naast hun fiets lopen, paraplu’s vliegen de lucht in en fladderen stuurloos verder met de wind mee.
Om 14.00 u is het al zo schemerig dat we lampen aandoen. Ook de kerstboom die er nog staat. Wij zijn niet de enigen, ik zie in de straat overal kerststerren, kransen en slingertjes voor de ramen branden. Intussen doen regen en wind hun best om de sfeer nog extra te verhogen en zetten de turbo knop aan.
Al snel is er niemand meer op straat te zien.

Het KNMI meldt dat wind en regen tegen de avond nog heftiger zullen worden.
Code oranje blijft de komende 48 uur van kracht; er kunnen windstoten komen van 120 km per uur! Alle gemalen in Friesland draaien op volle toeren.
Gelukkig wordt er nergens over code rood gesproken, de situatie blijft dus vooralsnog beheersbaar.

We lezen een boek, drinken thee en kijken naar buiten. De uren verstrijken en het is knus binnen. Veilig ook. De diertjes doezelen op hun kussen en luisteren mee naar de hoornconcerten, dit is genieten!
Een kop erwtensoep erbij maakt het helemaal compleet.
En buiten loeit de storm steeds feller en harder.

Wat jammer dat deze storm niet 3 dagen eerder is gekomen; dit weer is immers dé oplossing voor alle problemen rondom Oud&Nieuw!
Diervriendelijker weer op 31 december kun je niet verzinnen. Dit hondenweer zal menige gillende keukenmeid direct de mond snoeren, zelfs nog voordat ze die heeft open gedaan!
Zo’n storm op oudjaar is ideaal en zorgt pas écht voor een rustige jaarwisseling. De 10 miljoen schade hoeven de verzekeringen niet uit te keren. In plaats daarvan kunnen ze een schenking doen aan goede doelen. Daarbij komt nog het voordeel dat vuurwerk minder verkocht zal worden; het heeft immers geen nut om in de regen iets af te steken.
Bovendien blaast de wind knallers en knalfiguren gewoon de lucht in, dus totaal zinloos je buiten te begeven. Beter dus om geen vuurwerk te kopen en dat betekent dat er 65 miljoen vrij te besteden valt! Nou, we moeten maar eens goed nadenken wat we met zo’n bedrag allemaal zouden kunnen doen! Heel veel mooie dingen, dat is in ieder geval zeker. Ik word steeds enthousiaster, dit moet te realiseren zijn!
Eens even kijken, hoe gaan we dat organiseren:
Iedereen die gewend was om vuurwerk te kopen stort dit bedrag op een nieuw te openen gironummer 3112! Opbrengst 65 miljoen.
Verzekeringsbanken storten een gedeelte van niet uitgekeerde schade: 5 miljoen. (de andere helft mogen ze houden anders doen ze niet mee vrees ik)
Totaal in kas: 70 miljoen.
Rijkswaterstaat gaat op 31 december 2012 met grote windmachines de zee op om een storm op te wekken. Kosten: 5 miljoen. Daar moet je een leuk stormpje voor kunnen laten razen, toch? Blijft over: 65 miljoen
Dan gaat het als volgt:
De uitgelokte storm nadert tegen de ochtend van oudjaar de kust en vóór 10 uur ’s ochtends geldt in heel Nederland buiten code oranje.,
Binnen is het code knus-voor-iedereen; politie, ambulancepersoneel, brandweermannen, allemaal hebben ze vrij want er gebeuren geen nare dingen. Iedereen zit immers lekker binnen en speelt Rummikub of Triominos of gewoon Oudhollands Ganzenbord.
Op Nieuwjaarsochtend is de storm voorbij en radio en televisie maken bekend waar het prachtige bedrag van giro 3112 aan wordt besteed.

Ik vind het een goed plan, denk dat we dit maar eens moeten regelen.
Win-win situatie voor alle partijen.
Gelukkig Nieuwjaar!

Mieke


 

30 december 2011
Achterban


Vrijwilligerswerk is dankbaar werk. Het is iets wat je uit liefde voor een bepaald doel doet. Voor andere mensen, een instelling, sport- of hobbyclub, of -zoals wij- voor honden.
Als ik met andere mensen hierover praat, merk ik dat het vaak erg onderschat wordt. Men beseft niet dat we er dagelijks mee bezig zijn. En dat het je zelfs wel een paar uur per dag aan tijd kost. Ieder van ons onderhoudt regelmatig contacten met bijvoorbeeld toekomstige adoptanten, opvanggezinnen, donateurs of contactpersonen in Spanje.
Men realiseert zich ook niet dat er heel veel aan vooraf gaat voordat een hond daadwerkelijk bij zijn nieuwe baasje(s) is. Vragenlijsten, intakegesprek, onderling overleg tussen de adoptieconsulentes, huisbezoek, reserveren van een hond in Spanje, transport regelen, contact met de adoptant, hond ophalen, adoptiecontact tekenen.
En bij honden die in de opvang gaan, gebeurt nagenoeg hetzelfde, behalve dan dat er vooraf veel tijd gaat zitten in het uitzoeken van de hond die het het hardst nodig heeft om naar NL te komen en er een beschikbaar opvanggezin gevonden moet worden (die evenals adoptanten helemaal gescreend zijn), er een opvangcontract getekend wordt en je daarna regelmatig wil weten hoe het met de opvanghond gaat. Je hebt ook graag dat er steeds nieuwe updates en foto’s op de site komen te staan, om de hond te promoten.
Maar ook als er een hond geadopteerd is, dan bieden we nazorg in de vorm van een mailtje of telefoontje om te vragen hoe het gaat. En niet zomaar één keer, maar soms zolang als iemand de hond heeft. En als er (kleine) problemen zijn, proberen we ze in overleg op te lossen.
We zijn een hecht team en doen naar alle eer en geweten ons best voor de dieren die niet voor zichzelf op kunnen komen.

Wie nu bedenkt dat wij met z’n allen goed werk doen, heeft het helemaal bij het rechte eind, maar …. Weet je, we doen dit niet alléén. Ieder van ons heeft natuurlijk ook een partner en/of kinderen of een goede vriend(in) of andere betrokken mensen. En deze mensen moeten ook maar eens in het zonnetje gezet worden!
Zonder onze partners (zo noem ik het voor het gemak maar even), zouden we niet kunnen doen wat we doen.
*Partners passen op onze eigen honden als we er op uit moeten voor een huisbezoek of het ophalen van een hond.
*Partners gaan soms zelfs mee op huisbezoek of om een hond op te halen. Vooral als het wat verder weg is om te kunnen autorijden of als we verwachten dat het een wat lastiger situatie/gesprek is (twee horen meer dan één).
* Partners brengen of halen soms spullen.
*Partners ‘moeten’ het maar accepteren als er een opvang- of logeerhond in huis komt.
*Partners helpen met opbouwen en afbreken van stands of muziekinstallaties of staan bij de hekken als er een clubdag is.
*Partners moeten ons regelmatig missen als we –heel ongezellig- weer achter de computer kruipen, een lang telefoongesprek voeren of de deur uit vliegen.
*Partners luisteren naar onze verhalen of problemen. Denken soms mee voor een oplossing.

Kortom, zonder de support van onze naasten kunnen wij niet. Dus daarom …

DANK JULLIE WEL DAT JULLIE ER ALTIJD VOOR ONS ZIJN !!!

Nicole

 

23 december 2011
Eindejaarskriebels

Het mag een wonder heten … vanaf het begin van dit jaar dat ik een column schrijf is het me iedere keer gelukt om op tijd een schrijfseltje aan te leveren. Tot nu … Aan inspiratie geen gebrek (over de belevenissen van de veestapel hier kan ik dagenlang twitteren, facebooken, what’s app-en enzovoort), maar ditmaal kreeg ik een herinneringsmailtje, waar mijn column toch blijft ... Mijn column? Ehhh … verdorie, door alle feestjes, verjaardagen, post-Sinterklaas- en pre-Kerstperikelen is deze er helemaal bij ingeschoten.
Snel achter de laptop dan maar! Even bedenken … waar kan ik het over hebben? Nou, misschien kan ik even terugblikken op dit jaar en vooruitblikken naar 2012, het is tenslotte de tijd van bezinning, dankbaarheid en goede wensen!
Al terugdenkend besef ik weer eens hoe snel de tijd is gegaan, vorig jaar rond deze tijd lag Paco bij de open haard voor zijn eerste kerst bij ons thuis en lag ik met verbazing te kijken naar hoe dicht een hond bij de kachel kon gaan liggen zonder dat hij zou verbranden, terwijl ik Saar de kat wat exclusieve schoot-aandacht gaf. Als ik nu opkijk zie ik Paco op zijn bekende plekje voor de haard zitten soezen, maar zie ook een grote, zwarte, sullige en uiterst lieve Sol tevreden gestrekt in zijn “customized” mand liggen. Goh, hij is hier al bijna negen maanden en hij is, mede door Paco, ook zo geweldig aangepast. Hij is niet meer weg te denken, deze lobbes! Net als Paco kreeg hij na een maandje of zeven een soort supersnelle variant van uitgestelde pubertijd; waar het bij Paco een weekje of drie vooral draaide om “Hoe kan ik zoveel mogelijk eetbare en niet-eetbare dingen in mijn bek stoppen”, bij Sol uitte het zich in … piepen! Nu was hij ook een dagje niet lekker, een beetje verhoging en wat hangerig, maar meneer vond zichzelf erg zielig! Dat uitte zich in meelijwekkende blikken die onze kant op werden geworpen, proberen op schoot te kruipen en vooral heel veel ongelooflijk hoge tonen die uit dat ogenschijnlijk stoere lijf komen. Eerst toch wel ongerust, maar al snel bleek dit een klassiek gevalletje “aanstelleritis” te zijn. Hij at goed, hij rende, speelde prima, maar hij wilde gewoon heel veel aandacht, ook toen zijn beetje-ziek-zijn al lang weg was. Dus overgestapt op standje “negeren” en jawel … na vier dagen tandenknarsen van onze kant uit en onrustig slapen met gespitste oren (“Hoor ik daar weer wat piepen?”) was het leed al weer geleden!
Wat hebben we toch een geluk gehad met deze twee Spaanse kanjers; geen onoverkomelijke trauma’s, geen rare gewoontes, brandzindelijk, vriendelijk …
Terwijl ik dit typ, aai ik met mijn andere hand een nieuwe schootligster, die haar genoegen kenbaar maakt door hard te spinnen, fanatiek te trappelen en en-passant een jaloerse blik op de laptop te werpen. Ik denk terug aan Saartje, die precies zo kon kijken en die veel te vroeg is ingeslapen. Nu ligt daar Mauw, een grote zwart-witte zeer relaxte asielkat, die een paar weken na het overlijden van Saar bij ons is komen wonen. Een hele andere kat om te zien dan Saartje, maar net zo lief, makkelijk, aanhankelijk en nieuwsgierig als haar geliefde voorgangster. Met haar is de beestenboel weer compleet en ook zij is zonder problemen geïntegreerd.
Met enige verbazing kijk ik naar onze kerstboom, die misschien een beetje vreemd gedecoreerd is, want het onderste 1/5 deel heeft verdacht weinig versiersels. Hij staat er nog in vol ornaat! Dat versieren is bewust zo gedaan, want omdat het voor zowel Sol als Mauw de eerste kerst is en ik Sol’s appeltjesactie nog vers in gedachten heb, leek het me wel verstandig om even te kijken hoe dit zou verlopen. (ehh ... die appeltjes? Net in de week dat Sol het spelen had ontdekt en als een kind zo blij was met zijn balletje, waren ook onze 6 gekoesterde appeltjes aan het kleine boompje bijna rijp om in de appeltaart te belanden. Toen kwam Sol op het lumineuze idee om die rondzwiepende balletjes-look-a-likes óók te apporteren en … hmmm … deze zijn éétbaar ….!!) Maar ach, ook bij de kerstboom heb ik ze weer onderschat, de enige die iets te lijden heeft is Jozef uit de kerststal, die door Mauw omver is geduwd omdat ze dan lekker ligt bovenop kindeke Jezus in het kribbetje … (zoals gezegd: ze heeft zich prima aangepast hier tussen al die luie Spanjaarden!)
En verder bracht het afgelopen jaar ons veel wandeltochten, een heerlijke vakantie met de honden, diverse blunders (vaak ook mét en veelal dóór de honden …) en niet te vergeten het uiterst verbazingwekkend scala aan slaaphoudingen die vol verve werden uitgevoerd door Paco en Sol, begeleid door indrukwekkend gekreun en gesnurk.
Ja, voor ons was 2011 uiteindelijk weer een goed jaar, met uitschieters naar boven en naar onder. Verdriet en blijheid liggen dicht bij elkaar en dat is denk ik ook zo geweest voor iedereen die betrokken is bij deze stichting. Er zijn geweldig grote, hartverwarmende acties geweest en kleine persoonlijke initiatieven. Helaas ook een hoop leed, verdriet dichtbij en op afstand. Meeleven en meelijden met mens en dier met soms een slechte afloop, maar gelukkig ook met happy endings.
Hopelijk slaat uiteindelijk de weegschaal altijd weer door naar de positieve kant!
Dus daarom, voordat ik het vergeet (…) bij deze de allerbeste wensen voor iedereen, dat 2012 maar een geweldig jaar mag worden!
En voor mij? Ik ga de agendafunctie op mijn nieuwe telefoontje gebruiken om me op tijd te laten herinneren aan het schrijven van deze column … dat is, als ik nog weet waar ik mijn telefoontje heb gelaten … Oeps, die ligt nog op mijn werk! Hè verdorie, dit zijn geen eindejaarskriebels, dit is oudjaarsdementie!

Fijne dagen allemaal!

Lonneke

 

16 december 2011
Max, de favoriet

Als vrijwilliger in een plaatselijk dierenasiel heb ik wel eens een favoriet, of meerdere favorieten. Aangezien er nu veertig honden in het asiel zitten, heb ik tot aan veertig favorieten. Ik heb mijn voorkeuren voor ras allang aan de kant gezet, ik heb door honderden asieldieren geleerd hoe elk dier zijn eigen waarde en leukigheid heeft. Soms zit er een favoriet tussen die echt niet in je huishouden zou passen. Die zou je poedel eten als ontbijt en elke kat als een tussendoortje. Alhoewel Poemba misschien wel als een heel diner zou tellen. Maar soms heb je er eentje die niet alleen je favoriet is, maar die ook nog eens prima in je huishouden zou passen. Sociaal naar mens en dier. Max is zo'n hond.

In augustus is Max samen met twee teefjes en zestien puppies uit een vervuild huis gehaald. De pups waren drie maanden, mager, vies en bang. Zij gingen naar verschillende pleeggezinnen voor nog even wat fatsoenlijke liefde en zorg, voordat zij door definitieve baasjes geadopteerd konden worden. De drie volwassen honden kwamen bij ons in het asiel terecht, waar ze ons duidelijk vertelden dat ze het een vreselijk enge situatie vonden. Allemaal vreemde mensen, die ook nog eens een riem om je kop willen doen, doe maar niet, vonden ook mama's Lola en Daisy. Het duurde een weekje voordat ze ontdooiden. Die bak voer twee keer per dag was toch wel heel gezellig. En al die koekjes tussendoor ook. Op den duur lukte het ook ze aan de riem te doen en mee te nemen naar ons omheinde speelveld. Lola was al snel een gezellige dame, Daisy was een beetje minder snel ontdooid, maar vooral Max bleef iets langer schuw. Na een paar weken wennen aan de riem en kilo's lekkere beloningshapjes later, is Max een grote knuffel. Heerlijk vindt hij het, om tegen je aan te hangen, geaaid te worden, rond te rennen, mee te lopen. Mannen blijft hij wel een beetje eng vinden.
Zaterdag: op een zaterdag komt er een leuk gezin na een lange reis het asiel binnengestapt voor een ontmoeting met Max. Het klikt, iedereen is blij en Max mag mee. 's Avonds hoor ik dat hij al snel ontsnapt is, heel snel zelfs, op een tussenstop een half uur van het asiel. Hij is om negen uur 's avonds nog gezien bij een visvijver. We hebben diezelfde avond twee uur lang door de motregen gelopen met een zwak zaklampje. Geen Max te zien.
Zondag: 's ochtends ga ik naar de visvijver met een andere vrijwilliger van het asiel. Een flinke herfststorm teistert het land en onze zoektocht. We zien geen hond, letterlijk en figuurlijk. Welgeteld drie mensen hebben we aangesproken en op de hoogte gesteld van de vermiste hond. We gaan later terug naar het asiel om een poster te maken en uit te printen. Door staking van de printer en het heel slechte weer, waarin we toch geen mensen denken tegen te komen, besluiten we pas maandag posters te gaan ophangen en uit te delen.
Maandag: Max wordt gezien in de woonwijk, vlakbij de plaats waar hij is weggelopen. Zijn riem bungelt nog steeds aan zijn halsband. Goed nieuws, want hij is ok en hij blijft in de buurt. Later in de ochtend wordt hij gezien op een brug langs een gevaarlijke weg. We snellen er met drie auto's op af en een van ons ziet Max op een akker lopen. We verliezen hem weer uit het oog. Aan het einde van de dag wordt hij gezien op een andere brug bij een andere gevaarlijke weg, maar we vinden hem daar niet.
Dinsdag: terwijl we aan het flyeren zijn in en rond de woonwijk, krijgen we een melding dat Max is gezien midden in diezelfde woonwijk. We zijn er slechts minuten van verwijderd, maar eenmaal ter plaatse met twee teams sterk en een loopse Lola, zien we geen Max.
Woensdag: er komen helemaal geen meldingen binnen. Hoe kan dat nou, hij blijft toch in de buurt? Hoe kan niemand hem nou zien? Zou hij met zijn riem vastzitten ergens, zou hij aangereden zijn? Een dag flyeren levert niets op.
Donderdag: 's ochtends word ik wakker gebeld met een melding van Max. Hij is gezien bij een brug in de woonwijk, weer vlakbij zijn wegloopplek. Martijn en ik schieten in de kleren, gooien de honden in de auto en gaan op pad. We kennen de wijk inmiddels als onze broekzak en zijn snel ter plaatse. Martijn stopt, laat me midden op de weg uit de auto en gaat verderop draaien. Ik loop naar een stukje grasveld, het enige stukje dat ik van dat punt niet kan overzien en als ik eenmaal wel de berm in kan kijken, zie ik daar een bevend stukje bruin verdriet. Een natte, koude Max, inclusief riem. Ik loop blij op hem af en roep zijn naam. Max staat op en draait zich om alsof hij het weer op een lopen wilde zetten. Hij kent mij goed, maar zit zo in vluchtmodus dat het niet tot hem doordringt. Ik ga wat stappen achteruit en begin een kalme benadering. Ik gooi handenvol lekkers naar hem toe en blijf tegen hem praten. Max blijft zitten, maar wil niet eens naar me kijken. De laatste meters kruip ik op handen en voeten in zijn richting, totdat ik het uiteinde van zijn riem kan pakken. Max besluit dat dit het einde is van zijn avontuur en bukt zich om wat van mijn rondgestrooide voer op te pakken. Hij is opgelucht, hij kan zich weer ontspannen. Wat een adrenaline schiet er door je lijf op dat soort momenten. Ik hang direct nog twee riemen om Max en klik hem aan mijn heupgordel. Ik loop als een hysterische kip rond te roepen dat ik hem heb, en krijg een meewarige blik van voorbijgangers als beloning. Geeft niks, want ik heb hem echt. Dagenlang heb ik getuurd naar bruine vlekken in de verte. Een kraai, een verdord dennetje, een Duitse Herder. Alles heb ik toegeroepen: 'Max!'. Dat ik hem nu in mijn handen heb kan ik bijna niet geloven, ik hou alle riemen stevig in mijn vuisten vast. Martijn stapt uit met Omar en Japie, om even kennis te maken. Max moet namelijk mee in de auto. Iedereen vindt elkaar lief, dus we kunnen instappen. Max heeft van rotte vis geleefd, in baggersloten geslapen en zich vermaakt met koeienvlaaien zo te ruiken, maar daar zijn we even niet mee bezig. In de auto bel ik naar het asiel en de hondenverzorger dat ik hem heb. Ik bel en sms andere zoekers en we gaan op weg naar het asiel. Tijdens de terugrit kijk ik telkens even naar Max om te kijken of ik wel de juiste hond heb gevangen en of ik niet per ongeluk dat ene verdorde dennetje heb ingepakt. Ik zie en ruik Max toch echt zitten, dus ja, ik heb hem!

Op het asiel staat er een welkomstcomité klaar. Ik zeg, ineens een beetje in paniek, dat ik hem nog niet los wil laten, dus we gaan naar het stevig omheinde speelveld, waar Max dan eindelijk bevrijd mag worden van zijn riemen. We halen Daisy op, zijn vriendin. Max is weer snel de oude, zijn staart krult weer mooi omhoog. Hier ken ik het, hier is het veilig. Na een uurtje koffiedrinken en telkens herhalen hoe hij toch gevonden is, zet ik Max in zijn vertrouwde kennel, waar hij een warme deken heeft en een bak licht verteerbaar voedsel. Hij stort zich op zijn voer en ik laat hem met een blij hart achter. Ha, hebbes. Een zaterdag later doen zijn nieuwe baasjes opnieuw een poging hem veilig naar zijn nieuwe huis te vervoeren en dat lukt. Met spanning wachten we op dat ene berichtje dat iedereen veilig is aangekomen. Het komt, Max is veilig aangekomen en hij voelt zich op zijn gemak.
De dag erna word ik van mijn roze wolk gegooid door het rampzalige nieuws dat Pinko, een wonderschoon en engelachtig lief, wit Podencootje is ontsnapt en aangereden. Het blije nieuws over Max wordt overschaduwd door de dood van een heel bijzonder schepseltje, dat gemist zal worden door heel veel mensen.
Een glimlach voor Max, tranen om Pinko.

Debbie


9 december 2011
Blijft over … een krasje

Gisteren is Neva voor de laatste keer bij de dierenarts geweest; de hechtingen zullen vanzelf oplossen en ze hoeft niet meer terug te komen.
Dus verband, zalf, rompertjes, alles is weer opgeborgen en hopelijk hebben we dit voorlopig ook niet meer nodig!
Van mijn exclusieve bloesje was niet veel meer over. Paul heeft het weggegooid en ter herinnering de knoopjes eraf geknipt, in een doosje gedaan en als surprise in mijn schoen gelegd. Humor zit in kleine dingen, ja toch?
Ik zou willen dat ik had kunnen zeggen dat hiermee de zaak was afgesloten en dat alles weer was zoals het was.
Helaas is dat niet zo, ze hebben er alle drie een flinke kras op hun zieltje aan overgehouden. Uitgaan is niet meer leuk, zelfs niet voor Paul.
Hij loert voornamelijk op alle honden die ze tegenkomen en wat hun plannen zijn.
Wat missen we Mohr, hij zou ondanks alles, gewoon zoals altijd, voorop hebben gelopen. Zich van niets of niemand iets aantrekkend.
Neva heeft het meeste last van alles wat er is gebeurd; ze is weer extreem bang en schuw. Zo sneu om te zien dat alle vertrouwen weer weg is. Zo durft ze niet uit haar nieuwe bak te eten, elke verandering is weer eng voor haar.
Haar quality-time ‘s avonds is ook vervallen. En natuurlijk is het niet bevorderlijk dat Paul ook minder relaxed is.
Hij durft het niet meer aan om haar los te laten.
We hadden nooit kunnen vermoeden dat deze twee bijtincidenten zo’n impact zouden hebben. En de belangrijkste vraag op dit moment is: hoe komen we hieruit?
Optie 1: kies een nieuwe uitlaat route!
Optie 2: niet wijken, niet bang zijn, gewoon het vertrouwde rondje lopen.

De keuze werd optie 1; een gebied waar honden aangelijnd moeten blijven. Dat beperkt de risico’s! Niet helemaal natuurlijk, want sommige mensen vallen buiten elke wet.
En de opmerking: “Hij doet echt niks hoor!” heeft voor Paul geen enkele waarde meer en dus is steevast zijn antwoord: “U moet hem aanlijnen, nu onmiddellijk!”
Kort gezegd, het uitlaten is een onaangename bezigheid geworden waar niemand meer de lol maar enkel nog het nut van inziet.

Totdat zoonlief met Bonita op bezoek kwam. Wij hadden een afspraak en hij zou oppassen.
Van Boontje kan ik zeggen dat zij dikke vrienden is met de hele wereld. Haar zelfvertrouwen is groter dan groot, ze huppelt onbevangen naar elke hond en speelt met iedereen. Nadat we allerlei instructies over uitlaten, eten geven enz. hadden verteld, zijn we vertrokken. Achteraf realiseerden we ons pas dat we ‘Optie 1’ niet hadden verteld.
Nog maar even bellen dan? Ach nee, laat maar, hij weet dat ze bang zijn.

Niet lachen, we hebben zelfs regelmatig gecontroleerd of we een berichtje hadden ontvangen over eventuele problemen. Hoe diep kan een kras op je ziel zijn?
Weer thuisgekomen was de eerste opluchting dat ze alle drie gewoon op hun kussen lagen zonder nieuwe gaten en scheuren!
En daarna: “Hoe is het gegaan?”
“Nou zeg, Boon ging lekker rennen en eerst wilde Toto meedoen en daarna Pop, dus die heb ik losgelaten. Neva niet want dat had je nadrukkelijk verboden. Maar Toto en Pop hebben lekker gerend met Boontje!”
“Waar heb je gewandeld?”
“Waar jij altijd loopt, in het losloopgebied.”
“Oh! Eh ja, natuurlijk. Waren ze niet bang?”
“Nee hoor, ze renden achter Boontje aan, geen probleem.”

Dus vanochtend vroeg heeft Paul het weer geprobeerd … aarzelend en met kloppend hart heeft hij ze losgelaten. Heel even bleven ze achter hem lopen maar toen gingen ze weer, rennen, draaien, door hun voorpootjes zakken en nog een rondje rennen.
Heel kort, heel even. Maar het begin is er. Morgen weer en overmorgen en daarna, totdat ze weer vertrouwen hebben, alle vier!
En zo zal de kras vervagen, zoals ook de Spaanse krassen zijn vervaagd in de loop der tijd. De tijd die immers alle wonden heelt!

Mieke

 

2 december 2011
Een ongeluk zit in een klein hekje

Nee, het is geen spelfout, ik ben geen letter vergeten. Ik bedoel het letterlijk zoals het er staat, maar dat zal zo wel duidelijk worden.

Het hebben van honden is heerlijk. Ze geven je liefde, warmte, gezelligheid. Dit alles voornamelijk binnenshuis. Buitenshuis fungeren ze als een paar extra ogen [Kijk vrouwtje, een kat, heb je het gezien?], zijn ze je bodyguard [grrrrrrrrr, kom niet dichterbij … want dan moet ik weer achter het vrouwtje gaan staan schuilen] en bezorgen ze je de broodnodige beweging. Van een klein blokje om tot een lekkere flinke wandeling. Sommigen onder ons gaan zelfs hardlopen, fietsen of steppen met de hond. Op tv zie je ook wel dat er gedanst wordt of trucjes gedaan.
Ikzelf heb al meerdere malen geturnd met de hond. Geturnd ? Ik zie je denken, maar ik vermoed dat ik niet de enige ben. Hoe vaak heb jij bokkie moeten springen? Op één voet staan balanceren? Radslagen gemaakt? Halve salto’s achterover? Kijk, dát bedoel ik. Is dat geen turnen dan?
Éen ding is zeker, honden houden je fit en lenig. Dat is ook weer eens goed voor hart en bloedvaten. En je geest blijft jong en levendig. Goh, wat zijn wij bevoorrecht!

Terwijl ik dit schrijf voel ik me steeds opgewekter worden. Dat mag ook wel, want ik zit al een week of wat sip te wezen. Hoezo, honden zijn goed voor de gezondheid???
Ik en/of enkele van mijn gezinsleden hebben al -door toedoen van één of meerdere honden- blauwe plekken, een dikke lip, een geschaafde arm, een pijnlijk stuitje, een zere rug, een bult op het hoofd, een beenwond of een uit de kom getrokken arm gehad. Mijn laatste aanwinst … een gebroken hand. Ik ben niet eens gevallen of omver getrokken en heb ook geen radslag gedaan. Dit viel in de categorie ‘pech hebben’.
Wat er dan gebeurde? Op een mooie na-zomerdag, de laatste maandag van oktober, waren manlief en ik ‘s middags nog heerlijk aan het wandelen geweest met de roedel. Nog eventjes lekker uit je dak op de hondendijk. Niks aan de hand (nou ja, tóen nog niet). Na een uur lijnden we de honden weer aan en zouden we naar de auto lopen. Ieder had drie honden beet. Ik liep voorop met in de rechterhand twee lijnen en een derde lijn met aan het uiteinde Stroebel, hing om mijn linker pols, zodat ik het klaphek open kon duwen. Terwijl ik duw, huppelt onze vrolijke pluizenbol alvast het hek uit. Hij doet dat echter zo onstuimig, dat ik een flinke ruk aan mijn pols krijg. Mijn vingers stonden door het krachtzetten nog stevig om de opstaande latten van het hek geklauwd, maar worden met een klap achterover gedrukt. Ik voel wat gewrichtjes uit en weer in de kom schieten en hoor iets knappen. Mijn eerste gedachte was ook meteen “nu breek ik wat”.
Ik wilde stoer zijn, maar eenmaal thuis trok ik wat witjes weg rond de neus en heeft manlief toch de dokter maar gebeld. Deze stuurde mij door naar het hospitaal alwaar röntgenfotoos uitwezen dat mijn eerste gedachte juist bleek. Resultaat een schuin doorgebroken middenhandsbeentje. Ruim vier weken gips.
Het ongeluk zat dus in een klein hekje!

Woensdag (30 november) is het gips eraf gegaan. Nu moet ik met behulp van fysiotherapie leren mijn hand weer goed te gebruiken.

Nicole


25 november 2011
Saartje

Zoals ik al eens eerder heb gemeld, hebben wij na het overlijden van onze oude Greyhound Max gekozen om een kat in huis te nemen. Wel met een beetje terughoudendheid, want eigenlijk vind ik katten een beetje eng. In mijn jeugd heb ik namelijk vooral kennisgemaakt met de krabbende, blazende en dikke-staart-opzettende exemplaren, dus de voornaamste “eis” waaraan de toekomstige huisgenoot moest voldoen was zachtaardigheid, daarnaast stond een rustig en aanhankelijk exemplaar ook hoog op het wensenlijstje.
Na een zoektocht langs diverse asielen werden we uiteindelijk erg goed geadviseerd en werd de match gemaakt met Saar, een ietwat verlegen, maar zeer aanhankelijk poesje. Bij de eerste kennismaking was de klik er gelijk; verlegen Saar bleek plots al haar charmes in de strijd te gooien en rolde al kopjes gevend en kroelend achtereenvolgens onze armen, hart en huis binnen.
Saar was het asiel binnengekomen via de dierenarts; ze was daar afgegeven met de vraag om haar in te laten slapen, omdat ze onzindelijk zou zijn. Ze plaste langs de bak en dat kon natuurlijk niet. De eigenaren waren niet te spreken over het feit dat de dierenarts niet akkoord ging zonder verder onderzoek en lieten Saar daar achter. Bij nader onderzoek bleek dat Saar enkele ribben had gebroken, waarschijnlijk als gevolg van een flinke trap in haar buik en door de pijn de kattenbak niet in kon. Ze werd met veel liefde verzorgd en knapte keurig op, waarna ze geplaatst kon worden door het asiel.
Een paar maanden nadat Saar bij ons was komen wonen, gingen we op vakantie. Saar zou bij mijn ouders gaan logeren. Na een paar enthousiaste smsjes van mijn (eveneens onder de noemer “terughoudende-kattenliefhebbers” vallende) ouders werd het akelig stil aan het oppas-front. Pas bij thuiskomst bleek waarom: Saar was erg ziek geworden in onze afwezigheid, zo erg dat ze ondanks diverse dagen opname in de dierenkliniek niet opknapte en ze uiteindelijk door mijn moeder mee naar huis is genomen als laatste poging om haar in een bekende omgeving te kunnen overhalen om te gaan eten of drinken. Wonder boven wonder knapte ze op, maar ze had wel ernstige nierschade opgelopen, waardoor ze afhankelijk was van speciale voeding en medicatie.
Achteraf gezien is de nierschade al ontstaan na de trap in de buik; er heeft zich littekenweefsel gevormd in de nieren, waardoor ze minder goed konden werken.
De jaren daarop heeft Saar prima geleefd met haar medicatie en nierdieet; de verhuizing naar Zeeland, de mogelijkheid om naar buiten te kunnen in de afgezette tuin en de komst van de honden heeft ze met veel (en in een enkel geval met iets minder …) plezier ondergaan. Ze was ondertussen al ruim zeven jaar, wel een iel poekeltje, maar fit en vrolijk.
Saar was, zoals het hoort, de koningin van de huisdieren, Paco en Sol waren haar onderdanen en de kippen waren het aankijken eigenlijk niet waard.
Het liefst van alles lag Saar op schoot, zodra ik ging zitten kwam Saar erbij liggen, altijd enigszins jaloers kijkend naar mijn laptop … Hierdoor was ze ook een geweldig excuus om ’s avonds geen koffie te hoeven zetten, de vaatwasser niet in te ruimen of de deur voor de collectant open te doen want: “Saar ligt zo lekker op schoot!”

’s Ochtends werkte het wekritueel van Saar beter dan de snoozeknop van mijn wekker en praatte ze altijd gretig terug als je haar aansprak. Buiten in de tuin werd ze zowaar even een stoere vliegen-besluipende poes en heeft mevrouw welgeteld 4 muizen gevangen, tot het moment dat we naar binnen gingen, want dan was ze de eerste die voor de deur zat, want ze zou toch eens alleen in die enge buitenwereld moeten blijven …

De laatste weken at Saar plots slecht, zo slecht dat ze zelf haar medicatie niet goed innam en weinig dronk. Bij een bezoek aan de dierenarts bleek dat ze was uitgedroogd en kreeg ze een stootkuur antibiotica en heel veel onderhuids vocht (wat met een hoop gekrijs gepaard ging, ze vond het verschrikkelijk, maar zelfs toen krabde ze nooit …). Ze knapte op, voor een dag of vier en toen begon het hele riedeltje weer opnieuw. Drie keer is ze terug geweest naar de dierenarts voor eenzelfde soort behandeling en drie keer ging ze weer binnen een paar dagen achteruit. Haar nieren bleken totaal verschrompeld te zijn en er was eigenlijk geen kans meer op herstel.
Bij ieder dierenartsbezoek blijf je hopen op een klein wonder, maar het besef dat dit niet goed kan aflopen wordt groter en groter.
Het moeilijkste van alles was dat Saar even lief en aanhankelijk bleef. Iedere ochtend op bed, iedere mogelijkheid die er was op schoot en altijd even geïnteresseerd. Je kon zien dat ze ziek was, ze woog nog geen 2,5 kilo, maar gedroeg zich niet zo, was alleen wat rustiger.
Tot op de zondag dat ze plotseling de tuin in glipte … Het was bijna donker en Saar kwam niet terug, hoeveel we ook riepen, floten, smeekten … Saar kwam altijd terug, liet horen waar ze was en stond bij het minste of geringste geluidje voor je. Nu niet.
Het idee dat ze daar buiten ergens was waar ze alleen in de kou zat maakte me op het randje van hysterisch. Dat Saar niet lang meer had, wist ik eigenlijk wel, maar ze zou in mijn armen doodgaan, nergens anders, zeker niet buiten in de kou!
Uiteindelijk bleek ze zich met bijna haar laatste krachten over de schutting gewerkt te hebben; we vonden haar achter in het houthok van de achterbuurvrouw, die we de stuipen op het lijf jaagden door zo laat nog aan te bellen met de vraag of we in haar tuin mochten zoeken.
Dit was eigenlijk wel het zetje wat we nodig hadden om de beslissing te nemen tot het laatste bezoekje aan de dierenarts; als ze op deze manier al aangeeft niet meer verder te willen …
De volgende dag neem ik de laatste foto’s, de laatste knuffels en stopte ik met een zwaar hart een immer kopjes gevende en kroelende Saar in haar mandje.
Bij de dierenarts aangekomen werd mijn vermoeden bevestigd; opnieuw behandelen zou haar leven wel wat verlengen, maar zeker niet verbeteren. De vrouwelijke dierenarts wil het echter zeker weten, belt nog twee collega’s, bekijkt opnieuw de bloedonderzoeken en kijkt me dan vertwijfeld aan. “Doe het maar …” kan ik nog net uitbrengen en met enige verbazing zie ik een paar tranen over haar gezicht rollen die ze beschaamd wegveegt. “Dit vind ik het allerergste van mijn beroep”, fluisterde ze me toe.
Saartje was ondertussen ontzettend rustig, liep al kopjesgevend over tafel en bekeek alles rustig. Het eerste prikje voelde ze niet, ze viel in slaap, in mijn armen zoals ik had gehoopt. Daarna was er niet veel meer nodig om haar hart te laten stoppen.
Met een leeg gevoel en een leeg transportmandje kwam ik thuis, het halsbandje van Saar diep in mijn zak. Paco en Sol drentelden een beetje om me heen, niet goed wetend wat ze met de situatie aan moesten.
Die avond bleef mijn schoot akelig leeg, de ochtend erop werd ik moeizaam wakker zonder een trappelende en kopjes gevende Saar en de rest van de week kreeg ik geen gemauwd antwoord op mijn lukraak gestelde vragen en had ik geen excuus om te blijven zitten als manlief ’s avonds nog een kopje koffie wilde. Op het dieptepunt merkte ik op dat ik afwezig een kussen zat te aaien terwijl ik naar een film zat te kijken. Een hond op schoot bleek hiervoor ook geen oplossing, want schoot plus laptop plus hond bleek alleen de formule voor plaatsgebrek en een afgeknelde bloedsomloop te zijn.
Saar wordt gemist, na al deze weken nog steeds. Ondertussen is ze toch weer “thuis”: verstrooid in de tuin. Toch is dit huishouden niet meer compleet, de eerste bezoekjes aan het asiel voor een waardig opvolgster van Saar zijn al afgelegd.
Nee, Saar is er niet meer, maar wordt niet vergeten!
http://www.youtube.com/watch?v=Jv0gEttK70w
Zelfs niet door Paco en Sol, die soms nog rondsnuffelen op haar favoriete plekjes, maar zichzelf ook hebben gepromoveerd tot status als “opper-huisdieren”. Geniet er nog maar even van jongens, voor zolang het duurt … Versterking is in aantocht!

Lonneke


18 november 2011
Een regelrechte 'Bromance'.

Omar is dol op hondjes, honden, puppies, pitbulls. Hij trekt zijn guitige 'lief'-oren naar achteren, laat zijn staart zwiepen en wacht tot ze bij hem komen of zet zelf dat laatste stapje. Doen ze stom en vervelend tegen hem, dan is op de plaats waar eerst die andere hond was, ineens geen hond meer.
'Talk to the paw', laat Omar weten en hij gaat in volle negeermodus. Beetje in de verte staren, beetje wachten tot de baas weer verder wil lopen, waarom staan we eigenlijk stil? Wachten op die slome poedel zeker weer? Hè, wat, hond? Nee, ik zie niks. Baas moet een nieuwe bril, denk ik.
Vindt hij ze wel leuk, dan komt er zowaar wel eens een spelbuiging midden op de stoep. Zo'n grote onhandige hond met van die meterslange poten die alle kanten op zwaaien, het ziet er niet uit. En toch, toen we een aller leukst pupje tegenkwamen en die lange slungel ‘van mij’ zich ging aanstellen, riep de eigenaresse van dat pupje uit: “Oh, wat is hij schattig!”
Volwassen, reusachtige, zwarte Omar kan inderdaad schattiger zijn dan het schattigste pupje. Die gekke aansteller met zijn 'lief'-oren.
Bange hondjes en chagrijnige hondjes zijn niet bang voor en chagrijnig tegen Omar. Ze proberen het wel even, zich aanstellen, een beetje grommen, maar Omar ziet en hoort dat niet.
Die denkt 'Oh, een hondje!' en zet zijn 'lief'-oren op. Hij draait zich zelfs geduldig even om, omdat hij weet dat bangebroekjes zijn achterkant minder eng vinden dan die enorme snoet aan de voorkant. Als hij in de gaten heeft dat ze hem benaderen, draait hij weer vrolijk om 'Ja, is het nu goed?'
Is hij dan hypersociaal, de beste hond op aarde, een ideale roedelgenoot?
Nou nee, hij is best een pain in the ass soms. Onze Spaanse knuffel snapt namelijk niet dat de Pitbulls, die in onze wijk nogal in aantal toenemen, niet allemaal even schattig zijn. Nu heb ik niet zoveel tegen Pitbulls, maar vallen mij sommige baasjes aan de andere kant van de riem nogal tegen. Daar heb ik niet zo veel vertrouwen in. Meestal stoere jonge jochies, die een Pitje ergens vandaan hebben gehaald om je extra stoer van te voelen. Ik kijk dan ook altijd eerst naar de baas en daarna pas naar de hond om in te schatten waar we mee te maken hebben en of Omar kennis mag maken. Staat de riem strak, en leunt alles in de hond voorwaarts, met een non-communicatieve baas erachter, die zijn broek al een week niet heeft opgetrokken, dan mag Omar niet kennismaken.
Alleen ... leg dat maar eens aan Omar uit. Die wil aan Pitje snuffelen, die wil kennismaken. Dat hij dan zelf strak in de riem gaat hangen en een staarwedstrijd begint, helpt niet zoveel. Daar wordt zo'n opgewonden Pitje alleen maar wilder en woester van. Om de jonge en onhandige baasjes van de Pitbulls wat tegemoet te komen, probeer ik Omar zo kalm mogelijk te houden. Als ik dus een zacht rukje aan zijn halsband geef om hem uit die focus te halen, heb ik een springend hert aan de lijn. 'Ja, maar er is een hond, hoor! Een hond! Daar, kijk dan!'

Rond de stadsvijver hier is er één speciaal geval, pure hondenliefde. Het begon met spiedende blikken in de verte en minutenlang turen uit het raam. Waar kijkt hij toch naar?

Nadat het gedrag steeds opvallender werd, werd het makkelijker om het object van zijn aandacht te vinden: een blonde Akita-reu van middelbare leeftijd. Een norse, oude man die absoluut niet met reuen overweg kan. Omar vindt hem geweldig.
Hij staat al raar te doen, als een puber op en neer te springen, als hij de hond aan de overkant van de vijver ziet. De baas van de Akita en wij passeren elkaar inmiddels wat ongemakkelijk, overdondert door zoveel kalverliefde.
De Akita zelf weet ook niet zo goed wat hij ermee moet en begint zelfs wat verliefd en welwillend terug te kijken. Tja, puppylove ...

Debbie


11 november 2011
Over rompertjes, bloesjes met ¾ mouwen, uitverkoop en nog veel meer…

Eind juli had ik een vrije dag, het was zomaar eens mooi weer en dus besloot ik er een dagje Amsterdam van te maken. Altijd gezellig! De negen straatjes zijn bij mij favoriet en ik kocht er een tas, oorbellen en een schattig bloesje. Een modelletje met ¾ mouwtjes, ajour patroontje bij manchetten en kraag en van een bijzondere kleur ijsblauw. Het was behoorlijk afgeprijsd, desondanks nog prijzig maar vooruit, af en toe moet je jezelf verwennen, ja toch? Natuurlijk ook nog enkele boeken meegenomen, altijd fijn voor de naderende vakantie. Moe maar voldaan en blij met de nieuwe aankopen stapte ik weer op de trein naar huis. Thuis gekomen heb ik alle aankopen laten zien aan manlief die vanachter de krant leuk, mooi, gezellig en nog meer van dat soort algemene opmerkingen maakte.
Nog 2 dagen naar school en dan……zomervakantie! Vrienden bezoeken in Frankrijk, een weekje Brabant en de rest van de weken zouden vanzelf worden ingevuld.

Toen op de laatste schooldag alle leerlingen waren uitgezwaaid gingen we traditiegetrouw het ‘eindejaar’ vieren met een etentje en ja, wat anders…een lekker glaasje! Gezellig om nog even met z’n allen bij elkaar te zitten en het jaar te evalueren.
Het was omstreeks half 8 en ik herinner me dat we zaten te wachten op de rekening om daarna naar ons stamkroegje te gaan toen mijn telefoon rinkelde: Paul.
Zijn stem klonk gehaast en ongerust: ‘Popje is gebeten, ze is bij de dierenarts en wordt geopereerd. Flinke snee. Hopelijk zijn de ingewanden niet geraakt of beschadigd. Ik word gebeld als ik haar kan ophalen. Het is even voor half 6 gebeurd. Drie honden kwamen zomaar op haar aanstormen en een van hen heeft haar meteen gepakt in haar zij. Heel veel bloed, Pop gilde alsof ze werd vermoord en is in de struiken gevlucht. Uiteindelijk kwam ze weer en ik zag meteen dat het er niet goed uitzag. Een lap huid hing naar beneden en je kon zo in haar buik kijken. Echt een groot gat.’
‘Ik kom nu naar huis.’

De weg van centrum Alkmaar naar huis is 10 kilometer maar deze keer duurde het maar 20 minuten voordat ik de tuinpoort open maakte. Snel naar binnen. Niemand in de huiskamer. Trap op gerend naar boven. En daar zaten ze met z’n allen verslagen om Pop: Paul, Toto en Neva. Pop lag zacht jammerend op haar kussen onder een dekentje. Nog helemaal van slag en suf van de narcose. Paul sloeg het dekentje opzij: ‘Nou kijk maar meteen dan weet je hoe het eruit ziet.’ Ik schrok me dood, een gigantische snee, om precies te zijn een zigzagsnee want haar aanvaller had even geschud. Totaal 26 hechtingen moesten ervoor zorgen dat de boel weer aan mekaar zou groeien. En over dat laatste had de dierenarts ernstige twijfels; de kans dat de hechtingen in het midden van de wond eruit zouden springen was erg groot.
De eerste nacht zijn we redelijk door gekomen maar daarna begon de ellende....

Zaterdagochtend probeerde Pop te gaan staan: gillen, krijsen, het ging door merg en been. Paul probeerde haar voorzichtig overeind te zetten. Daar stond ze dan uiteindelijk, grote bange ogen en nog steeds zachtjes kermend. En nu? Hoe krijgen we haar buiten? Dat zal toch niet anders dan optillen worden. Want ze kan geen trap lopen natuurlijk.
Paul is met haar buiten gekomen, ik zal niet uitweiden over details.
Nu nog een plas en een poep doen. Dat is lastig met een wond die over je ribben naar je lies loopt want daar komt spanning op als je hurkt. Dus ik zal wederom niet uitweiden over details. Eenmaal weer binnen bleef ze staan, ze durfde niet te gaan liggen.
Ze probeerde het wel maar steeds begon ze te gillen en bleef dan maar weer staan.
Zaterdagavond was de situatie nog steeds ongewijzigd. Hoe we haar ook aanmoedigden of probeerden om haar te helpen, ze durfde niet. Met nog steeds dezelfde grote bange ogen keek ze ons aan en jammerde, jammerde, jammerde.
Hoe we de nacht van zaterdag naar zondag zijn doorgekomen weet ik niet meer: indommelen, wakker schrikken, opstaan, praten tegen Pop, het hielp niets, ze ging niet liggen. En ze was doodop, wankelde op haar pootjes, keek ons wanhopig aan en wij keken wanhopig terug. Zondag hebben we de dierenarts gebeld; dit ging niet langer zo. Mocht ze een hogere dosis pijnstillers? Nee, ze kreeg al de hoogste dosering, nog meer pillen geven betekende een gevaar voor haar darmen en maag.
We moesten haar neerleggen, was het advies. O jee, hoe gaan we dat doen? Hoe leg je een bange hond plat op haar zij? Het is ons gelukt maar vraag niet hoe. Paul is bij haar gaan zitten om haar te kalmeren en ze deed haar ogen dicht…om lekker te gaan slapen, dachten we. Nee hoor, plotseling sprong ze weer overeind. En steeds maar weer dat hartverscheurend gillen en jammeren van pijn en paniek. Het was zo erg dat Paul zei ‘Ik probeer het wel alleen, ga jij maar even weg.’ Dus ik zat in de schuur met mijn vingers in mijn oren totdat ik weer naar binnen durfde.
Het gillen bleek niet zonder reden: voordat het dinsdagavond was, waren de meeste hechtingen eruit gesprongen. Dat had dus de heftige pijn veroorzaakt. De dierenarts had een gedeelte zo strak moeten hechten dat het niet alleen erge pijn veroorzaakte maar onvoldoende houvast had om te blijven zitten. Helaas. Nu zat er een grote open wond.
Het werd meerdere malen per dag insmeren. Rompertje aan om likken te voorkomen.
Evengoed is er toch nog een (besmettelijk) virus bijgekomen, dus toen was de pret helemaal compleet.
Ik zal het verhaal inkorten want uit bovenstaande moge duidelijk zijn dat wij ons een andere vakantie hadden voorgesteld. En natuurlijk kan je hond gewond raken maar dit had niet gehoeven. Het is immers niet normaal dat drie honden uit hun achtertuin een losloopgebied in rennen en dat de baas daar op z’n dooie akkertje achteraan komt gesjokt. Pop was al gebeten en de struiken ingevlucht toen de eigenaar van de drie honden ten tonele verscheen. En ja, hij was geschrokken. En ja, zijn verzekering heeft de kosten betaald. Daar hebben we geluk mee gehad want persoonlijk was hij niet bereid een euro zelf bij te dragen: ‘dat is het risico van wandelen in een losloopgebied!’
Enfin, wij hebben vanzelfsprekend alle vakantieplannen afgezegd, Pop was het belangrijkste natuurlijk. Inmiddels is de wond na bijna 8 weken genezen. Wel heeft ze er een lelijk litteken aan overgehouden, letterlijk en figuurlijk.
En zo kon ik op de laatste dag van de vakantie de rompertjes en de reserve kussenhoezen wassen, de zalf die we dagelijks moesten smeren kon worden opgeborgen en alles was weer zoals het was. Pop was weer beter!

Het nieuwe schooljaar begon met voorbereidingen voor een verhuizing van 5 klassen.
Heel veel werk en lange dagen maken. Mijn tas stond opgeborgen en ik dacht er eigenlijk niet aan om mijn mobiele telefoon te controleren op berichten of gemiste oproepen.
Zo ook niet vorige week maandag. Ik merkte pas een piep toen ik mijn lunchpakketje uit m’n tas haalde. Er waren 6 gemiste oproepen. Van wie? Van Paul! O jee, nee hè, niet weer iets ergs, alsjeblieft niet. Ik belde meteen. Toen Paul opnam wist ik meteen dat het erg was, ik hoorde het aan zijn stem, hij was helemaal aangedaan en overstuur.
‘Neva is gebeten. Drie grote winkelhaken. Een klein meisje moest de hond uitlaten, ik kwam haar tegen op een smal voetpad en riep dat ze moest wachten zodat ik in een voortuintje kon gaan staan om haar te laten passeren. Helaas, de hond trok haar omver en vloog zonder waarschuwing op Neva in. Dus aan de lijn is ze gepakt. Ze was helemaal overstuur en Pop en Toto ook. Ze is nu bij de dierenarts. Het duurde lang voordat de narcose werkte want ze verzette zich, schokte met haar hele lijfje, nog een injectie en uiteindelijk viel ze om. Het was vreselijk.’
Het was half 2. Het werd half 3, half 4, half 5, half 6 en eindelijk kwam tegen zessen het telefoontje van de dierenarts: de operatie was goed verlopen en Neva begon bij te komen. Paul is direct gegaan en was bij haar.
Helemaal verdwaasd en ontredderd kwam ze thuis. In tegenstelling tot Pop jammert en huilt Neva onhoorbaar. Ze slikt alles in maar dat ze pijn heeft is duidelijk. Morgen is het 1 week geleden en ze is nog steeds ontredderd. Schichtig buiten maar ook in huis. Ze probeert haar wonden te likken, dat mag niet. Maar een angstige hond een kap omdoen is geen optie. Dat was bij Pop niet mogelijk en bij haar helemaal niet.
Dus letten we goed op en heeft ze een bloesje aan met ¾ mouwtjes…..weliswaar van de uitverkoop maar wel haute couture! ‘Ik heb haar dit maar aangedaan, dat draag jij toch nooit,’ zei Paul. Ik heb maar niets geantwoord. ‘Ik vind het kleurtje trouwens wel mooi bij haar staan, jij niet?’ ‘Heel mooi’, zei ik, ‘heel erg mooi.’
‘Jammer dat ze de mouwtjes al stuk heeft gebeten maar die heb ik nu afgeknipt en opgerold, nu past het beter.’
‘Dat heb je goed gedaan, bovendien zit het lekker warm.’
‘Waarom had je het nooit meer aan? Het is zo’n leuk bloesje? Vooral de randjes bij de kraag en de manchetten vind ik apart.’
‘Ach, ik weet het eigenlijk niet, misschien vergeten dat ik het had.’
‘Nou, Neva heeft er een hoop plezier van!’

Als alles op te lossen was geweest met een bloesje uit de uitverkoop dan had ik dit verhaal niet geschreven.
Immers, een schrammetje oplopen kan altijd gebeuren.
(Neva had zelfs nog 5 hechtingen van een opgelopen schram een week eerder!)
Maar zowel Pop als Neva zijn slachtoffer geworden van eigenaren die hun verantwoordelijkheid voor hun hond te lichtzinnig opnamen.
De gevolgen daarvan hebben zij kunnen regelen met een telefoontje naar hun verzekering.
Inderdaad klopt, de rekeningen van het lichamelijk letsel zijn betaald. Maar de psychische gevolgen moeten wij komende tijd weg masseren. Geld vergoedt echt niet alles.
Daarom wil ik iedereen die dit leest vragen: let op je hond(en). Voorkom dat hij/zij een andere hond pakt en beschadigt.
Wat de gevolgen zijn heb ik beschreven in mijn verhaal.
Ik gun dit geen enkele hond het is echt een drama. Heus, geloof me.

Mieke

P.s. Dank je wel Paul voor je nuchterheid en stabiele optreden.


4 november 2011
Villa Kakelbont


[ Debbie schreef onlangs min of meer iets in dit zelfde genre, maar ik had deze column al op de plank liggen en wil hem toch met jullie delen… ]
‘Vroegâh’, toen we nog maar twee honden hadden, hadden we ook nog het idee dat –ondanks dat we huisdieren bezaten- ons huis altijd netjes en geordend zou blijven (voor zover dat gaat als je op dat moment nog vier vrij jonge kinderen hebt). Opvoedkundig gezien betekende dat dat de honden alleen maar in hun mand en op de grond of op een kleed mochten liggen en niet op de bank o.i.d.. Ze kregen alleen droge brokken en als extraatje een hondenkoekje en we accepteerden het niet dat ze zouden bedelen. Nee, als we visite kregen zou men nooit kunnen zeggen dat we ongehoorzame beesten en/of een rommelig huis hadden. Dit hebben we echt jaren volgehouden.

Er verschoof het één en ander in de roedel vanwege het overlijden en krijgen van andere honden en op een bepaald moment hadden we er niet twee maar drie in huis. De plastic manden waren in de tussentijd al wel vervangen door een speciale hondenbank, maar die derde hond paste daar niet meer bij, dus vooruit, die mocht dan op de mensen-bank, omdat het toch maar een mini-versie was. Korte tijd later hadden we er ineens een pup van negen weken bij en dáár is iets faliekant fout gegaan. Die pup was te klein om op de (honden)bank te kunnen klauteren, dus legden we lekkere dikke kussen op de grond. Fleecekleedjes en puppyspeeltjes slingerden overal rond, evenals half afgekloven kleffe kauwstaven. Er stond een bench in de kamer voor de whippet, want die had zijn tanden al in de mensenbank gezet. Ook stonden er overal grote en kleine voer- en waterbakken verspreid door de benedenverdieping. Een beetje rommelig was het soms wel.
Daarbij bleek het pupje een huilbaby en de enige manier om ’s nachts zelf te kunnen slapen was om hem mee naar boven te nemen. Dit was totaal tegen ons principe. We hadden keus. Hij wilde echter niet in een bench (dan gilde hij alles bij elkaar), maar ook niet in een mandje naast het bed. Hij werd alleen maar rustig als hij ín ons bed tussen ons in mocht liggen. En ach, wat schuilt er nou voor kwaad in om een kleine pup mee naar bed te nemen? Op zich niks, mits de pup na verloop van tijd leert om toch náást het bed te gaan liggen. Heus, geloof me, ik heb het tot in den treure geprobeerd, maar ondanks mijn verwoedde pogingen lukte het me niet om hem zover te krijgen. Het puppekind werd groter en zwaarder, maar dook nog altijd steevast tussen ons in. Zodra ik hem van het bed af werkte begon ie klaaglijk te jengelen. Eerst zachtjes, daarna steeds dwingender. Voorpoten op het bed, nagels over je arm krassend en dan ‘plof’ lag ie wéér bij ons. Zwaar oververmoeid gaf ik het op. Hoera. Geen strijd betekende uiteindelijk een goede nachtrust.
Toen de harige pluizenbol erbij kwam, hadden we meteen tegen elkaar gezegd dat die net als de rest beneden zou slapen. Alleen waren wij er niet op bedacht dat deze lieverd bij zijn eerste baasjes gewend was om op bed te slapen. Zodra wij naar boven gingen, ging hij voor de kamerdeur liggen piepen. We keken elkaar aan ‘Niet aan toegeven!’. Toch, als je ’s morgens beneden komt en meneer van pure frustratie vlak naast de kamerdeur heeft gepiest en een compact kadootje voor je heeft nagelaten, krijg je de neiging om er anders over te gaan denken. Pluis mocht tóch mee naar boven.
Nu liggen de twee grote vrienden gebroederlijk naast elkaar tussen ons in. Of over ons heen, of dwars zodat wij ieder op een randje liggen, of met hun ‘auspuff’ naast je hoofd, of zo strak aan weerskanten op je dekbed dat je je niet meer kan verroeren *zucht*.


En als het bezetten van het bed nou het enige was, dan was het allemaal nog niet eens zo erg. Helaas heeft het tuig het héle huis ‘gekraakt’ en houden álle lig- en zitplaatsen bezet. Tot en met de salontafel toe.
Toen we ruim tien jaar geleden aan onze eerste windhond begonnen hadden we dít toch niet voor ogen …..

Nicole

 

28 oktober 2011
Lachen naar het vogeltje?

Ik heb een hond. Een galgo om specifieker te zijn. Ik heb ook een fototoestel. Twee, om ook hier specifieker te zijn, een alles-er-op-en-er-aan model en een klein digitaal cameraatje. Met beide ben ik op cursus geweest; met de galgo was dit geen onverdeeld succes, maar met de luxe alles-er-op-en-er-aan camera ging het best goed.
Op zo’n fotocursus kregen we van alles te leren over compositie, sluitertijden en witbalans en met voldoende oefening op fijne stilliggende voorwerpen zoals fruit en standbeelden waren de resultaten best redelijk.
Iets anders werd het toen ik in mijn overmoed besloot dat het ook heel leuk was om een iets minder levenloos model te nemen, zoals een galgo… Tegen de tijd dat ik sluitertijd, diafragma en allerlei andere fotozaken had ingesteld, had Paco al besloten dat hij gerust mijn zorgvuldig opgebouwde compositie wat kon veranderen. Dat zogenaamd achteloos gedrapeerde dekentje was leuk om mee te spelen, op het kussentje kon hij lekker gaan liggen en hé, die appel smaakt best lekker! Nee, Paco als Hollands Next Top Galgo was geen onverdeeld succes en ik ben maar weer vlot overgestapt op wat geduldiger oefenmateriaal zoals bloempjes en kerken…
Het kleine digitale cameraatje heb ik vaak op zak en ik probeer dan ook om geregeld wat foto’s te maken. Natuurlijk ook van de huisdieren, maar zelfs op deze huis-tuin-en-keukenkiekjes weet Paco zich heel vaak van zijn minst charmante en onvoordeligste kant te laten zien. Zelfs de meest eenvoudige foto’s weet hij te laten mislukken en tja… da’s ook een gave hoor! Geloof je me niet? Nou, kijk gerust even mee:


Nee, ik kijk NIET in die camera, ook al heb je me zo’n zogenaamd leuk kroontje opgezet ter ere van Koninginnedag!


Ja baasje, ik ben er klaar voor… oh, even wachten… JEUK!


Aargh.. de oorloze hond!


Eindelijk in positie met de zelfontspanner en wie steekt er zijn tong uit? Juist ja…


Tja…redelijke pose, maar stiekem in de verkeerde mand gekropen (zie naam!)


Ik heb wel iets beter te doen dan in de lens te kijken… misschien zie ik daar wel konijntjes!


Enorm oor door verkeerde windstand…


Wil ik onze nieuwe kuikentjes op de foto zetten en wie komt daar aan met z’n lange neus?


Ach ja, gelukkig leven we in de tijd van de digitale foto’s en maak ik van ieder moment minstens vijf foto’s, dan heb ik kans dat er wel ergens ééntje tussen zit die bruikbaar is!

Maar uiteindelijk heb ik uitgevogeld hoe je je galgo het beste op de foto kan zetten! Namelijk in zijn favoriete positie… SLAPEND!
Zelden zo’n geduldig en stilliggend model gezien…

Lonneke

 

21 oktober 2011
Ach en wee

Omar, mijn zwarte prins. Wat hebben we elkaar dwars gezeten. Jij, piesend over mijn Jack Vance boeken. Ik, berispend en dweilend. Ik was niet boos, nee, ik was teleurgesteld. Jij, zo ik dacht na vijf rondjes om de vijver, toch geheel leeg en droog. Ik, dweilend, berustend. Jij, half hurkend, klaar voor een drol, opkijkend en vergetend bij een langs fladderend mugje. Ik, op mijn knieën met een emmer sop, vloerbedekking vervloekend en heel misschien jou ook een beetje. Omar, mijn zwarte prins, wat begreep ik je slecht. Wat was je uit je ritme, uit je hum, uit je goede doen.
's Nachts piepte je me om het uur naar beneden. Ik dweilde, ik liep in zonderlinge kledij en met de beruchte sokken in sandalen met je buiten, midden in de nacht. Gezellig, vond je wel, maar plassen moest je niet. Ik sloop naar boven, jij piepte, ik dommelde net weg, jij piepte. Ik sliep op de grond naast je, jij was tevree, ik sliep op de bank wat bij, jij sliep met me mee. Ik had de helft van een bank, jij had de andere helft. Jij tevreden languit, ik in een krampachtige kronkel. Het enige dat aan me sliep, waren mijn benen waar jij op lag.
En toen, toen gebeurde het. Het was een donkere nacht, ik was gek van slaapgebrek en verlangde naar mijn bed als naar een lang verloren geliefde. Niets zou nog tussen ons in staan, maar jij piepte. Ik stapte vastberaden naar beneden, opende je bench en deed je halsband om. Met even vastberaden tred liep ik met jou in mijn kielzog de hal door. Daar stonden we, naast elkaar, stil naar boven te kijken. Die onneembare, steile trap naar de bovenste verdieping. Ik zette een voet op de onderste tree, half in slaap en in grote twijfel over het raadsel 'er was eens een akelig steile trap en een houterige, lang potige hond van dertig kilo'. Jij, niet belast met mijn menselijke zorgen, klauterde naar boven, voor me uit. Je stapte de slaapkamer in, sprong het bed op, en krulde je met een diepe zucht op.
Eindelijk, eindelijk kon je slapen.

Nawoord: Omar en ik en de rest van de familie slapen al een week weer als roosjes. Omar heeft een eigen bench staan naast ons bed op de zolderslaapkamer en daar slaapt hij hoogst tevreden de hele nacht door en hij slaapt zelfs uit, zoals het een echte galgo betaamt. Plassen en poepen gaat nu buiten en gepiep is er niet meer. Mijn humeur is er dankzij echte slaap ontzettend op vooruitgegaan. En Omars humeur ook! Sinds hij door kan slapen en niet meer die stomme pleegmama de hele nacht door moet roepen, wordt hij steeds meer de grappige, spelende, gelukkige galgo die hij is. Hij ondergaat een echte verjongingskuur en mijn kraaienpoten en wallen zijn ook een stuk minder zichtbaar. Het moraal van dit verhaal: al die opvoedonzin moet je zo nu en dan gewoon in de prullenbak mieteren. Daar wordt iedereen een stuk gelukkiger van.

Debbie


14 oktober 2011
STROOPWAFELS……LEKKER!!!!!

Dit wordt een chaotisch stukje want ik ben met van alles tegelijk bezig.
Druk, druk, druk met koffers inpakken……morgen vertrekken we naar Sevilla.
Alles moet weer op het laatste moment ook al neem ik me voor dat ik op reis gaan en inpakken anders ga organiseren. Weer niet gelukt.
Omdat het hier onafgebroken regent zit mijn koffer vol met spijkerbroeken, sokken, truien want ik kan me maar moeilijk voorstellen dat het daar aanzienlijk warmer is dan in ons eigen kikkerlandje. Terwijl ik schrijf check ik ook of ik alles heb. O jee, mijn paspoort even inkijken, het zal toch niet verlopen zijn? Nee, pffft, gelukkig.
Waar was ik, o ja, de zomerkleren die ik toch maar meeneem, zitten nu in de droger.
Wacht, ik ga eerst even alles wat mee moet bij elkaar zetten, dan heb ik beter overzicht, rust in mijn hoofd, dat schrijft prettiger. Ben zo terug.

Wat slim van mij om toch mijn iPod maar op te laden want in het vliegtuig mag je natuurlijk geen muziek luisteren op je mobieltje. Alle oplaadstekkers zitten bij elkaar gepakt, extra accu voor het fototoestel, pakken stroopwafels vers van de markt, cadeautjes, boodschappenbriefje met alles erop wat ik daar moet kopen zoals waaiers.
Zal ik nog een extra geheugenkaart halen voor m’n camera? Ja, laat ik dat maar doen.
Ben zo terug.

Nooit op zaterdagmiddag snel willen winkelen want je breekt je nek over slenterende voetgangers. Evengoed is het gelukt. Ah, de droger is ook klaar, snel, snel, snel alles opvouwen en ik kan mijn koffer inladen.
Potverdorie, wat is dit? Korstjes brood? Jeetje, de hele woonkamer ligt vol, de trap ook, nee hè, oooooo, ik krijg een heel speciaal gevoel van binnen…..waar is Toto? En Pop? En Neva? In de keuken is de bende pas echt compleet. Ik hoef natuurlijk niet te vertellen wat er is gebeurd: er zijn nog 3 pakken stroopwafels over en ik durf niet hardop te zeggen hoeveel pakken er zijn opgegeten. Genoeg om in het Guinness Book of Records te komen! Pfffffttt, weer terug naar ‘s lands grootste kruidenier. Snel, snel, snel, want het is al 5 uur. Ben zo terug.

Stroopwafels waren in de reclame, dus uitverkocht! Wat nu? Auto pakken en elke AH winkel in de omtrek proberen! Ben zo terug!

Yes, ik heb ze…die overheerlijke stroopwafels. Ergens in een buitenwijk van Alkmaar heb ik nog 10 pakken kunnen kopen. Hatseklatsieklaar, nou ja bijna klaar.
Nog even goed nadenken of ik alles heb…uhm, waar is mijn zonnebril? In de auto? Nee!
Denk na waar je hem hebt gelaten…in m’n fietstas? Nee! Dan schiet me ineens te binnen waar het ding ligt: op school! Drama, maar ik moet even weg, zonder zonnebril kan ik niet. Ben zo terug.

Twee keer door rood licht gereden maar wel snel terug: binnen 1 uur! Nu is alles compleet en wat ik ben vergeten koop ik wel.

En zo is het er toch van gekomen dat alles in de koffer zit!
Ehhhh, bijna, ik moet de oordopjes van m’n iPod er nog bij doen maar de kittens slapen op de doos waar die dingen in zitten dus dat doe ik morgenochtend wel. Ja, ja, ik heb een briefje neergelegd zodat ik het niet vergeet.
Vliegen is niet mijn hobby maar het vooruitzicht dat ik morgen met vrienden en mijn jongste dochter ergens in Sevilla op een terrasje zal zitten, maakt veel goed.
U hoort volgende keer hoe de reis is geweest.
In ieder geval zullen we Esperanza ontmoeten!
Wel, wat kan ik nog meer zeggen dan dat ik nu koffie ga zetten, daarna douchen, nog even op bed tv kijken en natuurlijk vroeg slapen! Wat natuurlijk niet zal lukken!
Ben zo terug!

Mieke


7 oktober 2011
Koekliefde

De hele dag zijn ze mijn grootste vrienden, die vijf honden en één opvanger van ons. Ze zijn ’s morgens blij als ik de riemen pak om te gaan lopen met ze en als ik de achterklep van de auto open doe, weten ze dat het feest is, dan mogen ze ergens los. Thuisgekomen krijgen ze vers water en iets later hun eten. Uitgeput ploffen ze daarna op de bank. Dat neem ik meteen waar. Gauw naar boven om de was te doen. Wanneer ik weer beneden kom staan er een paar blije hondenkoppies achter de kamerdeur; “Daar is ze weer“. Ik rommel wat in huis en er loopt er dan altijd wel eentje me gezellig voor de voeten. Alles houden ze in de gaten, elke stap die je zet wordt door twaalf ogen gevolgd (het kunnen er ook minder zijn, want ze kunnen met één oog slapen en met het andere je nakijken).
Rond het middaguur wordt het hele spul ongedurig. Drentelen heen en weer, wánt … het is weer uitlaattijd. Wederom gaan ze blij met me mee. In huis, helemaal opgepept van de wandeling, besluiten ze dat het speelkwartier is en er wordt geblaft, uitgedaagd, rondgerend, in elkaars poten en nekken gebeten. Totdat ik het zat ben en ze tot de orde roep. Er wordt nog wat geprotesteerd, maar ze gaan ieder naar hun eigen plek. Zodra ik ga stofzuigen verschuift er wat, want Mulata en Stroebel houden helemáál niet van dat herrie-ding. Maar als ik het ding heb opgeruimd, springen ze weer vrolijk op de bank en kijken me blij en uitnodigend aan “Kom je erbij zitten?”. Dat doe ik dan ook. In het midden, zodat er aan weerskanten wel wat tegen me aan kan komen liggen. Het is dringen geblazen. Als ik niet uitkijk gaan ze óp me zitten en kom ik niet eens aan thee en een boek toe. Eenmaal gesetteld kloppen er blije staartjes ritmisch op de bank.
Half vijf, het wordt zo zoetjes aan tijd om eten te gaan koken. Dan is het ook etenstijd voor het vrolijke zestal. Aan het gerammel van de bakken horen ze hoe laat het is en oooh, ze kunnen niet wachten tot ik het voor ze neerzet. Maar dan …. Als bij klokslag, rennen ze plots allemaal naar buiten. Ze hebben het al gehoord. Het –voor hun- overbekende geluid van de brommer van de baas. Ja, zelfs de opvanghond had het binnen twee dagen door. Doldwaas keffend stuiteren ze door de achtertuin. Ze gaan haast allemaal op hun achterpoten lopen zodra de poortdeur openzwaait. Ze loeien nu zelfs. Pure hysterie! Echt, het slaat nergens op! De baas kan niet eens normaal binnenkomen, want hij wordt van alle kanten besprongen. Als vliegen moet ie ze haast van zich af meppen (niet echt, hè!). Poortdeur gauw dicht en op slot en dan … en dán …….. Dan gaat de klep open van z’n transportkoffer. Hier hebben ze op gewacht, het ultieme, de traktatie van de dag …. Een hondenkluifje!!! Een hondenkluifje??? En daar al die herrie voor? Ja mensen. Ik snap het ook niet, maar zo gaat het elke dag als het baasje thuiskomt. Het is te zot voor woorden, maar het hoort bij het ritueel. Terwijl de baas de kluifjes uitdeelt praat ie tegen ze, aait ie ze, zingt soms een gek liedje en de honden zijn allemaal blijer dan blij. Ik zou er bijna een complex van krijgen, want ze hebben geen oog meer voor mij. Maar ik laat ze begaan. Ik moet minstens zeven minuten wachten voordat ik begroet word door manlief, maar ook ik kom aan mijn trekken hoor, hihi. Daarna gaat de aandacht meteen weer naar de hondjes, maar ik weet, dit is pure koekliefde. En morgenochtend houden ze weer alleen van mij!

Nicole

30 september 2011
HOEZO VAKANTIE?

Zo, deze keer schrijf ik, Paco, de column. Mijn baasjes zijn namelijk alweer op vakantie geweest en hebben eigenlijk niet veel te melden, op jaloersmakende verhalen over Griekse zon en zee na.
Nee, neem dan mijn verhaal … een kleine twee weken geleden ging het leven nog zijn gewone gangetje, de baasjes gingen werken en ik ging samen met broer Sol naar de dagopvang. Bij thuiskomst kon ik al merken dat er wat anders dan anders was … het was een doordeweekse dag en de baasjes deden geen normale doordeweekse dingen. Er werd gewassen, schoongemaakt, gras gemaaid en boodschappen gedaan. De volgende ochtend was hetzelfde verhaal: een hoop huishoudelijke activiteiten waarbij er ook diverse attributen van zolder werden gehaald. Hmm … vreemd, ik besloot om alles maar goed in de gaten te houden. De vorige keer dat er een dergelijke wervelwind van activiteiten gaande was, gingen we op vakantie! Heerlijk was dat, lekker met Sol op de achterbank en vervolgens twee weken lang met de baasjes op stap in een land vol vreemde geuren en indrukken.
Om er zeker van te zijn dat ze ons echt niet zouden vergeten heb ik samen met Sol de taken verdeeld: Sol drentelde achter de baasjes aan en ik posteerde me op strategische plekken in het huis. Wat is nu een betere plaats dan half in de weekendtas of op de stapel schone was? Nee, mij zouden ze niet vergeten hoor!
Het leek te werken, want na een tijdje gingen de schoenen aan, werden onze riemen gepakt en ja hoor: “Paco, Sol, gaan jullie mee?” klonk er opgetogen vanuit de gang. In een mum van tijd zaten we keurig klaar en konden we gniffelend plaatsnemen op de achterbank. Gelukt! We gaan mee!
Iets te laat kwam ik erachter dat we niet compleet waren: alleen het bazinnetje zat in de auto … “Draai om, vrouwtje, je bent het baasje vergeten!” Ik probeerde het haar nog duidelijk te maken, maar we reden gewoon door. Opeen stopten we op een wel heel erg bekende plaats. “Huh, hier zijn we gisteren al geweest!” dacht ik nog, toen we bij de opvang waren. Normaal gaan we maar twee keer in de week, maar ach, als eerste tussenstop op onze vakantie zullen we ons hier wel vermaken hoor, dan kan het vrouwtje het baasje nog even ophalen!
Zoals altijd vloog de tijd voorbij en Sol en ik gingen ons gewone gangetje: spelen, heel veel spelen, af en toe even slapen en een beetje knuffelen met de mensen daar. Voor ik er erg in had was het al weer de tijd dat we zouden worden opgehaald. Zelfs Sol had door dat het bijna tijd was en liep naar het hek van het speelveld om te wachten totdat we de auto hoorden van de baasjes. Het duurde wel wat lang, maar ach, dat kan gebeuren. Na een half uurtje trouw wachten begon ik me een beetje nerveus te voelen … Sol niet hoor, die bromde nog steeds vol vertrouwen: “Baasje komt zo, baasje komt zo … tralala ...”
Opeens dacht ik aan vorig jaar, toen was het precies zo gegaan! Het leek allemaal heel gewoon, maar toen heb ik hier ook heel wat nachtjes geslapen. Brrr … wat moet ik doen? Sol al inlichten? Eén blik op die goede sul en ik besluit nog maar even niets van mijn ongerustheid aan hem te laten merken. Ik drentelde quasi-nonchalant naar één van de verzorgers en ging voor haar zitten. Even mijn charmes in de strijd gooien: pootje erbij, oortjes naar achteren, zielige blik en dan ben ik verzekerd van haar onverdeelde aandacht. “Och jongen,” zegt ze tegen me, “jullie komen hier lekker een paar daagjes logeren, gezellig toch!” Om haar een beetje te vriend te houden kwispelde ik halfhartig en liep daarna naar Sol om hem het nieuws te brengen. Gelukkig wist ik dat de baasjes echt wel terug zouden komen, maar voor Sol was het net zo als voor mij vorig jaar: eerst zien, dan geloven! Hij is ook nog niet zo lang hier in Nederland en die arme jongen is bang dat hij toch niet meer terug mag naar huis, dat hij niet braaf genoeg is geweest of dat de baasjes zich bedacht hebben.
In de tijd dat we daar waren heb ik me dus maar opgeworpen als zijn persoonlijke body-guard … niemand die hem een haar zou krenken met gemene opmerkingen! En goed, heel misschien ben ik daar een beetje in doorgedraaid, want vanaf het moment dat ik wist dat we hier nog een paar daagjes zouden blijven heb ik ons hok toegeëigend en tegen iedere hond die maar in de buurt kwam heb ik van me laten horen. De medewerkers daar keken wel wat vreemd op, want normaal blaf ik alleen maar als ik aan het spelen ben! Ook de andere honden die op het speelveld mijn grote broer begonnen te jennen heb ik even keurig op hun nummer gezet. Normaal kijk ik niet op of om hoor, Sol is groot genoeg om voor zichzelf op te komen bij die kleine plagerijtjes, maar in deze situatie vond ik wel dat ik hem in bescherming moest nemen. En tja … dan maak ik geen onderscheid hoor … misschien reageerde ik een ietsiepietsie te fel op die kleine teckel die per ongeluk tegen Sol opliep, want dat arme beestje vloog een meter of twee omhoog toen ik hem toeblafte dat hij moest uitkijken, maar hé, a man has got to do what a man has got to do!
Zelfs mijn brokken, die normaal heilig zijn, deelde ik broederlijk met Sol! Ik ben zelfs een keer betrapt dat ik geheel vrijwillig tegen Sol ben aangekropen …
De verrassing was dan ook groot dat we op een dag samen werden opgehaald van het speelveld. Zouden de baasjes er zijn? Omdat we daar hond aan huis zijn mochten we zelf naar de deur van de ontvangstruimte rennen; ik ben zelfs niet gestopt voor mijn gebruikelijke inspectie bij de keuken waar de voerbakken worden gevuld. Oh, zouden de baasjes terug zijn? Nee, ik zag geen baasjes, maar dit was ook leuk: de ouders van mijn baasje met mijn grote vriend Scott! We mochten met hun mee in de auto, nou, dat hoefde je geen twee keer te zeggen! Ik dook bovenop Scott in de achterbak terwijl Sol iets te enthousiast op de bijrijderstoel sprong, recht op de schoot van onze redders in nood.
Thuis aangekomen waren mijn baasjes er niet, dus mijn taak was nog niet ten einde. Nu moest ik niet alleen Sol beschermen, maar ook het huis, mijn oppasouders en mijn vriend Scott. Zelfs kat Saar en de kippen ontkwamen er niet aan! Ik had het er maar druk mee! Mijn oppasouders wisten niet wat ze overkwam, zo’n wakende en beschermende galgo!
Na een paar dagen voelde ik aan dat er weer wat ging veranderen; al een paar uurtjes bleef ik maar heen en weer lopen, stond ik iedere tien minuten met mijn spitse galgoneus tegen het raam gedrukt en plots … zag ik daar de baasjes! Ze waren terug! In alle commotie vergat ik te blaffen!
Na een uitgebreide knuffelsessie hoorde ik mijn oppasouders vertellen dat ik nogal veranderd was, beschermend en waaks. Mijn baasjes konden dat niet geloven: “Paco? Waaks? Whahaha!”
De eerstvolgende keer dat we gingen wandelen heb ik natuurlijk niet meer op of om gekeken naar alle voorbij rennende honden, katten die naar Sol bliezen liet ik hun gang gaan en de collectant kon bellen en rammelen wat hij wilde, maar ik tilde mijn kop er nog niet voor op. Mijn eten at ik zelf helemaal op en ik ging nog liever op de vloer liggen dan bij Sol in de mand te kruipen.
Nee, mijn taken zijn voorbij! De baasjes zijn weer thuis en nu is het tijd voor MIJN vakantie. 50 Weken per jaar ben ik de luierende, niet-waakse en amper blaffende galgo! En zo hoort het!

Paco (i.p.v. Lonneke)


23 september 2011
Omar op de Elf Fantasy Fair

Enkele columns geleden schreef ik al over de rare hobby die Martijn en ik hebben: Fantasy. Martijns alter ego Qu'Mar Ti-jin werd uitgenodigd om op de Elf Fantasy Fair in Arcen argeloze bezoekers te leren hoe ze zich moeten verdedigen tegen monsters, zoals zombies, vampiers en trollen. Eeuwige sidekick Japie is wel gewend aan dit reizende bestaan. Die heeft een uit-stand, waardoor hij de helft van het weekend niet meemaakt. Die ervaring en kunde heeft Omar nog niet, dus het was even een gokje om hem ook mee te nemen op dit drukke en hectische weekend. Het ging toch om twee keer een enorme autoreis, twee hotelovernachtingen en twee dagen gekte. Aangezien Omar inmiddels 2,5 week bij ons is, heel goed heeft kunnen wennen, met sprongen vooruit gaat, dol is op autorijden en uitstekend zindelijk is, hebben we ervoor gekozen hem mee te nemen.

De dagen voor vertrek besloot Omar een geintje uit te halen met mij. Een standaard bezoekje aan de dierenwinkel op de hoek, waar hij al verschillende keren is geweest, is geknuffeld en is gevoerd, was de basis voor een spannend avontuur. Hij besloot niet naar binnen te willen en zette zich schrap. Zijn ene oor floepte door de halsband, hij voelde semivrijheid en nam zijn kans. Met nog een rukje bevrijdde hij zich van zijn ketenen en sprong hij het vrije leven tegemoet. Omar huppelde naar een bosje struiken en deed een plasje (hij was allang uitgeplast na een wandeling, dus dit was voor de show). Ik sleurde met een schoudertas, een cameratas en een Japie, maar zette geschrokken de achtervolging in. Omar zag me komen en er verscheen een grijns op zijn smoel. Oeh, spelen met pleegmama! Pleegmama zag het niet zo zitten en wilde graag weer een riem om dat smalle nekje zien. Omar huppelde links, Omar huppelde rechts, Omar huppelde niet naar pleegmama toe. Ik was lang zo kalm niet als Omar en had zeer zeker niet evenveel lol. Ik besloot naar huis toe te lopen (100 meter) en dat werkte, Omar liep braaf achter me aan. Een auto draaide de straat in en omdat Omar inmiddels een beetje voor me uit aan het zigzaggen was, 'plasje hier, plasje daar, wat voel ik me een held', ging ik midden op straat lopen en seinde ik achter me dat ze niet door konden rijden. Een vrouw stapte uit en vroeg me of ik hulp nodig had. Een langgerekt en dankbaar 'Jaaaa!' was het antwoord. De vreemde mevrouw riep lief naar Omar en die #*&@*%@-hond dribbelde nieuwsgierig naar haar toe. Hij moest langs mij en leek ineens te beseffen dat de bungelende halsband in mijn hand om zijn nek hoorde. Ik stond opgelucht op en ontving nog een geruststellend schouderklopje van mijn helpende vreemdeling. Mij werd paniekerig gewezen op een andere ontsnappende hond: Japie was met stevige tred op weg naar betere oorden, want hij was binnen 30 seconden een aantal keren als een zak aardappelen opgepakt en weer neergekwakt, samen met de tassen. Japie is een stuk minder moeilijk te vangen, dus we waren al gauw weer compleet.

En dit geval ging ik meenemen naar een festivalterrein? Ja, want ik gooide er een extra tuig omheen, gespte een strakkere halsband erbij en bond de boel aan mij vast met een heupgordel. Ik wist dat de momenten in de auto en in het hotel geen probleem waren, want dan is hij lekker bij ons en in rust. Dus meneer Omar kreeg zijn vuurdoop. Op het terrein hadden we een prachtig kraampje op een rustige plek op een groot grasveld, net voor een reusachtige spar. Onze materialen sleuren wij op een bolderkar van de auto naar onze locatie en eenmaal leeg voldoet de kar altijd prima aan Japie's eisen van een hondenmand, als wij er twee fleece dekentjes inleggen althans en hem goed instoppen met een derde. Omar had net een heerlijke nacht op een hotelbed doorgebracht, ik had wat minder goed geslapen. Op het terrein was er van bravoure geen sprake meer. Omar heeft zijn ogen uitgekeken en je hoorde zijn hersenen kraken om er maar een logica van te maken. Die eerste festivaldag was spannend en vermoeiend voor hem. Alles werd echter goed gemaakt door de wandeling bij het hotel, waar we een prachtig konijnenveldje middenin het bos ontdekten en Omar liet zien dat hij kan tellen. Bij opwinding gaat er een oor overeind staan, maar als hij er enigszins van overtuigd is dat er toch wel twee of meer konijntjes zitten, hijst hij zijn tweede oor ook overeind.
 
De tweede dag van het festival besloot hij anders aan te pakken. Hij had Jaap de dag ervoor luxueus en relaxed in de bolderkar zien liggen, dus Omar besloot dat hij dat ook wilde. Japie werd geëvacueerd en Omar had een mand veroverd. We hebben kennis gemaakt met andere honden, momenten waarbij zijn spanning volledig wegvalt en hij alleen maar enthousiast is. Op spannende momenten drukt hij zich tegen me aan, maar op andere momenten gaat hij rustig op iemand af om kennis te maken en geaaid te worden. Hij heeft heerlijk geslapen in de bolderkar en met allerlei mensen geknuffeld. Hij heeft een file veroorzaakt doordat een vrouw met twee windhonden in de auto midden op de weg stopte om hem te bewonderen en een gesprek aan te knopen. In de auto op weg naar huis had hij weer de hele achterbank inclusief dekens om op te slapen. Omar heeft zijn vuurdoop met glans doorstaan en is een goed reclamebordje geweest voor Greyhound Friends, meerdere visitekaartjes zijn uitgedeeld aan mensen die hem verliefd stonden aan te staren.
Poedel Japie had gelukkig niet door dat hij een keer niet de ster van het moment was.


Debbie


16 september 2011
Voor jou

Het begon enkele maanden geleden toen hij vertelde over zijn plan: hij wilde graag een hond. Het liefst een teefje. En als het zou kunnen een galga.
Hij had er goed over nagedacht: hij woont midden in de stad en een teefje tilt haar poot niet op, is iets kleiner, dus makkelijker in bus en trein te tillen. Hij woont alleen en een hond is aangenaam gezelschap, dat wist hij nog van vroeger. Bovendien brengt het regelmaat in de dag en kom je in contact met mensen.
Ja, zo is het begonnen. En zo zijn we op zoek gegaan naar de galga die het beste bij hem zou passen. Hij bekeek foto’s van diverse honden en wist het meteen: zij met die bijzondere ogen, mag ik haar adopteren? En zij werd het; Boontje.

Boontje werd in Spanje klaar voor de reis gemaakt, hij kocht intussen allerlei spulletjes en zette alvast een mand met deken en voerbakken klaar. Kreeg een halsband en riem en nu wachten tot ze zou komen.

Of wil je haar zelf gaan halen? Wauw, dat zou helemaal leuk zijn. Maar hij had nog nooit in een vliegtuig gezeten. Veel te eng. Voor haar zette hij zijn angst opzij en boekte een ticket.
Op Schiphol kreeg hij het al Spaans benauwd: wat een drukte, wat een herrie.
Eenmaal in het vliegtuig wist hij zeker: dit eens maar nooit weer!
De stoel bij het raam maakte het nog erger; je kon precies zien hoe hoog je van de grond was dus snel het luikje naar benedengeschoven.

Natuurlijk ging er niets mis, je landt vanzelf weer op de aarde na ’n paar uurtjes.
Eerst naar het hotel en bijkomen van dit avontuur en nog maar niet aan de terugvlucht denken.

Die avond zat hij toch wel een beetje zenuwachtig op een terrasje te wachten: Boontje zou komen met haar pleegmoeder.
En daar was ze dan: precies zoals hij haar had voorgesteld, met prachtige grote bruine ogen, een enorm lange kwispelstaart, maar vooral heel blij en enthousiast.
Hij straalde van blijdschap. De klik was wederzijds. Hij wist het zeker: zij is het!

De daarop volgende dagen ging hij samen met de pleegmoeder wandelen om Boontje wat beter te leren kennen. Ze luisterde prima naar haar naam en kwam naar hem toe als hij haar riep. Geweldig!
Nu nog de reis naar huis. Het huis wat voortaan een thuis zou zijn nu hij er niet meer alleen zou wonen.

Het inchecken duurde lang. Hij vond het niet leuk om haar in een bench te moeten stoppen en te zien hoe ze in het ruim werd geladen. Hij moest rennen om zelf nog op tijd in het vliegtuig te komen. Hij transpireerde over zijn hele lichaam toen de motoren begonnen te loeien. Hij had er wel uit willen rennen toen het vliegtuig in beweging kwam. Hijgend probeerde hij de situatie meester te blijven.
Nergens aan denken en rustig blijven, straks was Schiphol er weer en ……Boontje!

Ze kwam heel vrolijk uit haar bench en ging dicht tegen hem aanstaan.
”Ik had je toch gezegd dat ik er zou zijn!” Ze kwispelde.
Japanse toeristen vroegen of ze een foto mochten maken van deze pretty girl.
Hij glunderde, tuurlijk mocht dat.
Maar daarna meteen naar huis. Hij had het welgezien op Schiphol, niksvoor hem!

Ze stapte zijn bescheiden appartementje binnen en kroop meteen doodmoe in haar nieuwe mand. Hij gaf haar nog wat water en ging daarna zelf ook een tukkie doen.
Wat een avontuur was het. Maar hij had het voor geen goud willen missen. Hij had de plek gezien waar Boontje was gevonden, het bos waar ze weken had gezworven. Nu was ze veilig thuis. Thuis bij hem. En niemand zou haar ooit nog kwaad doen, daar kon ze van op aan!

Ze moest effe leren hoe je een trap op en afgaat. Verder lijkt het alsof ze al jarenbij hem woont. Ze springt in de trein en in de bus, gaat mee boodschappen doen, als ze maar bij hem kan zijn. Elke dag maken ze lange wandelingen want ze heeft energie voor tien.
Daar moesten zijn voeten aan wennen; de eerste weken had hij overal blaren!
Maar door het wandelen begon hij af te vallen, heel positief!
Ze deed nog meer met hem; hij begon zin te krijgen om serieus voor zichzelf te gaan koken. Niet langer kant- en klaarmaaltijden meer. Zo gezegd zo gedaan.
Heel positief! Sinds kort is hij gestopt met roken. Op moeilijke momenten gaat hij met haar wandelen en komt inmiddels altijd wel iemand tegen waar hij een praatje mee kan maken. Juist…..heel positief!
En waarom ze zo onverwacht, zelfs middenin de nacht, zijn aandacht probeert te trekken, heeft hij nu ook ontdekt: dan is zijn bloedsuikerspiegel niet goed. Hij heeft diabetes en op de een of andere manier merkt Boontje als er iets niet klopt en waarschuwt ze hem.

Hij is veranderd sinds Boon bij hem woont. Hij geniet, kan weer lachen.
Zij…..
Zij maakt het verschil!

Mieke


9 september 2011
Februari 2011 :

Nou, wie had dat ooit gedacht ... Ikzelf in ieder geval niet, maar waarschijnlijk was dit weer zo'n gevalletje van 'Het moet zo zijn' …..
Regelmatig hoorde ik mensen praten over het Buitenlandse Honden Forum. Leuk, een beetje kletsen over hondjes en al wat daarbij hoort. Topics over verliefd zijn op een bepaalde hond, leuke fotoos bekijken tot en met handige tips en opvoedproblemen. Aangezien er ook regelmatig over de GFNLhondjes werd gediscussiëerd, leek het me wel geinig om ook maar een account aan te maken, zodat ik lekker mee zou kunnen lezen.
Ik moest nog wegwijs worden op het forum dus begon in het wilde weg topics te openen en te lezen. Éen van de eerst topics die ik las ging over een hondje dat dringend een nieuw baasje zocht, met een link naar een advertentie op Marktplaats :
Hallo! Ik ben een bijna 3 jaar oude galgomix afkomstig uit spanje,,,Ik luister naar de naam Stroebel,,,Mijn baasje zoekt lieve nieuwe baasjes/baasje voor mij! Door gebrek aan ruimte en goede ruimte voor uitoop zoekt mn baasje mensen voor mij die mij dat wel kunnen bieden.Ik ben lief en makkelijk in de omgang met kids,,Ben zeer lief en aanhankelijk. Slaap het liefst bij mn baasje op bed als dat mag? Lig graag ook zo bij mn baasje. Graag alleen serieuze reakties!

Nou struinen wij (van GFNL) wel vaker het internet af om te kijken of er niet stiekem een hond van een stichting wordt aangeboden, dus op zich was dit niks geks. Soms zie je heel leuke of aandoenlijke hondjes voorbij komen. De ene keer kunnen we iets voor een hond (of baasje) betekenen en de andere keer niet. Alleen .... toen ik deze advertentie aanklikte en naar dat hondenkoppie op de fotoos keek, kreeg ik een rare kriebel ... Ik móest iets voor dit hondje doen ! Ik kon niet zeggen wat het was, maar het was een vreemd soort drang, een opdracht, leek wel. Hij keek zo aandoenlijk uit zijn oogjes en uiteindelijk was hij het slachtoffer geworden van iets waar hij niets aan kon doen.
In overleg met het bestuur besloot ik die mensen een mailtje te sturen om aan te bieden om via GFNL te bemiddelen voor de plaatsing van de hond. Ik kreeg een reaktie terug dat ze eerst graag wilden zien wat GFNL deed. Ze zouden de website bestuderen en later antwoord geven.
Dagenlang hield ik de mail en de advertentie in de gaten. Een antwoord had ik nog niet gekregen en ineens was die advertentie van MP af. Snert.
Dus manlief zei : "als je wil weten waar ie is gebleven, moet je bellen" en dat heb ik dus gedaan.
De advertentie bleek 'gewoon' verlopen, maar Stroebel zat nog bij hun. Ik heb een heel gesprek gehad. Het waren hele lieve mensen die écht alleen maar een goed thuis zoeken voor dat hondje. Ze hebben hem uit een asiel gehaald als 4 mnd oude pup. Zij waren de eerste baasjes. Door verdrietige persoonlijke omstandigheden (die ik niet wil vernoemen) konden ze het hondje niet meer geven wat hij verdiende. Inmiddels hadden ze op onze site gekeken en GF sprak ze echt erg aan. Bemiddeling vonden ze geen optie, ze hadden liever dat de hond in een opvanggezin zou komen en van daaruit geadopteerd kon worden, dus stonden ze hem af.
Ik was dus als een razende op zoek gegaan naar een pleeggezin én .... gevonden. jaja. Donderdags gingen manlief en ik de hond in Limburg ophalen en zouden zorgen dat ie bij zijn opvanggezin kwam.
Dusssssssss .... heel spannend werd het ... vooral ook voor ons.... want … we gingen het zélf maar weer eens proberen, een opvanghondje.
 
Slechts een paar dagen later al bleken wij wederom totaaaal niet geschikt als opvanggezin. Alles wat hier als opvanger binnenkwam, is nooit meer weggegaan. Dus -na Dirkie en Moos- ook onze derde opvanghond, Stroebel. Drie dagen nadat we hem opgehaald hadden, beseften we dat hij wel heel leuk en naadloos in onze roedel paste en dat de hond voor óns ook wel heeeel erg leuk en lief was. Vooral manlief was verzot op dit harige wollebolletje. Dat gaf uiteindelijk ook de doorslag. Afstand doen was voor ons geen optie meer, dus stuurden we alleen maar een foto ter kennisgeving dat ie mocht blijven….


Nicole

 

2 september
EEN NIEUWE MAND

Oké, voordat je denkt dat één van onze honden uit huis is geplaatst of dat er een nieuwe aanwinst bij is gekomen, zal ik alvast even laten weten dat dit niet het geval is! Nee, dit stukje gaat letterlijk over een nieuwe mand voor Paco en Sol!
Vroeger (je kan merken dat ik al ouder word als ik dit soort termen ga gebruiken…) sliep onze eerste hond in een rieten mand met een kussen erin. Prima, maar wat kraakte die mand iedere keer als de bewoner het zich gemakkelijk maakte! Dus toen mijn eerste hond kwam zou hij geen rieten mand krijgen, maar een grote zachte hondenmand. Max lag er heerlijk in en kon zo uren in zijn favoriete houding liggen: helemaal uitgestrekt met zijn kop op de rand. Dat de mand niet helemaal Galgo-lighouding-proof was, bleek wel toen de mooie ovale mand binnen drie maanden onherkenbaar vervormd was tot een soort bobbelige homp met ingedeukte zijkanten. Toch bleek Max zeer verknocht aan zijn mand en het was dan ook in deze oude, maar geliefde mand dat Max op Nieuwjaarsdag 2008 voor zijn al even gekoesterde haardvuur voor altijd zijn ogen sloot.
Om een herhaling van de monsterlijk vervormende mand te voorkomen kreeg Paco bij zijn komst een groot hondenkussen met een extra ligrand om zijn kop op te leggen. Groot genoeg om ook in uitgestrekte toestand op te passen en heerlijk zacht. Na een jaar zag het kussen er nog geweldig uit en dus zou ook Sol eenzelfde kussen krijgen.
Of het kwam door de vertederende lompigheid van Sol als hij vol enthousiasme in zijn mand dook of gewoon pure pech, ik weet het niet, maar feit was dat het kussen van Sol binnen twee maanden eruit zag als een slagveld. Vieze plekken die er niet meer uit wilden, een vulling die er juist iets te graag uit wilde door de defecte rits en een vreemde vervorming van de ligrand maakte dat de mand er niet bepaald mooi meer uit zag en (veel belangrijker) ook niet erg lekker meer lag. Sol glipte steeds vaker Paco’s mand in tijdens de zeldzame momenten dat Paco daarin niet lag te genieten.
Tijd dus voor een nieuwe mand! En dat klinkt niet zo makkelijk als het lijkt, want deze keer moest de mand wel wat langer meegaan (lees: Sol-proof zijn…), ruim genoeg zijn voor de uitstrek-capriolen van Paco, praktisch zijn in onderhoud en ook een beetje passen in ons interieur. Oh, en last but not least…passen binnen ons niet al te ruime budget.
De laptop werd ter schoot genomen en er werd gezocht, gebrowsed en gesurft, maar geen enkele mand voldeed echt aan de eisen. De geweldige Bia-bedden pasten qua maat niet in de kamer (tenzij we al hink-stap-springend op de bank zouden belanden) óf de honden pasten qua maat niet in de manden, kussens waren vaak te slap of te schuiverig en de prachtige Rivièra Maison – manden waren simpelweg te duur.
De enige mogelijkheid was om zelf wat in elkaar te knutselen… Nu weet je misschien dat een grote doe-het-zelf-klus vaak uitmondt in een scheiding van tafel en bed, dus voorzichtigheid was geboden. Ik had de maten al berekend en tijdens een bouwmarktbezoek werd “toevallig” tegen een aanbieding van hout aangelopen. Een licht flirterige blik (jaja, die is er nog steeds gelukkig!) richting de assistent van de zagerij resulteerde in precies op maat gezaagde stukken hout. Schroeven en verf hadden we thuis nog genoeg op voorraad (lang leve de nasleep van een grote verbouwing!).
Vol goede moed begon ik met schilderen…héél veel schilderen… Echt dekkend wilde het na twee lagen grondverf en 2 lagen verf met de roller niet worden, maar uiteindelijk zagen de planken er zeer presentabel uit. Voor het betere schroef- en boorwerk even manlief aangekeken en zonder al te veel gekreun en gesteun werd gezamenlijk de eerste mand in elkaar gezet. Een sticker van Wereldpootjes erop en natuurlijk de naam en hoppa..mand één was klaar! Ondertussen had ik 2 passende kussens gekocht tijdens een restantenverkoop en de eerste budget-mand was klaar. Nummer 2 ging nog wat sneller en zo stonden er 2 fonkelnieuwe manden in de huiskamer te wachten op de nieuwe eigenaren.
En dan maar afwachten…gaan ze er wel in? Het zijn nogal prinsen op de erwt, die honden van ons. Niet dat zo alle moeite voor niets zou zijn!
Paco gaf het goede voorbeeld..als een echte Galgo betaamd werd hij tot dat grote zachte kussen aangetrokken als een mot naar een vlam. Fanatiek rondjes draaiend en gravend werd het kussen helemaal passend gemaakt. Sol daarentegen vond het nieuwe kussen maar eng en wiebelig en viel maar ter plekke neer, een beetje verdwaasd kijkend. Toch lag ook hij binnen een kwartier luid snurkend en uitgestrekt te slapen, dus dat zat (lag…) wel goed!

Nu een paar weken later zijn zowel de baasjes als de mannen erg tevreden met het resultaat; er wordt heel wat in af geslapen, gespeeld en gerold!

Het enige nadeel is dat er nu nog één zeer jaloers huisdier is die vindt dat ze recht heeft op óók zo’n mand: Saar de kat eigent zich soms één van de manden toe (dat is…als mevrouw eens van mijn schoot af is en dat is zelden!) en ja…dan durf je als stoere Galgo toch echt niet meer je mand in…

Eigen mand is goud waard!

Lonneke


26 augustus
Een hondenleven en geitenwollen sokken

Als dierenliefhebber en als gevolg daarvan vrijwilliger voor allerlei zaken naast het opvangen van dunne Spanjaarden voor GreyhoundFriends, heb je het best druk. En mensen vinden je soms best een beetje gek. Dat vind ik niet erg, ik vind mezelf soms ook best een beetje gek. Geeft niks, niets mis mee, een beetje gekte.
Maandag is mijn vrijwilligersdagje op het dierenasiel hier in Nederland. Ik moet er dan al heel vroeg zijn, omdat het mijn beurt is de honden te voeren. Heel zachtjes steek ik mijn sleutel in het slot en open ik de deur. Ik pak de poepemmer en loop naar de eerste gang, na nog even gecontroleerd te hebben of de buitenkennels goed dicht zitten. De honden zijn nog vrij stil, misschien hebben ze me nog niet gehoord? Ik doe de deur naar de eerste hondengang open en het kabaal breekt los. Ze kijken me allemaal in opperste spanning aan, want ik breng opwinding, open kennelluiken en straks ook eten! Wat spannend, de dag breekt aan. Ik trek luik voor luik open, laat de honden in hun buitenkennels en schep 's nachts gedeponeerde drollen in een emmertje. Ik doe nu niet meer stil en voorzichtig, want er zijn nog drie gangen en die honden hebben me inmiddels ook gehoord. Tijdens het eten is het weer zalig stil en vredig in de kennels, de kennels worden van binnen en buiten gepoetst en dan is het tijd de honden aandacht te geven. Om vijf uur 's middags sta ik bij de bushalte, hondsmoe en niet al te fris ruikend. Thuis gooi ik alles direct in de was en probeer ik onder de douche mijn glanzende haren terug te vinden tussen het stro dat nu op mijn hoofd staat. Ik heb niet veel succes, maar dat geeft niet, want ik hou de handdoek om als tulband en ik mag op de bank. Vriendlief verzorgt het avondeten en ik krijg een poedel op schoot, die me eerder nog niet wenste te begroeten, daar ik naar vreemde honden en meer stonk. Nu blieft hij zichzelf wel op te rollen op mijn schoot. Vier katten struinen rond, met het vage gevoel dat het etenstijd is, dus voor de zekerheid lopen ze je vaak voor de voeten en slaken ze oerkreten, zodat ze zeker weten dat je wel van hun bestaan op de hoogte bent. En ik praat, klets en kwebbel. Over de honden die ik vandaag heb verzorgd, over de nieuwelingen, over de asielkatten waar ik ook vaak even ga buurten, over succesverhalen van geplaatste dieren, over de paarden in het nabijgelegen weiland, over alles wat maar harig en vierpotig is. Na de douche, het avondeten, en een uurtje dutten op de bank, vraag ik aan vriendlief: "Hoe was jouw dag eigenlijk?"
Dus ja, ik ga voor mijn lol kennels schrobben en ja, ik kies voor een oude, stoffige kat (x 4) boven een schattig kitten, ik neem een blinde jeukpoedel in huis en ik vang magere honden op uit het buitenland. Ik ben vegetariër, maar ontwikkelend richting veganist en ik kan niet ophouden te praten over dieren en al hun aardigheden. Dat vind IK allemaal niet zo gek, maar bij mij is dit natuurlijk langzamerhand zo gegroeid allemaal. Wat ik wel heel erg vind, maar ik kan er ook niets aan doen, het overkwam me ineens, is dat ik laatst in geitenwollen sokken op mijn sandalen liep ...

Debbie

19 augustus
Memories

Anderhalve week geleden hebben we afscheid moeten nemen van Mohr.
In juni '97 kwam hij bij ons wonen dus het lijkt alsof hij er altijd is geweest.
In 2003 kregen we onze eerste pleeghond, niet veel later adopteerden we onze eerste Galgo.
Tot de laatste dag is Mohr een steun geweest voor hen.
Wie het leuk vindt om fotootjes te bekijken kan op onderstaande link klikken.
https://picasaweb.google.com/114356426938371178503/Mohr?authuser=0&authkey=Gv1sRgCI_mvJ3ywIqMSg&feat=directlink

Lieve, lieve Mohr,
Nu je vanmiddag hebt aangegeven dat je aan je laatste reis wil beginnen, wil ik nog even naast je komen zitten. Nee, ik zal dit keer niet meer vragen of je toch nog wat langer wil blijven; dat heb ik je al zo vaak gevraagd en ik weet dat je moeilijk nee kunt zeggen.
Dus ik respecteer je besluit.
Maar je kunt niet zomaar weggaan. Voor de laatste keer doen we zoals we altijd deden; ik praat en jij luistert.
Ik weet nog als de dag van gisteren dat je bij ons kwam wonen. Goh, wat was je klein.
En dapper! Maar het meest opvallend was je vrolijkheid. Ik kan me niet herinneren dat je ooit chagrijnig of naar hebt gedaan tegen wie dan ook.
Integendeel, je bent altijd respectvol met iedereen omgegaan. En daarmee was je een voorbeeld en een houvast voor iedereen hier in huis. Een diplomaat, absoluut!
Je hebt de kinderen uit zien vliegen. Je hebt ze volwassen zien worden.
Alle mooie, moeilijke, blije en verdrietige momenten heb je meegemaakt.
Regelmatig komen ze je ophalen voor een wandeling of logeerpartijtje.
Je was erg dol op kinderen hè? Ook de kinderen in de wijk kennen je allemaal en knuffelen je graag.
Wil je nog iets lekkers Mohr? Ik haal het voor je en ik zet zachtjes muziek aan.
Zachtjes, want iedereen slaapt al. Nog enkele minuutjes en dan is het jouw dag, maar we zijn nog niet klaar met ons gesprek.

Kijk eens, worst en kaas, lekker hè!
Weet je nog dat Yssel kwam? Ha, ha, ja, die bracht ik zomaar onverwacht mee. Je sliep al toen ik thuis kwam en toen heb ik haar voorzichtig bij jou gelegd. Je hebt haar veel geleerd; dat ze niet bang hoefde te zijn, dat ze goed was zoals ze was. Nog 15 uur Mohr, dan zie je haar weer.
Later kwamen de Spaanse spillebeentjes erbij; Lucas en Galgui als eersten. Knap hoe voorzichtig je met hen omging want o,o, wat waren ze kwetsbaar.
Je bent hun gids geweest, je hebt hen geleerd wat er van ze werd verwacht in hun nieuwe leven. Wat zou er van Neva zijn geworden zonder jou? Je hoeft geen antwoord te geven hoor! Maar ik weet wat je hebt betekend.
Ja hoor, kruip maar wat dichter tegen me aan met je koppie in mijn hand.
Verheug je je erop dat je heel veel vrienden van vroeger terug zult zien? Bud, Lowietje en Kees. Hoe meer herinneringen we ophalen, des temeer realiseer ik me wat een geweldige vriend je voor iedereen bent geweest.
Nee, niet verlegen worden! Hierzo, nog een stukje worst? Wil je ook nog een kauwstaafje? Pak ik even voor je..

Weet je hoe laat het al is? Bijna 3 uur! Nog 12 uur en dan moeten we gedag zeggen.
Nu even niets zeggen, nu even alleen maar stil samen zitten.
Denken aan alle mooie momenten die we samen hadden. Ssstttt, geef me je pootje.

Woensdag 3 augustus,
12.00u
Jij bent niet zenuwachtig, maar ik wel. Heel erg zelfs. Ik wil nog fotootjes van je maken; hier binnen maar ook buiten. Nog heel even dan is alles wat jaren zo vanzelfsprekend was, allemaal anders. Heb je aan Toto uitgelegd hoe hij je taak moet overnemen? Oke.
Ik geef je heel veel kusjes mee voor onderweg en om uit te delen als je daar bent.
Kom, nog even een plas doen want onderweg kan dat niet meer.
14.15u
Het is tijd om te gaan. Anders zijn we niet op tijd. Dag Toto, Pop, Neva, Jet en Fanny…
Voorzichtig, Paul tilt je in de auto. Ja schat, dat lukt niet meer zo goed.
Nog even een laatste wandelingetje; hoef je echt geen plas meer te doen?
Lig je lekker?
Ben je klaar om op reis te gaan?
Je hoeft mijn tranen niet langer weg te likken, ga nu maar, het is goed.
15.00u
Kus, kus, knuffel, dag, dag, daaag…..

Vanavond praten we verder zoals we al jaren doen:
Ik praat en jij luistert…….
vanaf nu onzichtbaar
Ik heb je nog zoveel te zeggen.

Mieke


12 augustus 2011
Moos
In 2009 was er een grote Whippet naar een asiel ergens in Nederland gebracht. Gedumpt, zo vlak voor de grote vakantie, omdat ze (waarschijnlijk onbedoeld) zwanger was. Dit hondje liep op alledag en had eigenlijk extra hulp en aandacht nodig. Één van onze vrijwilligers maakte Greyhoundfriends hierop attent en omdat GFNL niet alleen Windhonden-stumpers uit Spanje helpt, maar ook ‘gewoon’ uit Nederland, namen we deze hond over van het asiel, zodat ze in alle rust bij iemand thuis zou kunnen bevallen.
En zo geschiedde. In de nacht van 3 op 4 augustus begonnen de weeën. Het wilde niet vlotten en omdat de puppies tamelijk groot bleken, werd het teefje overgebracht naar een dierenkliniek alwaar ze via een keizersnee beviel van 4 kerngezonde kindjes. Drie jongens en één meisje.
De opvangmoeder had een zware taak aan dit jonge gezin. Vooral toen na een paar weken al bleek dat het moedertje geen puf meer had om haar kinders naar behoren te voeden. Uiteindelijk verstootte ze haar kroost toen ze slechts 5 weken oud waren. De moeder werd weggebracht naar haar nieuwe adoptiegezin en de kindjes werden verder grootgebracht door mensenhanden.
In die tijd waren de eerste foto’s van dit mooie viertal op de website gezet, omdat ze bijna klaar waren voor adoptie. Vier WHIPPETpuppies.

Al gauw waren daar de eerste geïnteresseerden. Zo ook mijn schoonzusje en zwager. Zij hadden onze Dirkie gezien (die toen nog niet zo lang bij ons was) en zo’n leuk klein hondje zagen zij ook wel zitten. Ze waren helemaal verliefd geworden op het ‘blauwste’ hondje en maakten een afspraak om te gaan kijken. Het bleek één van de jongetjes te zijn, Vito. Helemaal hoteldebotel waren ze van hem. Ze konden haast niet wachten om hem in huis te halen, maar omdat hij pas zes weken oud was, moesten ze nog zeker twee weken geduld hebben.
Op 28 september was het zover. Mijn zwager kon geen vrij krijgen, dus had mijn schoonzus gevraagd of ik mee wilde om Moos –zo zou hij gaan heten- op te halen. Nou, hihi, dat wilde ik maar al te graag.
De hondjes liepen buiten. Ze buitelden van enthousiasme en nieuwsgierigheid over elkaar heen toen we voor het hek stonden te kijken. Wat een schattig gezicht, die kleine humpies. Oh ja, ik kon me heel goed voorstellen dat ze hier verliefd op geworden waren.
Na de gebruikelijke officiële handelingen mocht mijn schoonzusje het hondje bij zijn broertjes en zusje weghalen. Hij was de eerste die het nest verliet. In de auto zat hij de hele weg naar huis bij mij op schoot, heeft zelfs heel diep liggen slapen. Toen we bij hun huis waren aangekomen, vond ik het jammer dat ik het hondje bij hen moest laten ….

De eerste dag ging het prima met de kleine Moos, hoewel hij wel erg piepte als mijn schoonzus uit het zicht was. De dagen erna werd het er niet beter op en ook de nachtrust werd wreed verstoord door een klaaglijk huilend hondje. Na vier dagen zaten ze er doorheen. Doodmoe waren ze ervan en ze wilden graag een nachtje lekker kunnen doorslapen. Dus toen kwam de vraag of Moos niet een nachtje (of twee) bij ons mocht logeren. Natuuuuuurlijk mocht dat.
Het hondje kwam hier binnen en werd dolenthousiast door Cuqui, Mulata en Dirkie begroet. Goh, wat was ie eigenlijk klein, hij kon nog onder onze (ook al kleine) Dirkie doorlopen. Moos voelde zich direct op zijn gemak tussen zijn soortgenoten en het was al snel duidelijk dat, als ik de kamer uitliep, hij niet meteen begon te piepen. De bench (waarin hij geacht werd te slapen) vond hij maar niks. Zodra het deurtje dichtging zette hij het op een gillen. Nou, dán maar niet. Hup, mee naar boven en dan maar bij ons op bed. Ik had het er niet voor over om óók hele nachten wakker te liggen. En zowaar, Moos sliep de hele nacht rustig door.
Twee nachtjes logeren werden vijf nachtjes logeren. De laatste nacht sliep het pupke wel, maar ik niet. Ik had een knoop in mijn maag, want morgen zou dit kleine hummeltje weer weg gaan…
’s Morgens stond mijn lieve schoonzus al vroeg op de stoep. Bedremmeld keek ze me aan en zei : “Luister Niek, ik zie dat Moos bij jullie veel gelukkiger is dan bij ons. Hij heeft duidelijk een hondenfamilie nodig en dat kunnen wij hem niet geven. Zou het niet beter zijn als hij misschien …. Uuuuhh … bij jullie zou blijven wonen?”
Yieiehaaaaaaa, ze had me niet blijer kunnen maken!!!
En zo is het dus gekomen dat Moos bij ons terecht kwam.

Overigens bleek achteraf dat die WHIPPETpuppies behoorlijk grote honden werden. Waarschijnlijk was hun vader een GREYHOUND.

Nicole


5 augustus 2011
GEOCACHING
Vroeger was ik gek op schatzoeken. Ik hoopte altijd ergens een oude kaart te vinden met daarop een kruis waar de schat lag. Onderweg zou ik met heel veel slimheid en gewiekstheid alle aanwijzingen ontcijferen en de valkuilen omzeilen om uiteindelijk de schat te kunnen opgraven. De inhoud ervan was eigenlijk nooit zo belangrijk, maar het zoeken ernaar des te meer.
Naarmate je ouder wordt gaan dergelijke spelletjes en fantasieën vaak naar die plek in je geheugen waar ook je poppen, speelgoedautootjes en fantasievriendjes naartoe gaan. Ervoor in de plaats kwamen serieuzere zaken zoals studie, werk en een eigen huis.

Tot het moment dat ik vernam dat er een wereldwijde nieuwe manier van wandelen in opkomst was. Het heet geocaching en je gaat middels een gps-apparaatje op zoek naar een schat. Gelijk werden mijn oude herinneringen aan de schatzoek-kinderfeestjes afgestoft en ben ik op internet gaan kijken wat dat geocachen nu eigenlijk inhoudt.

Simpel gezegd kan je op een landkaart zien waar de schat verstopt is. Middels de omschrijving en de coördinaten is het aan de schatzoeker (de geocacher) zaak om de schat te vinden. De schat bestaat bijna altijd uit een verstopt logboekje waarin je je naam kan zetten en de datum waarop je deze gevonden (“gelogd”) hebt. Soms is er nog ruimte om er wat kleine ruilvoorwerpen in te stoppen. Vervolgens schrijf je op internet dat je de schat (de cache) gevonden hebt en wat je er van vond.

Er zijn verschillende soorten caches: van hele eenvoudige “oppikkers” (waarvan je de coördinaten al gekregen hebt en je er dus zo naar toe kan lopen / fietsen / rijden) tot moeilijke puzzelcaches van kilometers lang. Hierbij moet je onderweg zoeken naar vernuftig verborgen aanwijzingen en raadsels oplossen die veelal met de omgeving waarin je loopt te maken hebben.
Het is de bedoeling om de cache ongezien te vinden, zodat de niet-geocachers ze niet kunnen vinden. Vaak zijn de schatten dan ook goed verstopt, zoals in een kuiltje in de grond bedekt met aarde of met een magneetje aan een ijzeren paaltje. Niet alleen in Nederland liggen veel geocaches (grote kans dat er bij je om de hoek ook ééntje te vinden is!), maar eigenlijk liggen ze over de hele wereld verspreid!

Oke, leuk allemaal, maar wat heeft dit nu met honden te maken? Nou … in ons geval heel veel! Omdat er veel leuke caches in natuurgebieden, bossen etc. liggen, gaan onze Spaanse schat zoekers ook altijd mee. Zo komen we steeds in mooie nieuwe gebieden, want degene die de cache geplaatst heeft woont veelal in de omgeving en weet je zo naar de mooiste plekjes te sturen waar je anders nooit zou komen.

Paco en Sol vinden het een geweldige manier van wandelen en genieten volop van al die nieuwe stukken natuur. Als het weer wat slechter is maken we soms wel eens een autotochtje om zo wat “oppikkers” te combineren en de mannen kijken hun ogen uit vanaf de achterbank (“Waar gaat het baasje nu naartoe?”) en Paco speurt naar zijn eigen cache: konijntjes!
Om de paar stops lopen we altijd een langer stuk met ze en ze gebruiken de tijd die wij nodig hebben om een aanwijzing te ontcijferen of om onze naam in het logboek te schrijven gretig met rondsnuffelen en op hun eigen manier hun aanwezigheid te “markeren” …
Paco en Sol zijn inmiddels bekend als de GeoDogs en poseren op menig foto bij ons verslagje op internet, laatst zijn ze zomaar op straat herkend …!

Tijdens onze laatste vakantie hebben we ook een wandeltocht van 20km gemaakt dwars door een Tsjechisch natuurpark en omdat de omstandigheden daar iets anders zijn dan in Nederland vonden we onszelf met honden op een gegeven moment terug op een steile rots in een afgelegen woud op zoek naar de eindlocatie. Helaas hebben we dan niets aan de speurzin van Paco en Sol, want je mag niets eetbaars in de “schat” stoppen … Het is dus wel voorgekomen dat Paco bovenop de schat stond en wij er driftig omheen aan het zoeken waren … Tja, het zijn zichtjagers die Galgo’s hè …
Onze verbazing was dan ook groot toen Paco plots op een uitstekend stukje rots sprong en enthousiast begon te snuffelen. Zou het dan toch …? Helaas; Paco bleek zijn eigen schat gevonden te hebben … een afgekloven geitenpoot waar de hoef nog aan zat. Zo trots als een pauw heeft hij de vondst nog honderden meters met zich meegesjouwd.
En die cache? Ja, die hebben we ook gevonden hoor!

Ondertussen staat de teller van onze gevonden caches op zo’n 450. En voorlopig gaan we door, want er is altijd wel tijd voor een nieuwe tocht als we op weg zijn naar familie, naar de vakantiebestemming of … naar een GreyhoundFriends bijeenkomst!
En de grootste schatten … daar hoeven we niet ver voor te zoeken! Die liggen gewoon hier naast ons in hun eigen mand!

www.geocaching.nl
www.geocaching.com

Lonneke


29 juli 2011
Gekke hobby’s

Dieren hebben in mijn leven een grote rol. Ik ben niet compleet zonder wat harige vriendjes (de menselijke soort heb ik liever niet te behaard). Vier oude katten in huis levert aardig wat haren op. Die beesten snappen echt niet meer wanneer er rui op de agenda staat, dat doen ze gewoon lekker het hele jaar door. Poedel Japie is dan met zijn niet uitvallende vachtje een welkome aanvulling.

Opvang Galgo Leo is twee weken geleden geadopteerd, dus het huis is 30 kilo minder vol met harige vriendjes. Leo’s ultrakorte rode haartjes steken nog steeds uit ons bankstel en nee, we vinden dat niet zo erg en ja, we maken wel schoon. Het is wel gek om Japie voor zijn oude poedelhoestje een lepeltje honing met hoestdrank te geven, zonder Leo die het lepeltje op het einde even mag schoonlikken. Zo wen je aan een hond en zo wen je zonder hond. Zelfs wennen went.
Martijn, ik en Japie zijn net terug van een intens druk weekend, gevuld met onze andere hobby: fantasy. Martijn schrijft fantasy, ik lees fantasy, we kijken fantasyfilms, we lezen comics en we kennen veel te veel termen, wat ons officieel de titel ‘geek’ oplevert. Martijn heeft een alterego ontwikkeld voor zijn jeugdboek (“de brandende krijger”) in wording en dat alterego bleek uitermate geschikt om mensen mee te vermaken.

Zijn schrijverij gecombineerd met lesgeven in de krijgskunst gaf geboorte aan Qu’Mar Ti-jin, een krijger uit andere werelden, die zo nu en dan langskomt in deze realiteit om nietsvermoedende en onschuldige burgers een cursus zelfverdediging te geven tegen trollen, orcs, tovenaars, draken, vampiers, weerwolven, zombies en ander bovennatuurlijk gespuis. Dit weekend was Qu’Mar uitgenodigd door de organisatie van Fantastyval, een fantasy festival op de Wouwse Plantage in Brabant. Een prachtige locatie, gehuld in prachtige Nederlandse buien.
Qu’Mar gaf workshops in de regen, een prestatie voor een krijger uit de vuurlanden, goed bestand tegen hitte, bijzonder slecht tegen natte omstandigheden. Zijn eeuwige sidekick Japie gaf mentale ondersteuning, vanuit zijn droge en warme plek in de bolderkar. Een verrassende ontmoeting met een volledige cameracrew van een RTL-zender maakte het weekend wel af, waardoor we verzopen, maar erg tevreden weer aan de lange thuisreis naar Gro…euh, andere werelden begonnen. Langs de McDonalds, dat dan weer wel.

Japie is niet alleen Qu’Mars trouwe sidekick, maar ook zijn grootste concurrent. Mijn functie is die van cameravrouw. Dit weekend leverde zo’n duizend foto’s op van groene goblins, de roofvogelshow (mooi!), geweldig verklede bezoekers, enthousiaste cursisten, verregende kostuums, opgedirkte shetlandpony’s, prachtige eenhoorns en van Japie, Japie en nog eens Japie. Kent iemand een beter fotomodel dan een ubercute, krullerig, blind minipoedeltje, met de meest nuffige zithouding op aarde? Niet alleen moest Qu’Mar moeite doen mijn cameralens op zich gericht te houden, ook voor de vele bezoekers was Japie een magneet. De eindeloze oh’s en ah’s, aaitjes en poseermomenten deden Qu’Mar bijna uit zijn gepantserde jasje springen. Gelukkig is ‘zelfbeheersing’ onderdeel van de vredelievende filosofie van dit ongewapende krijgersvolk…
En nu zijn we terug op aarde, vol spanning wachtend op onze volgende pleeghond, want dat is er eentje die mijn aandacht al getrokken had en een stukje van mijn hart ook al. Ohoh…
Debbie

22 juli 2011
Diploma?

Het einde van het schooljaar nadert en dat vieren we altijd met een feestelijke avond: de diploma uitreiking!
Op die bewuste dag zijn de leerlingen druk bezig met de voorbereidingen: de gymzaal wordt omgetoverd tot een ware feestzaal, er worden hapjes gemaakt, de schoolband houdt generale repetitie enz. Rond half 7 's avonds druppelen de eerste gasten binnen: onze kids op hun mooist gekleed. Met ouders, grootouders, broers zusjes en iedereen die aanwezig wil zijn.
Op verzoek van de kinderen was Toto er ook bij. Speciaal voor deze gelegenheid had hij een grote witte strik om! (Pop was ook uitgenodigd maar weigerde in de auto te springen. Dan niet!)
Ik was benieuwd hoe het zou gaan; veel mensen, harde muziek en bovendien een avond met een plechtig tintje dus …. gedraag je daar ook naar.

Op het speelplein werd hij direct begroet: "Heeeeeeee Toto, wat ben je deftig met je vlinderstrik!"
We liepen naar binnen, naar de feestzaal.
Ook daar werd Toto enthousiast begroet en voorgesteld aan ouders: "Voor deze honden hebben we geld verzameld. Zie je, dit is nou een Galgo, dit is Toto!" En als een waardige ambassadeur liet Toto zich aanhalen en aaien.Tijdens de speeches ging hij er deftig bij liggen. Klonk er applaus dan was dat voor hem het sein om weer even rond te kuieren en bekenden gedag te zeggen.

Na afloop van het officiële gedeelte was er voor iedereen een hapje en een drankje. Toto keek van een afstand toe hoe iedereen iets lekkers nam. Hij snuffelde wel in de buurt van de afvalbakken maar waagde het geen een keer om iets van tafel te stelen. Dat hoefde ook niet .… hij heeft uit genoeg kinderhanden iets aangeboden gekregen.
Dat mag op zo'n bijzondere avond! Veel mensen waren verbaasd over de rust die hij uitstraalde en hoe kalm hij bleef. "Hoort dit bij het ras?" was een veelgestelde vraag. Ja, eigenlijk wel, Toto's karakter is geen uitzondering. Glimmend van trots en met een rugzak vol complimentjes nam Toto afscheid: "Fijne vakantie en tot volgend schooljaar!"

Weer thuis gekomen zocht hij voldaan zijn kussen op. Ik heb een hele poos stilletjes naar hem zitten kijken. En voor de zoveelste keer heb ik me verbaasd hoe een mishandeld wezen toch in staat is om weer vertrouwen te krijgen in mensen. Hoe hij zonder onderscheid iedereen open en onbevangen tegemoet treedt. Zou dat het zijn wat de leerlingen op school er toe brengt om hem hun lief en leed toe te vertrouwen?

"Eigenlijk heb jij ook een diploma verdiend Toto. Een UGH kwalificatie!" Hij keek me met gefronste wenkbrauwen aan: “UGH?" "Unne Goeie Hond!" Hij lachte verlegen. Want ook dat kan hij…..lachen…..dat doen we samen als we een speciaal momentje hebben. En dat was zo'n speciaal moment!

Mieke


13 juli 2011
Monster
De titel doet vermoeden dat deze column over een heel akelige hond gaat, die grommend, schuimbekkend en met opgetrokken lip zijn tanden laat zien. Zo eentje waarvoor je een blokje omloopt en waar de hondenfluisteraar aan te pas moet komen om te leren hoe je ermee om moet gaan.
Maar nee … Monster is de naam van een leuk plaatsje in het Westland, aan de Zuid-Hollandse kust, ergens tussen Hoek van Holland en Scheveningen. Op zich niet een heel erg bijzondere plaats wat betreft bebouwing of erfgoed (hoewel de Westlandse druiventuin en de molen wel leuk zijn om te bezichtigen als je tóch in de buurt bent), maar het leuke aan Monster vind ik –en velen met mij- ‘de hondendijk’.
Regelmatig krijgen wij de vraag of we een gebied weten waar je je hond veilig kan laten loslopen. Vooral mensen die pas een hond hebben of als het een hond rechtstreeks uit Spanje betreft. Men wil dan het liefst op een verantwoorde manier kunnen kijken hoe hun hond het doet zodra de lijn eraf gaat. Gek genoeg zijn er best veel leuke wandelgebieden waar de hond mag komen, maar er zijn maar weinig stukken die rondom zijn afgezet en waar je met een goed gevoel je viervoeter kan laten rennen, zéker als het om windhonden gaat. Één van de plaatsen waar dat wel kan is dus Monster.
De zogenoemde ‘hondendijk’ is dus , zoals verwacht, een stuk dijk van ruwweg geschat zo’n 100 meter breed en bijna anderhalve kilometer lang. Er zijn 3 niveaus / hoogtes waar je kan lopen. Bovenop de dijk heb je goed overzicht over het hele gebied en je kan er overzien waar je hond is, alleen als het stevig waait loop je al gauw in de gure wind. Een niveau lager loop je lekker beschut, maar heb je geen zicht meer op het hoger gelegen gedeelte. Het is wel leuk om te zien hoe je hond omhoog de dijk opvliegt en weer naar beneden komt suizen en nóg weer een niveautje lager de sloot in duikt. Dat is plezier voor mens en dier.
Die dijk ligt tussen de duinen en een woonwijk. Aan de ene kant ligt een fietspad. Die kant van de dijk -evenals de zijkanten- is ook helemaal afgezet met een hek van zo’n 1.50m hoog. Je zou denken dat een windekind daar zo overheen zou vliegen, maar zolang als ik daar kom en al ontzettend veel windhonden daar tegengekomen ben, heb ik dat nog nooit gezien of gehoord. De honden hebben er genoeg ruimte om te racen en te spelen, ze komen vaak niet eens in de buurt van het hek.
Aan de andere kant, het lager gelegen deel, ligt een sloot. Aan de overkant van de sloot, staan óf kassen, óf echte hekken, óf (om de weilanden) van die schapenafrasteringen. Hoe dan ook, het moet ook wel weer heel gek lopen wil er een hond daar kunnen ontsnappen.
De sloot is voor de meeste honden een heerlijke vorm van verkoeling, ook de windhonden genieten van het gespetter en ze kunnen er lekker van drinken. Het is dus niet persé nodig om water mee te nemen.
Voor de baasjes is het ook de moeite waard om daar te wandelen, want het duingebied is ontzettend mooi en elk jaargetijde ziet het er anders uit. Zo groeien er bijzondere planten en bloemen (bijv. duindoorn of wilde chrysanten) en lopen er half-wilde paarden in de duinen (niet op de dijk, hoor).
Neem een fototoestel mee !

Uiteraard is het wandelen daar op eigen risico. (GFNL kan niet aansprakelijk worden gesteld).
In de duinen zitten natuurlijk konijnen, hazen en vossen. Als je rond schemertijd gaat wandelen, dan bestaat de kans dat je wat tegen het lijf loopt. Is je (wind)hond een echte jager, dan kan je beter echt midden op de dag gaan, een muilkorf is raadzaam als je niet 100% zeker bent van je hond. En bij de echte Houdini’s kan je het beste even aankijken hoe ze reageren (richting hek?), voordat ze los gaan.

Hoe je er komt:
*Via de Molenslag (bij de molen) > naar de strandopgang. Bij de kruising met het fietspad ligt aan je rechterhand de hondendijk. Je kan de auto in de woonwijk ernaast proberen te parkeren en anders op het parkeerterrein bij het strand (betaald).
* Je kan ook naar de Haagweg ter hoogte van nummer 37 rijden (kijk eens naar de windwijzer op dat huis …). Daar het laantje in alwaar een stukje verderop wat parkeerplaatsen zijn. Recht tegenover dat laantje is een ingang van de hondendijk.
Van 1 april tot 1 oktober mag je niet langs die weg parkeren. Er wordt regelmatig gecontroleerd.

Nicole


8 juli 2011
VAKANTIE!
Begin juni (wat klinkt dat al lang geleden zeg!) was het zo ver, 2 weken vakantie voor de boeg en dit jaar met een primeur: de eerste echte “grote” vakantie voor Paco en Sol.
De voorpret start hier altijd al in december wanneer er bij een warm haardvuur weggezwijmeld wordt bij reisgidsen waarin de meest tropische oorden worden aangeprezen en luxe villa’s worden geshowd. Dit jaar zou het echter anders worden; in juni zouden we voor 2 weken vertrekken naar Duitsland en Tsjechië, “gewoon” met onze auto én met Paco. Dat zou zijn eerste lange vakantie worden en natuurlijk moest er ook met de wensen van meneer rekening worden gehouden: graag in een mooie omgeving met heuvels en bossen, niet ál te lang rijden en bovenal een goed omheinde tuin zodat de buitenlandse konijntjes beschermd zouden zijn tegen dit Spaans / Nederlandse jachtinstinct. Vooral dat laatste bleek de keus in geschikte en betaalbare (tja, ons ben zuunig hè…) woningen drastisch te beperken. Hele avonden werden er doorgebracht achter de pc om te zoeken naar een huis met de trefwoorden: “hond toegestaan + omheinde tuin”(gecombineerd met het woordje “aanbieding” leverde dit zo weinig resultaat op dat we dat maar achterwegen hebben gelaten!). Wat was dat lastig om te vinden zeg! Uiteindelijk wel een paar huizen gevonden, maar de omschrijving van de tuin was zeer summier. Daarom maar gewoon gaan bellen naar de reisorganisaties en bij het derde telefoontje was het raak: een vriendelijke reisagent wist ons te vertellen dat hij een prachtig huis te huur had waarvan hij zeker wist dat de ruime tuin volledig omheind was, omdat hij daar afgelopen jaar zelf op inspectie is geweest. Omdat hij zelf ook 2 honden heeft, controleert hij altijd extra de afzettingen en dit huis voldeed aan alle wensen! Niet getwijfeld en snel geboekt!
In de tussentijd kwam Sol bij ons wonen en na een paar weken bedachten we opeens dat die natuurlijk ook mee moest. Dus nog maar een mailtje gestuurd en ook grote Sol was meer dan welkom in de Tsjechische “villa”.
Naarmate de vakantie dichterbij komt bedenk je opeens allerlei praktische zaken te moeten gaan regelen: neem je een mand mee, moeten ze nog extra entingen hebben, gaan de honden op de achterbank of in de (kleine..) kofferbak en waar laten wij onze spullen dan? Uiteindelijk bleek op de dag van vertrek alles keurig in de auto te passen (onder andere 2 manden, een grote zak voer, speeltjes…en 1 tas minder aan kleding voor de baasjes!) Onderweg hebben we verschrikt om gekeken, omdat we opeens dachten de honden te zijn vergeten, zó stil was het op de achterbank. Gelukkig lagen de mannen heerlijk te snurken en hebben ze pas hun neus tegen het raam geduwd toen we op plaats van bestemming waren.
Bij aankomst bleek het huis echt geweldig te zijn: de 5000m2 tuin was keurig afgezet en het huis was eigenlijk veel te groot voor ons vieren. Paco maakte van al die ruimte gebruik door ieder uur een inspectierondje langs het hek te maken, waarbij iedere centimeter grondig werd besnuffeld en bekeken. Door het hek heen had hij een prachtig uitzicht op de weilanden en de bossen en voor hem kon de vakantie nu al niet meer stuk! In de komende dagen besloot hij om al dat moois dan ook maar te gaan bewaken: meneer werd waaks! Alle goede bedoelingen ten spijt eindigde de sprint naar het hek onder luid geblaf halverwege al in een al brommende sukkeldraf, want dat hek was nog wel heel ver lopen… je bent een galgo op vakantie of niet! Sol was overigens al gewoon tevreden om bij ons in de buurt te zijn, hij is niet zo avontuurlijk aangelegd…
De dagen werden gevuld met veel wandelen en af en toe een terrasje. De omgeving was prachtig en bergachtig; mede daarom hebben we Paco ook niet los laten lopen, want die zagen we in zijn enthousiasme al zo over een rotspunt heen kieperen terwijl hij een konijntje op het spoor is. Sol daarentegen sjokte heerlijk ontspannen naast ons mee, een meer sociale wandelaar dan hem kan je niet wensen: als er iemand van ons wat achterbleef, dan kwam Sol altijd even kijken wat er aan de hand was! Wel moest hij dan weer voor zijn eigen veiligheid aan de riem op de smalle weggetjes omdat hij met zijn logge lijf en grote poten zo makkelijk een misstap leek te maken waar Paco als een lichtvoetige ballerina over de meest steile smalle paadjes huppelde met de gratie van een berggeit!
Beide honden zijn de gehele vakantie Zeer Braaf geweest… er werd keurig beneden geslapen in de (vreemde!) hal, terrasjes waren voor hen net zo leuk als voor ons (de Tsjechen bleken niet bestand tegen zielige, bedelende galgoblikken op het terras en de koekjes en aaien kwamen dan ook volop!) en ook de omgang met de met veel machtsvertoon blaffende en grommende erf honden bleek geen probleem voor deze Spaanse kanjers.
De dagen vlogen voorbij en bij thuiskomst werd met veel enthousiasme weer neergeploft op hun eigen vertrouwde plekje en werden alle avonturen nog eens nagespeeld in hun dromen, onder begeleiding van veel getrappel en gepiep. De baasjes kunnen weer met frisse tegenzin aan het werk en ook voor de honden start het gewone leven weer met luieren in de tuin, naar de opvang gaan en naar de cursus. Enigszins jaloers bedenk ik me dat zij van iedere dag een beetje vakantie maken en van sleur lijken ze nooit gehoord te hebben. Wij hebben daar vakantie voor nodig, Paco en Sol zijn met het bekende rondje langs het water net zo opgetogen als een bergwandeling 1000km verderop. Daar kunnen wij nog iets van leren… maar tot die tijd gaan we ons al weer verheugen op de volgende vakantie!

Lonneke


1 juli 2011
Gewenst / Ongewenst

Ons blinde dwergpoedeltje Japie is nu bijna een jaar bij ons. Op elke wandeling wordt hij vertederd nagekeken, onze dierenarts noemt hem een ‘lot uit de loterij’ en besteedt een vol consult aan het knuffelen van het krullebeest. Mijn vriend mag niet alleen met hem lopen, omdat Japie de ultieme babe-magnet is en mij de hordes vrouwen die dan achter hem aan komen niet bevallen. En dat voor een gedumpt oudje. Door zijn vorige eigenaar ongewenst en door ons heel erg gewenst.
Japie was ons tweede opvanghondje en hij is dus ‘mislukt’, want gebleven. Het is een gillerd, een pieperd, een manipulerend klein verwend Napoleonnetje, maar ik plof van liefde als ik hem knuffel. Mijn vriend moet Japie soms redden, omdat ik overstroom van liefde en de arme Poedel te hard tegen mijn borst druk. Piep!
Leo, alweer drie maanden bij ons, is een meer dan prachtige Galgo die zich steeds meer op zijn gemak gaat voelen. Vriendlief en ik hebben ons eerste stadium van wennen doorlopen en vechten al een tijdje tegen de Liefde. Los van elkaar, want zoiets kun je beter niet uitspreken, dan wordt het zo tastbaar. Shit, vind jij hem ook zo leuk?
Leo is baasloos en geweldig, er is hier plek, dus wat is het probleem? Het probleem is dat ik heilig geloof in opvangen, in hulp bieden, in een open huis voor thuisloze beesten. En met twee honden en vier katten zit dit huis wel vol, dus dan zou het avontuur ophouden. Er komt een groter huis, een met tuin, liefst lekker buitenaf, waar wel tien honden passen. Maar dat gebeurt nog niet dit jaar. En ik geloof ook heilig in geweldig leuke mensen die heel erg goed bij Leo passen en andersom. En ik weet ook dat ik heel blij zal worden van mensen die heel blij worden van Leo. Dan laat ik hem met een gerust hart en wat traantjes gaan, om me om te draaien naar het vliegveld, waar een nieuw zenuwenbommetje vandaan komt, dat ons dak nodig heeft boven zijn/haar hoofd.
Telkens weer wennen aan een nieuwe hond (Leo is de negende!) is best zwaar, maar het wordt ook steeds makkelijker. We hebben inmiddels onze methodes voor het efficiënt opruimen van plas en het poetsen van poepvlekken. Elke hond vindt zijn draai wel. Ze willen toch de eerste twee weken alleen maar slapen, slapen en slapen. Als zij klaar zijn met slapen, zijn wij wel klaar met wennen en dan is het genieten geblazen. Want wat is het leuk! Al die verschillende honden leren kennen, die elke keer weer fantastisch blijken te zijn. En al die verschillende mensen leren kennen die helemaal enthousiast hun mogelijk nieuwe hond komen bezoeken en uiteindelijk meenemen. Wat zijn er een boel leuke honden en wat zijn er een boel leuke mensen! Natuurlijk zit er aan de start van dit hele gedoe een ander slag mensen, maar daar hoeven Leo en andere opvangers zich geen zorgen meer over te maken.
Ik kijk uit naar een volgende opvanger, hebben jullie bijvoorbeeld de zwarte Omar gezien op de site? Wat een prachtbeest! Kleinere Omar uit de bemiddeling zit in het Nederlandse asiel waar ik ook vrijwillig en dat is ook alweer zo’n wonderhond, zo’n heel gevaarlijke hond die wel eens erg goed in ons huishouden zou passen. Dan wil ik ook ooit nog, voor de stabiliteit in de roedel, zo’n machtige, kalme Mastin, waar Scooby in Spanje er toch veel te veel van heeft (lees bij ‘Even bijpraten’ de post van 13 juni). Japie moet er natuurlijk ook een klein vriendinnetje bij, want het is wat sneu dat hij telkens alleen met poten en staarten te maken heeft. Hmm, ik denk dat mijn zoekopdracht op Funda iets aangepast moet worden. Perceeloppervlakte naar 2000+ m2…
Debbie

24 juni 2011
En alles kwam weer goed!
Door ervaring wijs geworden heb ik Vleer + Muis even op hun kamer gesloten en dus kan ik nu ongestoord verder gaan met de rest van het verhaal.
Hoe zijn de stakkertjes van het dak gekomen, wilt u natuurlijk weten.
Nou dat heeft nog heel wat heisa gegeven!
Ik vertelde al dat ik ze nauwelijks gered had, of hupsakeetje, ze klommen via de boom weer naar boven en blèrden onverstoord verder.
Lekker laten zitten, niks meer aan doen, die klauteren vanzelf weer naar beneden, dacht ik bij mezelf. Dat was totaal verkeerd gedacht!
Zodra ze in de gaten hadden dat ik geen moeite meer deed, klauterden ze naar de achterkant van het schuurdak waardoor ze uitzicht hadden op het paadje achter het huis, veel gebruikt door schoolkinderen als kortste route.
Jawel, u raadt het al; volop nieuw en meelevend publiek!
Het duurde dan ook niet lang of een groepje kinderen belde aan om mij te vertellen over twee in hoge nood verkerende kattenzieltjes die onmiddellijk hulp nodig hadden.
Misschien kunt u de brandweer bellen, opperde een van hen.
Zuchtend liep ik met ze mee om de situatie ter plekke te bekijken en al snel concludeerde ik dat er niets anders op zat dan maar weer de trap tevoorschijn te halen.
Dit ter voorkoming van het rampenscenario namelijk de brandweer!

Ik kon net over het randje van de dakgoot kijken. Daar zaten ze, bezig met de zoveelste aria. Niet van plan om zich te laten pakken!
En ineens kreeg ik het gevoel dat ik compleet in het ootje werd genomen. Ontzettend! Plotseling had ik het door……niks bang, niks zielig, het had te maken met heeeeel iets anders!
Hier zaten twee wulpse meiden jongens te lokken! Jazeker, geen twijfel mogelijk, ik hoorde het nu duidelijk: "Binkies, hierzo, hier zitten wij, wie wil er verkering met twee mooie chickies?"
Potverdorie, nu moest ik slim zijn, er eerder zijn dan de gealarmeerde jongens!
Vlug, vlug naar binnen, vlees op een schaaltje, terug de trap op, schaaltje in de dakgoot houden, ja hoor, ze trapten erin, jammie, jammie, lekker eten meisjes, kom maar gauw, kom snel naar beneden…..kom maar, goed zo….
Bijna waren we binnen, ze aarzelden nog eventjes alsof ze voelden dat ze verkering definitief konden vergeten als ze een stap over de drempel waren.
Klatsie, deur dicht en eet nu je buik maar vol!
Pfffft, dat was op het nippertje zeg! En nog diezelfde avond slikten ze braaf hun eerste anticonceptiepilletje. Sindsdien is het gezang gestopt en zijn het geen dakratten meer!

Dan nu de kwestie rondom de nieuwe taxi; de oplossing kwam uit een totaal onverwachte hoek en Boontje speelde hierin de hoofdrol.
Boontje is Bonita, kort geleden geadopteerd door een van de kinderen.
Toen Boontje op Schiphol uit het vliegtuig stapte wist ze dat nu haar leven pas echt zou beginnen en ze had er alle vertrouwen in dat het alleen maar leuk zou worden.
Opgewekt sprong ze in de auto, op weg naar een toekomst vol hoop en geluk.

Enkele dagen later kwam ze op bezoek om kennis te maken en….om samen naar het strand te gaan!
Toto was direct verliefd, Neva kwispelde uitbundig en Pop snuffelde voorzichtig aan deze onstuimige onbekende dame.
Mohr en Yssel maakten zich niet druk, dat doe je niet meer op hun leeftijd.
Enfin, Boontje wil dus graag naar het strand en wie wil mee?
Klep open….spring maar achterin. Boontje als eerste…..Toto als tweede!
Nee, Pop niet, die is te principieel om zo snel toe te geven dat het toch allemaal wel meevalt.
Neva vindt het ook net een stap te ver gaan, autoritjes hoeven niet van haar.

Aan het einde van de middag zijn ze er weer. De thuisblijvers snuiven de luchtjes op die Boon en Toto meebrengen, oeps dat moet erg leuk zijn geweest.
Als op een zaterdagavond kind en Boon komen vragen wie er mee naar het bos wil, zitten Toto en Yssel binnen twee seconden in de auto!
Nog steeds laat Pop zich niet verleiden. Pas als ik op maandagochtend roep wie er mee naar school wil, is ze er als de kippen bij en komt naar beneden gerend.
Achter de auto blijft ze staan: "Spring dan, je kunt 't!" Piepen, ronddraaien en nog eens piepen.
Dat duurt te lang. Ik til haar op, ze gilt als een speenvarken.
"Sjonge, jonge, wat ben je toch een drama queen" en ik sluit de deur.
Aan het einde van de dag moet ik haar weer tillen, nu gilt ze niet meer.
"En? Bevalt de nieuwe taxi een beetje?"
Ze kijkt me aan met een scheef koppie, kruipt in een hoekje en rolt zich met een zucht op.
Zo, dat is ook weer geregeld, de nieuwe taxi is vanaf nu in gebruik genomen.

Mieke


17 juni 2011
Dirkie

Op een zonnige dag, 20 juni 2009, gingen wij met onze twee meisjes-honden (Stoffel was inmiddels overleden) naar de Podencodag in Amersfoort. We struinden langs de kraampjes en zagen ineens een bekend gezicht. Onze adoptieconsulente van toen we Frodo en Stoffel adopteerden. Ze was daar samen met nog een paar dames die ik ook nog vaag herkende uit die tijd. Er stond alleen een heel andere naam op het kraampje “Greyhoundfriends”. We raakten aan de praat en ze vertelde honderduit over de net nieuw opgerichte stichting. Ik raakte enthousiast en vertelde terloops nog dat ik we over zaten te denken om opvanggezin te worden voor GRH (omdat onze dames daar vandaan kwamen). Meteen kreeg ik het verzoek om daarvan af te zien en voor hun nieuwe clubje op te gaan vangen. Ze somde een heel rijtje honden op waaruit ik zou kunnen kiezen, maar toen ze iets zei over een heel jong whippetje riep ik “Stop !”. Ze vertelde dat dit hondje was gered uit de handen van zigeuners en eigenlijk zo snel mogelijk uit Spanje weg moest.
Nou wilde ik óóit nog eens een whippet en manlief zou graag een keer een pup willen (het hondje was op dat moment ongeveer 7 maanden oud), dus ja, we zagen het wel zitten. ’s Avonds mailden we al heen en weer voor meer info en fotoos en de dag erna kregen we al bericht dat hij voor ons gereserveerd was en op 12 juli naar Nederland zou komen. Die drie weken leken wel een eeuwigheid te duren.
Eindelijk was de dag aangebroken dat ie aan zou komen. Aan het eind van de middag gingen dochter en ik naar Rotterdam, waar rond vijf uur het vliegtuig landde. Twee benches kwamen de aankomsthal in, eentje met een grote deerhound en eentje met een ienie-mini-hazewindje, ons allereerste opvangertje. Dochter en ik waren meteen verliefd op hem en supertrots reden we naar huis om hem zo snel mogelijk aan de rest te laten zien.
De dames Cuqui en Mulata vonden het prima dat kleine kereltje in huis, maar manlief en onze zoons moesten erg wennen. Hij had zo’n ander koppie dan de galgos die we gewend waren en daarbij leek ie zo breekbaar. Gelukkig was die gewenningsperiode maar kort, want al gauw hadden we allemaal wel het idee dat dat ventje hier helemaal thuis hoorde. Na twee weken besloten we dat we zouden vragen of we hem zelf zouden mogen adopteren. Het idee dat we hem weer zouden moeten afstaan stond ons steeds meer tegen. Op 25 juli tekenden we het adoptiecontract en was Dirkie voor altijd van ons.

Na het allereerste mailtje naar GFNL is het allemaal in een stroomversnelling gegaan. Ik had aangeboden om meer voor de stichting te willen betekenen, omdat deze honden me erg aan het hart liggen en werd uitgenodigd voor een vergadering. Ach ja, dan kom je bij een heel leuke groep mensen terecht. Mensen die zich allemaal keihard inzetten voor het welzijn van deze dieren. Je wordt dan hevig besmet met ‘het virus’, dus … zo ben ik blijven ‘plakken’.

10 juni 2011
VERSPREKINGEN
Versprekingen, grappige woordspelingen...in ’t juiste gezelschap vind ik ze hilarisch, maar eigenlijk is ’t nog veel grappiger als ’t niet in ’t juiste gezelschap gebeurt, zodat je je eigenlijk enorm geneert, maar er later wel hartelijk om kan lachen.
Het gebeurt mij vaak…vaker dan andere mensen denk ik wel eens. Of het komt dat ik zo eerlijk (lees: naïef!!) ben dat ik ze zo vaak vertel.
De laatste tijd is het weer goed raak…Ik verdenk Paco en Sol er dan ook van dat ze me bewust in die situaties loodsen en er later samen om in een deuk liggen.

De eerste opmerkingen zal menig windhondenbaasje wel één keer of vaker gehoord hebben.
Zo hoor ik geregeld dat mijn hondje zo zielig dun is (“Ohhh….Een zak met botjes…!!” of “Ohh…die pootjes breken zo doormidden”), met als toppunt een man op een terras in België die ons al even met een vuile blik aan zat te kijken. Ik was me van geen kwaad bewust (Paco lag keurig rustig, geen kledingstukken verkeerd om aan of andere redenen waarom ik op zou kunnen vallen). Nadat de man zijn pilsje had betaald en wegliep kwam hij naar ons tafeltje en siste me toe: “Dat zit hier maar te drinken en te doen, maar je eigen hond eten geven, ho maar. Dat arme beest is zo uitgehongerd dat zijn ribben te zien zijn. Schandalig!” En weg was hij, mij verbaasd achterlatend en Paco maakte van de gelegenheid gebruik om een hoopvolle verlekkerende blik naar mijn koffiekoekje te werpen…

Ook de volgende opmerking van een kind is vast wel vaker gehoord, maar hij blijft leuk! Gewoon op straat loop ik met Paco een vrouw met een meisje van een jaar of 6 met haar vader tegemoet. Het meisje kijkt belangstellend naar Paco en vraagt: “Papa, wat is dat voor een dier?” “Nou, dat is een hond die heel snel kan rennen, een windhond” Het meisje kijkt in het voorbijgaan aandachtig en ik hoor haar nog net zeggen: “Bah…maar ik vind windjes laten vies….” Tja…

In een volle kroeg kan het ook wel eens tot misverstanden leiden. De kroeg was niet alleen vol, maar de muziek stond ook erg hard. Tegen beter weten in probeerde ik toch een gesprekje gaande te houden en toen de jongen naast me vroeg wat voor soort hond ik had, antwoordde ik: “Een soort Greyhound”. De jongen keek me een beetje raar aan en zei: “Huh? Bedoel je een Poedeltje of Chihuahua?” “Neehee, een GREYHOUND” , schreeuwde ik terug. De jongen haalde zijn schouders op en liep maar door. Pas later hoorde ik dat hij had verstaan dat ik zei: “Een GAYhound”…

Maar dat deze mooie viervoeters (en een enkele driepoter) ook inspirerend kunnen zijn merkte ik op een druilerige, drukke, vlak-voor-de-feestdagen-drukke zaterdag bij een supermarkt. Ik stond met Paco even buiten te wachten terwijl manlief snel een boodschap ging halen. Naast mij was een al lichtelijk gestresste moeder met 2 verveelde jongetjes aan het zoeken naar een boodschappenmuntje en de jochies keken vol interesse naar Paco. De dapperste van de 2 vroeg netjes of hij hem mocht aaien en begon vervolgens fanatiek op Paco’s rug te kloppen terwijl zijn broertje heel zachtjes over Paco’s kop aaide. Die vond alles prima en genoot zoals altijd van al die aandacht. De moeder had ondertussen een muntje gevonden en riep de jongens bij zich om een boodschappenkarretje te bemachtigen. De jongens hadden daar duidelijk geen zin in en begonnen wat te dreinen. Om de kids wat in toom te houden probeerde de moeder om ze te paaien met het feit dat zij dan in de winkel mochten uitkiezen wat ze ’s avonds zouden eten. “Frietjes? Kip? Macaroni?” De boys haalden hun schouders op en zeiden het niet te weten. Ondertussen had moeders met een verhit rood hoofd een winkelwagentje veroverd en riep de jongens nogmaals toe: “Nou kom op…weten jullie het al?” en ze beende naar binnen. Eén van de jochies treuzelde nog wat, keek achterom en rende toen snel de winkel binnen, ondertussen roepend: “Mama, ik weet het…ik wil SPARERIBS!”

En de ergste heb ik maar tot het laatst bewaard, even getwijfeld of ik ‘m wel kon plaatsen, want de woorden zijn niet helemaal kuis, maar goed…

Ik gebruik geregeld bijnamen voor onze honden, kat, kippen. Zelfs manlief moet het soms ontgelden tot zijn grote schaamte (nee, zijn bijnamen ga ik hier niet noemen, mijn huwelijk is me dierbaar!). Paco wordt geregeld Pacootje of Paki. Saar de kat is Saartje Kattenstaartje en Sol wordt ook wel een Sul, Solliebollie of (mijn persoonlijke favoriet, ahum…) Snollie (jaja, ik weet het, da’s toch geen benaming voor zo’n stoere zwarte hond, maar ’t bekt gewoon zo lekker…).
Om verwarring te voorkomen heten de boys buitenhuis gewoon Paco en Sol, maar een enkele keer laat ik me in mijn enthousiasme meeslepen en deze keer…
Ik zat op een terrasje bij het strand en Sol kwam vrolijk aanstormen en ik begroette hem met een vrij luide: “Haaaa, Snollie!!” Direct daarna draaide een fors gespierde en getatoeëerde man die net wegliep zich als door een bij gestoken om en riep “Huh? Hadde wa?” en keek kwaad om zich heen terwijl hij beschermend een arm sloeg om zijn hoogblonde, hooggehakte en in tijgerprintlegging gestoken vriendin. Tja, kan ik weten dat die man en zijn vriendin zich aangesproken zouden voelen…
Ik ben er maar niet eens aan begonnen om het uit te leggen…

Nou ja, op naar een schaamtevrij weekend!

Lonneke


3 juni 2011
Leo de held

Gisteren werden we tijdens de wandeling overvallen door een fikse regenbui. Leo houdt echt niet van regen. Bij de eerste druppel keek hij omhoog alsof hij de schuldige wilde zoeken die hem bekogelde. Hij ging eerst zitten, in de hoop dat de nattigheid dan braaf weg zou blijven. Daarna ging hij een beetje vooruit springen en zelfs trekken naar huis. Leo heeft nog nooit aan de riem getrokken of zelfs maar voor me uit gelopen. Martijn liep met Japie in zijn jas gestopt voor me uit naar huis en Leo was er helemaal klaar voor om mij te verlaten en met Martijn mee te gaan, aangezien die 3 seconden eerder thuis zou zijn. Schuilen onderweg onder een boom wilde hij wel, maar wel hard bibberend. Een plas doen zat er niet meer in, waardoor we een uur later alsnog met hem de laatste wandeling voor het slapengaan hebben moeten doen. Thuis hebben we hem lekker afgedroogd en onder een fleece dekentje in zijn mand gezet. Zo, dat beviel hem wel. Maar hij vond het duidelijk wel zware Galgo mishandeling om hem zomaar in al die natte troep naar buiten te sleuren. Pfff, schandalig! Echt een stoere machoman is deze grote reu nu eenmaal niet. Heeft u interesse in Leo en wilt u een aanvraag voor hem doen? Wees dan voorbereid op het feit dat er gecontroleerd gaat worden of u wel een regenjas voor meneer Leo in huis heeft. En lekkere fleece dekentjes, een heleboel. En kussentjes om zijn lange neus op te leggen. En zachte knuffeltjes om lekker in te happen, zonder te weten wat je er verder mee moet. Leo is een luxeventje. Alhoewel hij ook best indrukwekkend kan laten horen dat hij het niet eens is met bezoek in huis. Mensen die hem gewoon laten gaan en negeren zijn wel ok. Maar mensen die hem eens willen bekijken of in zijn heiligdom komen, die kunnen toch wel op een bariton blaf rekenen. Maar dan wel in Leo-stijl: achteruitlopend naar zijn mandje en schichtig rondkijkend waar mama toch is om hem te redden.
Wandelen met deze rustige man is een genot, maar je moet wel bereid zijn af en toe even in de berm te stappen om mensen te laten passeren, want Leo heeft een tikje achtervolgingswaanzin. Als er mensen achter hem lopen, blijft hij een beetje zenuwachtig achterom kijken. Niet in een drukke winkelstraat, want dan lopen er overal mensen, maar wel op een stille stoep.
Leo kan inmiddels ook wel een uur of vier alleen zijn. Hij doet daar niet moeilijk over. Hij kan ook heel makkelijk mee naar dingen, omdat hij gewoon stil bij je staat en loopt en hij doet het uitstekend in de auto. En hij kan met alles overweg, dus hij kan zo ergens een huis binnengesleept worden, zonder bang te zijn dat hij niet met een hond, kat, vogel, knaagdier, kind kan.
Met Japie (4 kilo krullebol) en de vier oude katten is hij zo ontzettend lief en sociaal. Hij zoekt ze niet direct op om naast te gaan slapen of om mee te spelen, maar dat is andersom ook niet zo. We leven in een 100% tolerant huis, waar het motto geldt: 'leven en laten leven'. Leo vindt het geen probleem als Japie bovenop zijn neus (die is ook zo lang, hè!) gaat liggen slapen, of over hem heen wandelt (het poedeltje is blind, tja) op zoek naar een lekker plekje. Japie weet inmiddels de warmte die Leo's grote lijf uitstraalt goed te waarderen. Die ligt nu vaker tegen hem aan dan bij ons op schoot. Het is hier echt een gestapel af en toe en zo vind ik het het gezelligst. Als we een jongere kat hadden die hem uit zou dagen om te spelen, zou Leo dat wel doen, denk ik. Idem met een speelse, sociale hond.
Inmiddels is Leo geschrokken van een wiebelend schilderij in de woonkamer en moeten we hem even weer overhalen om lekker bij ons op de bank te komen liggen. Meer voor onze eigen pret, want hij ligt anders wel naar volle tevredenheid in zijn eigen mand in mijn studeerkamer. Maar ja, ik vind het zo gezellig met die grote langneus erbij.
Het enige lastige aan Leo is dat....euh, nou ja....hij doet wel eens....die lange neus...nee, weet je.....soms....hmmm. Ok, ik val hier door de mand. Leo heeft geen nadelen. Hij is prachtig, superlief, schattig, een klein sukkeltje en zo snel tevreden. Oh, wacht! Ja, er is dus wel iets mis met hem: hij houdt niet van regen. Dat was het. En hij heeft laatst een vlieg gevangen! Ja, groot probleem, die vindt vast geen nieuwe baas, nooit!
Debbie

 

27 mei 2011
Vleer + Muis

Al ruim 1 uur probeer ik een begin te maken voor een nieuw verhaaltje; lukt niet!
Ik word voortdurend gepest, zeg maar gerust geterroriseerd door twee katachtige vleermuizen. Of vleermuizige katten, noem ze zoals je wilt.
Zodra ik achter de computer ga zitten, nou eerder al, zodra ik het apparaat aanzet, zitten ze er al naast. Of voor, of achter. Klaar om te gaan jennen: de eerste tik op het toetsenbord is voor hen het startschot om erover heen te gaan rennen.
Juf Jetje is de ergste van de twee. Met haar rechterachterpoot staat ze op de knop 'backspace' en rrrrrrrrrrrrrrrrrrttt, alles weg!
Direct alles opslaan, hoor ik u denken. Nee, dat gaat niet, daar krijg ik de kans niet voor!
'Herstel typen' wil ik aanklikken. Te laat! Tante Fanny duikt bovenop Jet en het toetsenbord wordt als trampoline gebruikt.
Tot overmaat van ramp ontdekt Fanny bij toeval dat de muis ook een leuk geluid maakt als je er op drukt. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan; doe nog eens Fan, lijkt Jet te zeggen. En met veel plezier probeert Fanny het nog eens en nog eens.
Ik zeg niks, ik ga weg, koffie zetten.
Want een ding heb ik geleerd: ga niet met Siamezen in discussie, je wint het toch nooit.

Met een kop koffie bekijk ik stiekem wat ze nu gaan doen. Bijna zeker zullen ze vrij snel vertrekken. De computer is enkel interessant als er iemand achter zit en er allerlei geluidjes overal uit komen.
En jawel, nog geen minuut later zijn ze vertrokken, liggen ze schijnheilig in hun mand elkaar te wassen en te poetsen. Ik hoor ze tegen elkaar zeggen: geinig was dat weer! Moeten we vaker doen!
Ik ben verstandig, ik reageer niet want wat hierna komt weet ik ook bijna zeker: ze vallen over 2 minuten in slaap!

Yes! Rust! Ze slapen! Het is ineens doodstil in huis; je kunt de klok horen tikken.
Op mijn tenen sluip ik naar de computer. Kijk, dit gaat beter, al drie zinnen getikt en….opgeslagen! Dan gaat de deurbel, trrrrringgg. De postbode met een pakketje.
Weg rust, honden wakker en natuurlijk…..de vleermuizen zijn ook wakker.
Snel bedenk ik wat nu wijs is; niet achter de computer gaan zitten, dat daagt die twee pestkoppen alleen maar uit.
Nee, gewoon nog een kop koffie zetten en afwachten.

Ha, ha, ik heb ze gefopt, ze zijn naar buiten gegaan en spelen nu in de tuin.
Dat kost me weer een bak violen waar ze natuurlijk weer middenin gaan liggen maar dat heb ik er wel voor over.
Ahum, ik zit weer. Vandaag wil ik vertellen over hoe het is afgelopen met Toto, Pop en de auto. Neva noem ik niet omdat zij aan elke auto een gruwelijke hekel heeft. Dat heeft niets met model of merk te maken.
Yssel en Mohr hebben ook geen voorkeur of kapsones, zij zijn gewoon te oud om autoritjes te maken naar een druk strand of bos.
Pop en Toto zijn de boosdoeners en dan vooral Pop met haar kuren.
Hoe is het goed gekomen? Nou, totaal anders dan ik had verwacht.

O jee, wat nu weer? Een hartverscheurend gemiauw klinkt er in de tuin.
Ik ren naar buiten. Geen Jet en geen Fanny te zien.
Zitten ze ergens klem? Zijn ze gewond? Lieve hemel, nog maar eens roepen…..
(Even tussendoor: op zon- en feestdagen noem ik ze Juf Jetje en Tante Fanny, doordeweek heten ze Vleer + Muis. Dus niet dat u zometeen denkt dat ik ter plekke mijn verstand voorgoed heb verloren)

'Vleeeeer……Muisjeeeeeeeee'
Opeens hoor ik zacht gejammer, verlegen gepiep ergens hoog in de buurt van de schuur.
Blijven roepen, denk ik bij mezelf, dan blijven zij terug praten en dan moet ik ze toch vinden.
En dat is ook zo! Helemaal bovenin de blauwe regen (dat is een boom hoor, wij hebben dezelfde gewone regen als iedereen en daarnaast twee keer per jaar bakken vol met blauwe bloesemregen), zitten ze verscholen op een tak en durven niet meer naar beneden.
Heel even schiet het door me heen om ze daar nog een uurtje te laten zitten. Juist, dan kan ik rustig werken achter de computer!
Ah nee, zo meedogenloos ben ik nou ook weer niet. En wie wel als twee bange koppies je zo smekend aankijken.
Hoe kom ik in die boom? Met een trap misschien? Trap uit de schuur gehaald, helaas, het ding is te hoog. Zo'n dubbele trap, kent u die, erg handig al zou ik niet weten waarvoor.
Eh, wat dan? Bank tegen de schuur zetten en erop gaan staan. Zo gezegd, zo gedaan. Te laag, ik kan er niet bij!
Intussen zitten vijf honden op een rijtje te kijken en zijn nieuwsgierig hoe dit af gaat lopen. Met hun oren overeind volgen ze elke beweging die ik maak; ze verwachten er weinig goeds van heb ik de indruk.
Wat nu? Stoel op de bank, zou dat gaan? Nee, want de bank bestaat uit spijlen en de stoelpoten zakken er door.
Volgende truc, even denken. Al lukt dat laatste niet zo goed meer. "Waarom moesten jullie uitgerekend vanmiddag op dat dak klimmen” roep ik naar Vleer + Muis.
Die zwijgen wijselijk. Ik kan ook nog dat liedje gaan zingen, bedenk ik, misschien dat ze er dan vanzelf afspringen.
Dom grapje, natuurlijk springen ze niet vanzelf naar beneden.
Eens even kijken welke hulpmiddelen er nog meer in de schuur liggen. Gevonden! Een plank op de bank en de stoel op de plank!
Voorzichtig klim ik op het wankele bouwwerk. Met mijn hoofd kom ik net boven het dak van de schuur uit. Muis kan ik zo pakken, sjonge jonge, die is opgelucht dat ze beneden is. Om zich een houding te geven gaat ze zich uitgebreid zitten wassen.
Nu Jet nog. Zij heeft minder vertrouwen in mijn rol als reddende engel. Ze zet haar uitschuifnagels in standje 5 en boort ze in een dikke tak.
Ik sjor en trek, peuter een voor een de pootjes los maar dat schiet niet op; als ik de vierde bijna losgetrokken heb, heeft ze de rest alweer vastgeklonken. Tak afbreken dan maar? Kan niet, is veel te dik, die moet je zagen!
Er zit dus niks anders op dan de katten houdgreep: in haar nekvel grijpen.
Hupsakadee Vleer, daar gaan we!
Daar zitten ze dan met z'n tweetjes op de tuintafel, elkaar te wassen.
Wauw, dat heb ik toch maar mooi in m'n eentje gefikst, zeg ik tegen mezelf terwijl ik trap, stoel en plank opruim.

Hoe zijn ze in godsnaam op dat dak gekomen, vraag ik me af. Nou ja, het is in ieder geval goed afgelopen.
Vleer + Muis kuieren alweer rond alsof er niets gebeurd is.
Ik sta op en wat gebeurt er……met een vaartje rennen ze naar de blauwe regenboom, klauteren vliegensvlug als apen via de stam omhoog gaan vervolgens op het dak keurig naast elkaar zitten om jawel, oorverdovend te gaan krijsen.

Pfffttt, wat nu? Moet je ze horen zeg, het is geen angstig piepen, welnee, eerder dwingend schreeuwen. 'Komen! Nu onmiddellijk!' Zo klinkt het.
Nou zeg, bekijk het maar.
Nu zou ik ongestoord op de computer kunnen werken……maar die herrie, vreselijk!
Ze produceren meer decibellen dan een straaljager, stelletje lellebellen.
Ik ga er eens rustig over denken hoe ik dit ga oplossen.
Hoe het is goed gekomen met de auto, dat vertel ik volgende keer.

Mieke


20 mei 2011
Mulata
Cuqui was inmiddels een paar weken bij ons en haar pleegmamma en ik mailden er lustig op los. In een van onze ‘gesprekken’ vertelde ik dat onze ouwe Stoffel best gek was op de dartele Cuqui, maar dat hij haar tempo niet echt meer kon bijbenen. Tja, een leeftijdsverschil van 10 jaar is natuurlijk niet niks. Dus Inge grapte (nou ja, het was meer een hint) dat het dan misschien leuk was om er voor Cuqs een andere, jongere hond bij te nemen. Dat zou toch veel te druk worden voor Stoffel, dacht ik, maar nee, dat zou juist handig zijn. Dan had hij zo zijn eigen harem. Stoffel kon dan blijven liggen en op die manier genieten van zijn spelende vrouwen. Uiteraard lachte ik erom. Een derde hond ? Neeeeej , echt niet !
Na een paar dagen kreeg ik een foto doorgemaild van een schattig brindle hondje met eyeliner oogjes. Wat een leuk koppie. Ik liet het ’s avonds aan manlief zien en zelfs hij had zoiets van ‘geinig’ en ‘misschien is het wel wat’. Maar goed, zoiets beslis je niet in een dag, dus dachten we er een paar dagen over na. In de auto – op weg naar een concert van Blondie (lekker belangrijk ook, hihi) - zei manlief ineens “Weet je wat, bel maar dat we ervoor gaan”. Helaas moesten we horen dat er iemand ons net voor was geweest en dat er al een adoptieprocedure voor haar liep. Dat was even balen, maar niet getreurd …. Er zaten nog genoeg leuke hondjes in Spanje die óók een fijn thuis zochten. Het mee helpen zoeken naar een geschikte hond, is wel aan Inge besteed en nog geen dag later zat onze mailbox vol met foto’s en beschrijvingen van andere honden. Van eentje zaten er ook foto’s bij van hoe ze eruit zag toen ze in Spanje gevonden werd en dat hondje keek zo zielig. Ze was werkelijk broodmager aangetroffen met een stuk van haar oor af, kale plekken op haar koppie en lijf en met een geknakte staart die ze gedeeltelijk hadden moeten amputeren. En dan die oogjes, zo bang, zo onzeker, zo …. *zucht*. Ze zat in Spanje in een opvanggezin om aan te sterken en het ging al stukken beter met haar, maar ze had zo dringend haar eigen mandje nodig, dus ja, zij zou het worden. Ze zou goed met andere honden overweg kunnen en er werd gedacht dat ze niet zo heel groot zou zijn, dus dat paste er nog wel bij op de hondenbank. Het enige wat we moesten hebben was geduld, want het kon nog wel zes weken duren voordat ze in NL zou aankomen.
Twee weken eerder dan gedacht kwam het vliegtuig aan op Eindhoven Airport, waar ik met dochter stond te wachten. Toen Mieke met twee benches door de schuifdeuren kwam, werden we heel emotioneel. Het was de eerste keer dat we een hond van het vliegveld ophaalden en dat vonden we heel bijzonder. De bench van onze hond ging open en onze monden vielen ook open, want wat was ze gróót ! Niks klein, tenger teefje, maar een joekel van een dame. Ze had een rood dekje met een grote gele strik erom, het leek wel een kadootje. Een heel mooi en lief kado. Ze gaf meteen likjes op onze neus en liet zich aaien. Na alle plichtplegingen namen we haar mee naar buiten, alwaar ze meteen haar behoefte deed na die lange reis. Ze was er nu klaar voor om voorgoed naar haar eigen huis te gaan.
Zodra we, na een rit van twee uur, over de drempel stapten, stonden Cuqui en Stoffel meteen om Mulata heen, mekaar te besnuffelen. Dat ging heel goed, heel rustig. Daarna kwamen de andere kids en manlief kennismaken. Ze vonden haar heel lief en vooral ook heeeeel groot. Mulata was natuurlijk nog onzeker, maar ze keek goed wat de rest deed en schikte zich er naar. En zoals ze toen was, is ze nu nog. Soms naar vreemde mensen wat onzeker, maar verder makkelijk, inschikkelijk en vreselijk lief. Intussen heeft ze wel de rol van roedelleider op zich genomen, maar op een rustige manier die veel respect bij de rest van de roedel afdwingt (er zijn er nadien nog een paar bijgekomen, maar daarover later meer in andere columns).

Er zijn mensen die zich afvragen hoe je nou ‘verliefd’ kan worden op een hond die je nog nooit in het echt gezien hebt. Hmmmm, ik denk dat dat gevoelsmatig gaat. Mulata was onze vierde windhond en inmiddels ken je het ras, hun karakter, hun lichaamstaal en manier van kijken. Als je een beetje ervaren bent, kan je een hond vanaf een foto al betrekkelijk goed ‘lezen’. En als het dan meteen goed voelt, denk ik dat het ook goed ís ! Het is bij ons in ieder geval goed uitgepakt.


13 mei 2011
LUISTEREN

Toen ik onze eerste Greyhound, oude Max van een jaartje of 10, uit het asiel haalde, wist ik al dat deze langneus geen ster in commando’s opvolgen zou zijn. En direct werd dat gevoel bevestigd; nog nooit had ik zo’n lieve maar eigenwijze hond gehad. Niet helemaal zeker of dit nu puur toeval was of echt rasgebonden gingen we toch vol goede moed aan de slag met enkele basiscommando’s zoals “plaats” en “hier”. Om een lang verhaal kort te maken: het commando “plaats” ging perfect zolang de “plaats” maar op de bank was óf naast de biefstuk en “hier” was overal waar ik juist niet stond… De keren dat ik smekend en quasi-opgewekt (maar inwendig kokend..) achter meneer aan ben gelopen om hem over te halen om nu toch echt naar binnen te komen zijn niet te tellen, tot hilariteit van de buurtbewoners. Max wist het namelijk altijd zo te spelen dat wij geloofden dat zijn oude stramme poten hem niet meer de trap op konden krijgen, dat hij daarmee écht niet kon zitten en toch zeker niet de auto in kon springen (tja, dan tilden we hem maar weer op als hij daar met zo’n zielig bekkie je aan zat te kijken), maar zodra meneer het in zijn bol kreeg om eens lekker de buurt rond te gaan snuffelen was het tuinhek plots totaal geen belemmering meer en ging hij er met een sierlijke en verrassend soepele sprong overheen, waarbij hij altijd nét zover van ons wist te drentelen dat we hem nooit te pakken kregen…
Dus toen Paco bij ons kwam wonen waren we dan ook op alles voorbereid en dan zal je zien dat het alleen maar meevalt. In huis luistert Paco eigenlijk keurig; soms moet ik me wel eens in mijn arm knijpen als hij naar zijn plaats wordt gewezen en daar dan ook keurig naartoe gaat (waarbij hij wel een licht verontwaardigde blik mijn kant op stuurt als blijkt dat deze geweldige actie geen enorme knuffelpartij of nog beter, een koekje, tot resultaat heeft).
Wellicht iets overmoedig ging Paco mee naar een cursus. Plezier hebben zou voorop staan, als er nog iets geleerd zou worden (of zelfs een diploma!) zou dat mooi meegenomen zijn! Vol goede moed gingen we iedere woensdagavond aan de bak tussen allemaal al enorm goed luisterende Bordercollies, Retrievers en Herders. Want na de introductieavond bleek dat Paco de basiscursus al wel kon overslaan, want het lopen aan de lijn, de omgang met andere honden en de aandacht voor de baas was ruim voldoende. Dus een zeer trotse bazin ging gewapend met héél veel brokjes, een speeltje en goede moed naar de gevorderdenles. Helaas bleek toen dat de nieuwe locatie van de les nu niet de meest ideale was… Midden in de Zeeuwse polder lag een onvolledig afgesloten terrein met nog niet begroeide gaashekken waarachter talloze konijnen en hazen rond de schemering in grote getale de aanwezige honden kwamen uitlachen. Tja, en daar sta je dan met een hond die tussen je benen door, om je heen en desnoods over je heen die beesten in de gaten wil houden, alle complimentjes, lekkere hapjes en concentratieoefeningen ten spijt. Los laten was echt niet mogelijk en de lange lijn heeft overuren gemaakt. Tel daarnaast ook nog de absolute desinteresse van Paco voor het apporteren van voorwerpen erbij op en zo was de cursus al snel exit voor ons.
Vervolgens maar zelf kijken hoe het ging met het los lopen buiten… Nou, kort gezegd is het vooral gebleven bij “kijken”! Kijken naar een paar blije en vastberaden Galgobillen die zich rap richting horizon spoeden… Toch komt hij wel terug bij ons, maar als meneer zijn zinnen heeft gezet op rondsnuffelen dan is dat ook wat hij zal doen! Hij heeft dan altijd wel verdories goed in de gaten waar we zijn en het middel “je komt maar anders lopen we door”, werkt meestal prima. Als we hem roepen zien we zijn oren altijd wel richting ons bewegen, dus horen doet hij prima, maar luisteren…
En toen kwam Sol. Grote, lieve Sol die alles is maar geen Galgo. Ook van hem werd niet veel verwacht en dan blijkt hij eigenlijk heel goed te luisteren En dan ook nog zomaar, omdat hij dat leuk vindt en niet voor een koekje! Binnen één dag na aankomst kon hij al zit, plaats en wacht. Commando “hier” bleek de eerste weken niet van belang, want hij liep met ons mee alsof hij aan onze benen vast zat geplakt, hoeveel konijnen ook om hem heen huppelden. Naarmate hij wat vrijer werd durfde hij ook wel eens iets achter te blijven om te snuffelen, maar na een kik kwam hij al enthousiast aanstormen. Tot de afstanden wat langer werden of de omgeving wat drukker… Omdat Sol maar één gehoorgang heeft hoort hij minder goed en kan hij veel moeilijker bepalen waar het geluid vandaan komt. Dat is op te lossen door na roepen of fluiten zijn aandacht te trekken door flink te staan zwaaien. Helaas sta je daarmee in een drukke dorpsstraat wel een beetje voor schut als Sol die kant is opgelopen om mij te zoeken en ik enthousiast zwaaiend verschijn en enkele mensen die op het terras zitten aarzelend om zich heen kijken en terugzwaaien met een blik van”ik ken je niet, maar als je zo fanatiek zwaait dan doe ik maar mee…” Ach ja…
De echte klapper kwam gisteren toen het baasje na het werken, zoals wel vaker, naar de parkeerplaats bij het uitlaatgebied is gereden om ons tegemoet te lopen. Sol loopt lekker mee en meestal ziet hij mijn man van verre al staan zwaaien en roepen en rent hij in volle vaart op hem af. Ditmaal hoorde hij mijn man wel, maar door de harde wind was Sol ervan overtuigd dat het geluid toch écht van de twee ronddobberende eenden links van hem moest komen. Met geen mogelijkheid kon ik zijn blik richting mijn man sturen (die zijn armen zowat uit zijn lijf zwaaide en zich schor riep..). Voor zeker een minuut kijkt Sol in verwarring naar de eenden die opeens op magische wijze de stem van zijn baasje hebben, totdat zijn baasje hem op de schouder tikt en hem uit de droom helpt…
En zo hebben we dus een hond die (buiten) perfect hoort, maar niet luistert, en een hond die perfect luistert, maar niet goed hoort. Het leven zit vol tegenstrijdigheden!

6 mei 2011
Beestjes stapelen

Mijn verstandskies moest er vanochtend uit. Een niet zo leuke gebeurtenis, die je achterlaat met een dikke wang, kwijlneigingen en een rubberen tong. De ideale dag om lekker zielig op de bank te vegeteren met af en toe een pijnstillertje en een koel glas drinken. Het kost even tijd om je goed te installeren op de bank. Even je boek pakken, je glas vullen, de afstandsbediening voor de tv binnen handbereik leggen evenals je mobiele telefoon, zodat je gepijnigd en dramatisch je partner kunt vragen om de krant te brengen, een nieuw glas fris te brengen, de deken op de halen en een lamp aan te doen.
Je schudt het kussen op de bank eens goed op, zet het klaar in ruggesteunstand en dan….sjeest er een langpotig wezen langs, die zijn koppie gelukzalig op het kussen neer vleit en de rest van zijn lijf er achteloos achteraan gooit, waardoor de hele bank wel aardig gevuld is. Leo’s favoriete ding in Nederland is De Bank en zijn favoriete houding is die van een gestrekt paard. Nu laat ik me mijn zielige dag niet zomaar door de neus boren, dus ik piep vriendlief op, die me helpt het tegenwerkende paard van de bank te sleuren. Hij houdt hem vast aan zijn halsband, ik spring op mijn plek, ga snel comfortabel zitten en wacht op de dingen, of in dit geval beesten, die komen gaan.
Leo is de eerste uiteraard, die staat al beschuldigend te kijken hoeveel plek ik overlaat op Zijn Bank. Hij strekt zich uit op de helft die hij toebedeeld krijgt en duwt nog eens met twee keiharde, lange poten in mijn ribbenkast om aan te geven dat dit niet zijn plan was. Dan krijg ik een poedel in mijn armen gedrukt, die onder de deken kruipt. Een dikke kat springt op schoot om met zijn poten in de poedelvacht te gaan porren, want daar is hij helemaal gek op. Deze liefde is niet wederzijds overigens. Een tweede kat komt aanlopen, haar bekkie geopend in zwijgend gemauw en de stofwolkjes achter haar aanvliegend. Niet dat ze zo snel gaat, maar wel omdat ze gewoon de meest stoffige en harige kat is die ik ooit heb gekend. Ik krijg het inmiddels al wat benauwd, onder mijn fijne dekentje plus poedel, een langneus die tegen me aan ligt, een dikke kat die de poedel niet mag pletten van mij en een harenwolk die me laat niezen. Lezen heeft geen zin meer, want er ligt iemand op mijn boek. Ik kan niet meer bij mijn glas, afstandsbediening of telefoon, dus ik voel me reddeloos verloren. De laatste kat is gelukkig niet zo’n stapelaar, maar dat is ook onze laatste aanwinst, dus wie weet leert dit stokoude beest het hier nog per ongeluk van iemand.
Dus ik leun maar wat achterover, zit wat vachtjes te aaien en vind het eigenlijk best gezellig zo. Zo’n verstandskies gebeurt niet zo vaak, maar de diertjes zijn blij met mijn geregelde migraineaanvallen. Dit stukje schrijf ik met het hoofd van Leo onder mijn linkerarm door, zijn achterpoot op mijn beeldscherm en een poedel tussen zijn voorpoten. Gezellig….
Debbie

 

29 april 2011
De taxi.

Als ik terug denk dan is het allemaal begonnen met de voort durende sneeuwval van afgelopen winter.
Het hield maar niet op. Zodoende besloot ook ik om op een dag naar de garage te gaan voor winterbanden.
Direct bij binnenkomst in de showroom zag ik een zeer compleet setje staan.
Niet alleen met glimmende velgen maar er zat ook nog eens een auto aan vast!
Kijk, dat moeten we hebben, dacht ik nog, want nu kan ik tenminste een proefritje maken en ervaren of het werkelijk verschil maakt in vergelijking met gewone banden.
Ja, het maakte wel degelijk verschil. Niet alleen de banden, o nee, er was nog veel meer! De meneer van de garage, die me langer kent dan vandaag, wist in een adem alle voordelen voor de honden op te noemen: lage instap, getint glas achter, erg fijn in de zomer, met een draai aan de knop zijn de stoelen eruit. Mocht dat nodig zijn.
Waarschijnlijk niet, er was immers ruimte genoeg achterin voor 3 honden. De 2 oudjes gaan niet graag meer mee, zij blijven liever lekker thuis.
Dus wat zeg ik, doet u die dan maar. Inpakken hoeft niet, ik neem hem zo mee!
Zo snel ging niet, er moest nog een kenteken op, over een paar dagen zou alles geregeld zijn.

Als een blij kind ging ik naar huis!
Het is nu tijd om te melden dat mijn echtgenoot helemaal niks met auto's heeft.
Maar dan ook echt totaal helemaal niks. Zodoende zorg ik er al tientallen jaren voor dat we een passend voertuig hebben.
En dit is belangrijke informatie voor de rest van het verhaal.
'Wat denk je dat ik heb gekocht? Raad eens?'
'Je ging toch voor winterbanden', is het nuchtere antwoord.
'Yes en nog veel meer, getint glas, voor jou een stoel waarvan de rugleuning helemaal naar achter kan.'
En hier besluit ik het bij te laten want alle andere snufjes en vooral de knopjes op het stuur, vindt hij waarschijnlijk onzin.
'Kijk, hier heb ik een folder van de nieuwe auto!' En trots leg ik het glanzende magazine op tafel.
'Ik kijk straks, even mijn hoofdstuk uit lezen!'

'Ja, leuk.' Dat zegt manlief als hij vluchtig de folder heeft doorgebladerd.
'Passen de honden erin?'
'Tuurlijk passen die erin!'

Met een ietwat raar gevoel breng ik Betsie weg die ons 6 jaar overal naartoe heeft gebracht zonder ooit te weigeren.
Een rijdend huisje, destijds gekocht toen Galgui en Lucas bij ons kwamen wonen. Er komen spontaan veel dierbare herinneringen boven drijven.
Je krijgt toch een soort van binding, een vertrouwd gevoel met iets wat je tienduizenden kilometers veilig heen en terug heeft gebracht.
Heel even twijfelde ik nog. Hup niet zeuren, motor uit, papieren mee, klik op slot en klaar.
Betsie was al verkocht, zei de meneer van de garage, toen ik de sleutels overhandigde.
Ik moest even slikken.


Tatataraaaaaa, kijk eens, dit is tie dan, de nieuwe Betsie!
Enthousiast riep ik Pop en Toto om hun nieuwe taxi te laten zien.
(Neva interesseert zich niet voor auto's, als het niet echt hoeft gaat ze niet mee)
Pop en Toto stapten regelrecht, zoals ze jaren gewend zijn, naar de zijkant van de auto.
Nee, nee jongens, kijk, jullie moeten achterin stappen.
Hups, Toto sprong in de auto en ging liggen.
Pop moest eerst snuffelen en nog eens snuffelen.
Uiteindelijk sprong ze ook. Weer snuffelen en ruiken.
En vooral kijken. Binnen 3 seconden had ze de nieuwe Betsie afgekeurd en sprong snel er weer uit: dit is niet onze taxi!
Toto had dit gehoord en maakte ook dat hij weg kwam.
Ik riep Pop terug maar ze negeerde me.
Diep beledigd lag ze op haar kussen: je hebt ons belazerd en bedonderd, dat je onze taxi hebt verkocht vergeet ik nooit al word ik honderd!
Meerdere malen heb ik haar streng aangesproken op haar walgelijk decadente gedrag maar zij, zij steekt haar snuit tussen haar voorpoten en dat betekent, verbinding verbroken.
Natuurlijk heb ik haar in de achterbak getild maar ze springt er sneller uit dan dat ik de klep dicht kan doen.

Nu heb ik al 3 maanden een kwestie met Paul omdat hij vindt dat ik alle stoelen eruit moet halen wat ik niet doe, met Pop omdat zij perse op haar eigen kussen wil liggen als we naar het bos of strand gaan wat ik grote onzin vind, met Neva omdat zij in deze nieuwe auto last dreigt te krijgen van claustrofobie wat ik helemaal de bloody limit vind!
Alleen Toto is eergisteren schoorvoetend in de nieuwe taxi gesprongen. Bij thuiskomst heeft Pop hem uitgebreid besnuffeld om erachter te komen waar we geweest waren. Juist, naar het bos en jij lekker niet hooghartig kreng!

Dit hele drama wordt van een afstandje gevolgd door Mohr en Yssel. Zij bemoeien zich er niet mee en zeggen tegen mekaar: met pensioen gaan heeft vele voordelen o.a. dat je niks meer hoeft. Zelfs niet met een nieuwe Betsie op pad!

Mieke


22 april 2011
Heb ik nou alles? M’n tas –vanwege de autopapieren-, sleutels, telefoon, naamkaartjes voor alle adoptieconsulentes, poepzakjes, muilkorf –voor de zekerheid-, portemonnee … oeps bijna het fototoestel vergeten, batterijen ook nog van de oplader halen. Toch ook maar een jas meenemen.
“Kom hondjes, riempjes om, jullie mogen mee.” … “Moos doe verdikkie niet zo vervelend, sta even stil, zo krijg ik je band niet om.” … “Cuqui, kom je nou ook nog? *zucht*” … Even tellen 1, 2, 3, 4, 5, ja compleet.
Manlief pakt de honden over en zet ze in de auto, ik pak de grote tas met alle spullen en draai de voordeur op slot. Zo, we kunnen weg.
Een dorp verder stoppen we alweer. Vergeten te pinnen. Oh, en ook vergeten te eten voordat we vertrokken, dus nog gauw de supermarkt in voor een paar broodjes, een ons beleg en een pak melk.
Ja hoor, nu kunnen we écht. Goedgemutst rijden we de zon tegemoet richting Oss. Na een kilometer of honderd begint het te kriebelen, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Offfffff … helemaal nog niet! Ja hoor, natuurlijk, afslag gemist. Situatie veranderd en ‘Gerda’ (de navi-doos) die weet dat nog niet. Afslag doorrijden dan maar en keren. “Moeten we er hier nu al af?” … “Jij denkt de volgende?” … Oh nee hè, niet wéér. Ook aan de andere kant de situatie aangepast. Grrrrrrrrrrrrrrrrr, stomme ‘Gerda’. Nóg maar eens doorrijden en keren. Die fout maken we heus niet nog een keer. Rechts aanhouden nu. Oef, gelukkig. We kunnen het wel.
“Waarom staan die verkeersregelaars op het kruispunt?” Stoppen? Dit geloof je toch niet. Een ooievaarsrit (vrachtwagens waarin zwakbegaafden mee mogen rijden, een super initiatief, maar nu effe niet!). Vijf minuten gaan voorbij, 10 minuten gaan voorbij, maar de rij met vrachtwagens is nog niet voorbij. Zover het oog kan zien komen er nog nieuwe wagens aan. Nu zijn we het zat. Keren en terug de snelweg op, nóg maar een afslag doorrijden, weer keren en via de andere kant de snelweg weer af. En ohw … ein-de-lijk … De Geffense Plas.
En dan gaat het in sneltreinvaart. Het hek door, de hondjes loslaten, m’n lieve collega’s opzoeken en begroeten, naamkaartjes uitdelen. Manlief is intussen met de tas en andere spullen op het terras geïnstalleerd. Eerst even een bakkie koffie drinken. “Hallo, mag ik me even voorstellen?” hoor ik achter me. En zo staat de eerste al naast je om met je te praten. Er waren veel mensen die ik graag wilde zien en spreken, er waren ook mensen die míj wilden zien. Je mailt veel heen-en-weer, maar vaak heb je geen idee welk gezicht erachter zit. Nu wel! Heerlijk. Zo gezellig al die praatjes. Ik fladderde over het hele terrein, was overal en nergens. En dan alle opvanghonden, die wilde ik ook knuffelen en bekijken. Plus, niet te vergeten, de honden die geadopteerd zijn en die je dan terug ziet. Dat is wel de kers op de taart hoor, want daar doe je het uiteindelijk met z’n allen voor. Tussendoor nog achter het kraampje gezeten en natuurlijk bij de andere kraampjes gekeken. Met al onze eigen honden moesten we nog naar de dierenarts voor hun jaarlijkse entingen en een poging tot nagels knippen. Helaas hierdoor de doggywalk gemist, maar wel alles kunnen horen, evenals de veiling. Voor het steppen met de hond heb ik niet eens tijd gehad, ook niet eens om een nieuwe halsband voor Stroebel uit te zoeken. En bovenal heb ik toch ook nog een beetje het idee dat ik bepaalde mensen niet of te kort gezien heb …. Voor je het weet is iedereen de boel alweer aan het opruimen, gaan onze gasten er vandoor en ben je zelf ook weer onderweg terug naar huis (die rit ging overigens een stuk sneller dan de heenweg).
Eenmaal thuis overdenk je de afgelopen uren en besef je, zo’n dag gaat veel te snel voorbij.
Volgend jaar gelukkig wéér eentje!!!
Nicole


15 april 2011

EHBG?
Een afkorting die misschien niet algemeen bekend is, maar de woorden waarvoor ze staan zijn misschien wel bekend… Eerste Hulp Bij Galgostreken!
En ja, ook ik denk nog steeds dat mijn Galgo de leukste, liefste aller honden is… maar gaandeweg komen er wat barstjes in dat perfecte plaatje. En die barstjes… die komen vooral voort uit onhandigheid, speelsheid, ondeugendheid, of soms gewoon verveling. En vergeet natuurlijk de immer-hongerige-Galgomaag niet, de moeder aller verwoestingen! Mijn keuken lijkt wel een lokale Bermudadriehoek geworden; op onverklaarbare wijze verdwijnen er ingrediënten, bestek en soms zelfs hele gerechten sinds er een langneus in huis rond drentelt!
Toen Paco een paar maanden bij ons was voelde hij zich waarschijnlijk zeker genoeg om even flink te gaan puberen en ook het verzamelen van voorwerpen in onze afwezigheid viel daaronder. De eerste paar keren konden we stiekem nog wel lachen om de verzamelde schoenen en kussentjes bij thuiskomst, maar de keer dat Paco een tasje met elektronicaspullen te pakken had gekregen en deze als een echte versnipperaar in hele kleine onderdelen op zijn kussen had uitgespreid en ons triomfantelijk aankeek met nog een geheugenkaartje tussen zijn tanden… nee, toen was het even niet meer leuk! Nadat we wat EHBG hebben toegepast is dit nu opgelost…een vaste routine als we weggaan en het huis Galgoproof achterlaten (dat wil zeggen: kussentjes, schoenen en andere verleidelijke verzamelobjecten gaan de slaapkamer in, de bank wordt beschermd met een kleedje en de tafel en het aanrecht leeg achterlaten). Vervolgens krijgt meneer een goedgevulde Kong en wordt er ergens in de gang een kauwkluifje verstopt. Sindsdien zijn er geen grote incidenten meer geweest, al ligt er soms nog wel een vergeten pantoffel in zijn mand, die wel behaard en bekwijld is, maar niet kapot. Behalve die ene keer dat het vrouwtje zo dom was om de telefoon op een vergeten zakje mosterd te leggen en dan ook nog later thuis te komen dan gepland… of Paco of Sol heeft het zakje mosterd te pakken gekregen, de ander heeft zich noodgedwongen afgereageerd op de telefoon, die ongetwijfeld ook nog heerlijk rook naar de mosterd. Tja…
Als we thuis zijn, dan gebeuren dat soort dingen absoluut niet, ze zijn dan zo braaf dat ik af en toe denk dat ik een aureooltje boven hun kop zie zweven…totdat ik weer terugkom in de keuken na een kort bezoekje aan de kippen in de tuin en dan Paco met zijn voorpoten op het aanrecht aantref waar hij héél voorzichtig maar vastberaden mijn pan verse soep aan het wegwerken is... Of die keer dat ik boven was en de kat erg zielig hoorde miauwen en dat ik Paco met alle vier zijn poten op het aanrecht aantrof terwijl hij het toch al extra hoog weggezette etensbakje van de kat aan het leegeten was…En stiekem kan je niet meer dan lachen als je ’s ochtends naar buiten kijkt en je ziet Paco als een dolle blij wezen terwijl hij al rondjes rennend een flostouw de hoogte in gooit, vervolgens een kluif en dan je net-nieuwe-laarzen..Ehh..mijn wat??? Aaaaaargggghhhh!! Tegen dit soort dingen is waarschijnlijk geen EHBG opgewassen…
Wat wel erg goed werkt is het “niet-op-de-bank-tenzij…” -principe, een prima EHBG regel die zijn vruchten wel afwerpt. Ook Paco is een echte couchpotato (of op zijn Nederlands… een bankbintje!) en zou het liefst de hele dag op de bank liggen. Omdat we dat liever niet wilden (en nu ook niet kunnen nu grote, brede, lompe Sol erbij is gekomen en onze toch wel grote bank opeens veel te klein is als hij erop ligt), hebben we het zo geregeld dat Paco op de bank mag als zijn dekentje op de bank ligt. En dat werkt super, hij komt zelfs nog niet op de bank als we hem uitnodigen en zijn kleedje ligt er niet op. Ook gaat Paco er gelijk af als wij opstaan, ook al is het om even wat te drinken te halen en wacht dan weer netjes totdat we zeggen dat hij er weer op mag. Echter…als wij weggaan dan lijkt dat hele dekentjes-gedoe opeens vergeten…meneer ligt er dan pontificaal op, dekentje of geen dekentje. En Sol ernaast (brutaal voorbeeld doet volgen). Vandaar dat het dekentje er maar standaard op ligt als we gaan…
Zo ook het bedelen…ook al kost het moeite, vanaf dag één hebben beide mannen geleerd om netjes op hun plaats te blijven liggen tijdens het eten en krijgen ze ook nooit iets van het aanrecht of van tafel. Een regel die is ingevoerd na onze bedelkunstenaar Max, onze vorige Greyhound die je met zijn zielige blik en gepiep soms zo kon hypnotiseren dat je niets anders kon doen dan toegeven….
Ach ja, zo heeft ieder huishouden waarschijnlijk zijn eigen gewoontes en regeltjes en dromen…die steeds moeten worden bijgesteld omdat geen enkele (Galgo)hond hetzelfde is!
En nu ik Paco weer heerlijk zie liggen genieten in de zon, dan zijn al die ondeugendheden zo weer vergeten en ben ik trots op hem dat hij wel altijd keurig gaat zitten bij de deur, zonder problemen omgaat met andere honden en zelfs met onze kippen en kat, dat hij zoveel vertrouwen in ons heeft dat hij zijn genegenheid komt tonen door zijn hoofd op je schoot te leggen en vooral…dat hij gewoon zijn lieve, rustige Galgozelf is, met alle bijbehorende streken van dien. En ook dat is EHBG…Eerste Hulp Bij Galgogeluk!
Lonneke

8 april 2011
Leo

Toen ik me aanmeldde als opvanggezin bij Greyhound Friends, was dat met de specifieke bedoeling het ras de Galgo Espanol te leren kennen. Ik was geboeid geraakt door de liefdevolle en bijna bezeten verhalen van windhondeigenaren. Ik moest en zou zo’n bijzondere hond van dichtbij meemaken.
Mijn ervaring ligt bij de Nederlandse asielhonden en dat zijn Rottweilers, Herders, Jack Russels en tegenwoordig ook erg veel powerdogs. Staffords, Bullen van allerlei soorten en nog meer van dat gespierde spul. Mijn eerste twee buitenlandertjes lieten al zien erg sociaal te zijn met honden. En dat is hun meest aantrekkelijke kenmerk in mijn ogen. Buitenlandertjes zijn over het algemeen hypersociaal met andere honden. Dat Nederlandse honden dat niet altijd zijn, komt volgens mij omdat die veelal in hun eentje opgroeien en aan de lijn de buitenwereld ervaren. Die Spaanse hondjes zien altijd tientallen honden om zich heen en zouden zich niet kunnen handhaven als ze met iedereen ruzie zouden maken. Mijn liefde en vrijwilligerswerk voor de Nederlandse asielhonden stopt nooit, maar ik waardeer de buitenlandertjes inmiddels ook zeer.
Mijn eerste opvanger voor GFNL was geen Galgo, maar een Podenco, een gek zwart-wit koetje, met een heleboel kleine issues en een enorme angst voor dat stomme vuurwerk van de jaarwisseling. Wat een achtbaan waren onze zes weken met Maggi, Maggels, Mags, Magpie. Zij geniet inmiddels al een tijdje van een geweldige eigen baas en haar windhondenvriendin Chanouk. De volgende opvanger waarvoor ik werd gepolst was Plon, een kruising, waar staart en oren van waren afgesneden in Spanje. Uiteindelijk kwam niet Plon hier terecht, maar Leo, een echte, heuse, waarachtige Galgo die op dezelfde vlucht als Plon zat. En Leo is alles wat ik verwacht had van de Galgo. Hypersociaal met honden, lief met katten, licht-angstig voor vreemden en verder supermakkelijk. Hij is graag lui, slaapt nog veel, is dol op zachte kussens, jat voedsel als de raven en is simpelweg prachtig. Wat een mooie, mooie, mooie hond. Er zijn nog geen aanvragen voor hem en dat vind ik onbegrijpelijk, want dit zou in mijn ogen de meest gewilde hond ter wereld moeten zijn. Ik ben zo van hem onder de indruk, zijn buitenaardse en serene uitstraling, zijn zachtaardige karakter.
Vanmiddag was Leo met Dwergpoedel Japie alleen thuis met mijn vriend, die hij zittend wel leuk vindt, maar staand nog een beetje eng. Dan gaat hij er op onze gladde laminaatvloer vandoor als Bambi op ijs. Dit is ook de reden dat we elk vloerkleed dat we in huis hebben op de gladde stukken hebben gelegd en het hier nu een ratjetoe van kleuren is. Ik was bij mijn geliefde Nederlandse asielhonden. Ik ben ondergekwijld, toegeblaft, omgetrokken en met wilde liefde platgelebberd. Heel anders weer….
Overigens dank ik god op mijn blote knietjes dat Plon niet mijn opvanghond is geworden. Ik ben namelijk tijdens het ophalen van Leo enorm gevallen voor die prachtige ruwhaar met zijn mooie ogen. Die was hier nooit meer vertrokken…

Debbie


1 april 2011
Eerste zonnestralen....
Het is vroeg dag deze zondagochtend want vannacht is de klok aan de zomertijd begonnen. En de zon heeft dit blijkbaar begrepen want kijk, achter in de tuin vallen de eerste zonnestraaltjes tussen de bladeren naar beneden. Pop heeft dit meteen ontdekt. Zenuwachtig rent ze van buiten naar binnen, duwt haar koppie tegen mijn hand, gaat een paar passen bij me vandaan en kijkt om. Ik begrijp wat ze me wil duidelijk maken: leg de tuinkussens klaar! Want Pop gaat voor geen goud met de bips op de koude stenen liggen!
Dus doe ik braaf wat van me gevraagd wordt; ik ga zoeken in de schuur waar we dekens en kussens hebben opgeborgen. Even later is alles klaar voor madame en kan ze gaan zonnen. Ze strekt zich uit, rolt op haar rug en maakt knorrende geluiden om langzaam in trance op te stijgen. Toto is de volgende die ontdekt dat deze dag de lente is begonnen. Voorzichtig gaat hij naast Pop liggen zonder haar aan te raken. Pop in trance aanraken is iets wat je niet moet doen, daar wordt ze enorm geïrriteerd van! En wie komen daar aan? Jawel, de twee oudjes, Mohr en Yssel. Ze zien niet alles meer zo best maar voelen daarom des te beter waar ze moeten gaan liggen om te genieten van deze prachtige ochtend. Intussen is de zon een stukje opgeschoven en dat betekent dat Pop inmiddels in de schaduw ligt.
Ze staat op, kijkt in het rond en merkt dat ze nu moet aanschuiven en geen eerste keus meer heeft want alle kussens zijn bezet. Uit ervaring weet ze dat Mohr als vanzelfsprekend op zal schuiven en voorzichtig kruipt ze naast hem. He, he, we liggen weer!
Er is nog iemand, Neva! En zij vraagt zich af waar iedereen is. Ze liggen buiten Neva, kijk maar. Neva staat in de deuropening en bekijkt de situatie in de tuin. Voor haar geen hoera, voor haar twijfel wat ze nu moet doen. Voorzichtig zet ze een paar passen in de tuin en rent snel weer naar binnen. Het kost haar 1 uur van wikken en wegen voordat ze zich door Toto laat overhalen om ook te genieten van het mooie weer. Ze gaat liggen, niet ontspannen maar klaar om weg te rennen, terug naar binnen. En dat doet ze vaak en snel; als het tafelkleed wappert, als de vogels in de heg herrie maken, als er iemand door de steeg loopt enz. enz. Maar in huis voelt ze zich ook niet prettig omdat ze bij haar vrienden wil zijn en niet alleen. En hoe ik haar uit moet leggen dat de tuin veilig is, dat er niemand zomaar binnen kan komen, ik weet het niet. Ze blijft onrustig en laat zich gewoon niet gerust stellen. Neva wil zelf alles checken. Zo was ze, zo is ze, zo zal ze wel altijd blijven. Dat is ook niet erg.
Zondagochtend wordt zondagmiddag. De zon draait en de kussens draaien mee. Van achter in de tuin naar voor in de tuin. Voor Neva is dat alleen maar prettig; bij onraad is ze met 2 flinke sprongen veilig binnen. Druppels rollen uit haar neus. Toch blijft ze nu wat langer liggen. Knijpt zelfs af en toe haar ogen dicht.
Pas als de dag plaats maakt voor de avond, dan geniet ze...... elke dag rond middernacht, als de wereld slaapt begint ‘Neva-uur’ Wat dat betekent? Wel, dan zet Paul de tuinpoort open en begint haar happy-hour. Dan springt, rent, vliegt en dartelt ze door de wijk. Als een hertje. Helemaal zonder angst. Helemaal vrij. De stille duisternis is haar vertrouwd. Moe en voldaan komt ze dan binnen gestormd, hijgend en dorstig en vooral tevreden. Hoe dat kan? Geen idee. Kwestie van vertrouwen geven. Zegt Paul. Het is iets waar niemand tussen komt, iets onbegrijpelijks tussen Paul en Neva. En daarom lig ik meestal voor happy-hour in m’n mandje!

Mieke


25 maart 2011
Cuqui
Toen ons eerste windhondje heel plotseling op 2 juni 2008 overleed bleef onze ouwe Stoffel daarna gebroken achter. Vanaf het moment dat ik zonder Frodo terugkwam van de dierenarts had Stof zich met zijn rug naar de kamer gekeerd (net als in het begin, toen hij net bij ons was). Hij was écht in de rouw. Hij lag letterlijk met zijn voorpoten over zijn ogen te jammeren, hij at niet meer, dronk ternauwernood en kwam alleen van zijn bank af als één van ons hem eraf sleurde omdat ie toch écht een keer moest plassen. We waren terug bij af. Het was wederom een grote hoop ellende.
Dit hebben we twee dagen aangekeken en toen konden we er niet meer tegen. Er moest echt weer een andere hond bij komen. Zelf misten we ook het getrippel van Frodo’s nageltjes op de vloer. Derhalve het internet afgestruind op zoek naar een nieuw hondje waar je een klik mee zou kunnen hebben. Alle sites van diverse stichtingen nagelopen, tientallen leuke koppies gezien, maar -oh twijfel- waar selecteer je op? Liefde op het eerste gezicht? Of ga je voor de juiste karakteromschrijving? Bij GRH had ik een paar hondjes gezien die me wel aanspraken, dus de telefoon gepakt en uitgelegd wat er gebeurd was en dat we eigenlijk wel haast hadden met ‘een hondje erbij’. Geen probleem. De intake werd meteen telefonisch gedaan en ik mocht drie tot vijf namen opnoemen van hondjes die ik zag zitten. Een paar uur later kreeg ik bericht dat we waren goedgekeurd, maar ook meteen dat een aantal hondjes van mijn lijstje al waren besproken. Ik moest dus opnieuw gaan zoeken. ’s Avonds met manlief naar al die fotootjes zitten kijken, maar hoe langer we keken hoe moeilijker het werd. We konden haast geen keuze maken.
De dagen erna kregen we steeds mailtjes met foto’s binnen met elke keer de vraag ‘Wat vinden jullie van deze?’. Ze waren feitelijk allemaal even lief, maar met geen een hadden we die klik. Totdat we een foto en omschrijving kregen van een donkerbruin gestroomd teefje met een hele rare naam, Cuqui (Kuukie). Dat hondje spatte van die foto af. Ze had zo’n lekker eigenwijze blik in haar ogen. Jong (2 ½) en dartel. Dáár zouden we voor gaan…Ik kreeg het emailadres van het pleeggezin en het heen-en-weer mailen begon. Karaktertrekjes en anekdotes en vooral nog meer foto’s, waardoor we steeds verliefder werden. Na een paar dagen wisten we de pleegmoeder te overtuigen dat het menens was (daar wilde ze eerst echt heel zeker van zijn) en maakten we een afspraak om te gaan kijken.
En zo gingen we 12 juni samen met Stoffel naar Apeldoorn. Stoffel deed je geen plezier meer met een lange autorit, maar een goede kennismaking tussen hem en het nieuwe hondje was ook essentieel. En gelukkig…het klikte niet alleen met ons, ook tussen de honden zat het goed. Met het pleeggezin was er eveneens een heel leuk contact. Omdat we van zo ver waren gekomen, vonden zij dat we best ‘hun’ hondje meteen mee naar huis mochten nemen, als we maar vaak zouden laten horen hoe het met haar ging.

Vanaf het eerste moment ging het geweldig goed met Cuqui. Stoffel was binnen 2 dagen weer helemaal opgebloeid door die malle spring-in-‘t-veld. Met het pleeggezin zijn we blijven mailen en we werden zelfs vrienden van elkaar. En die pleegmoeder kennen jullie inmiddels ook allemaal wel…Dat is Inge, hihi.
Nicole

18 maart 2011
Toeval?
Paco heeft een nieuwe kleine grote broer. Hij is groot, zwart en geen galgo. Niet wat we vooraf in gedachten hadden en ook niet waar we naar op zoek waren. Soms lopen dingen anders dan verwacht, maar dat is niet altijd slechter. Zoals in een liedje werd gezegd: “Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt!”
Paco zou als enige hond bij ons komen wonen, één hond die ’t prima vond om alleen te zijn zodat hij alle aandacht van de baasjes kon krijgen en het wel leuk vond om buiten eens kennis te maken met andere honden, maar dit contact niet echt miste.
Tot mijn ouders een hond in huis namen… wat wel een bewuste keuze was, maar eigenlijk nog niet op dat moment. Portugese Scott en Spaanse Paco konden het uitstekend met elkaar vinden, er werd heel wat afgerend tijdens de gezamenlijke strandbezoekjes en Scott en Paco bleken samen veel beter te luisteren (lees: terug te komen naar de roepende, zwaaiende, met brokjes wuivende baasjes…) Dit was toch wel heel leuk en zelfs manlief ging overstag: een tweede hond erbij moest kunnen, mits de nieuwe huisgenoot ook zo lekker rustig en lief was als Paco.
Dus de zoektocht begon! Ik zag mij in gedachten al lopen met een mooie grote statige galgoreu met een smalle kop en mooi hoog op de poten, sierlijk naast me lopend en af en toe een sprintje trekken met Paco. Het zou voor ons ook niet meer dan logisch zijn dat de nieuwe huisgenoot ook een galgo zou zijn en ook ééntje die al in Nederland in een pleeggezin zat zodat we al een heel goed beeld van hem hadden.
Zoals dat gaat als je laat weten dat er toch wel een plekje vrij is voor een tweede hond krijg je van alle kanten adviezen, hints en tips van honden waarvan gedacht wordt dat die goed bij je zouden passen. En wat is het dan moeilijk… uiterlijk en geslacht maakten niet veel uit, innerlijk des te meer. Het karakter van de galgo past perfect bij ons, dus toen tussen alle prachtig, slanke, lieve, rustige en al-in-Nederland-verblijvende langneuzen opeens een mailtje over Sombra opdook keken we wel even gek op. Sombra is geen galgo, is ruigharig, niet gracieus, heeft een enorme stompe snuit met een enorme neus en zat ook nog geeneens in Nederland. Toevallig (hoewel.. is dat wel zo??) had ik hem een tijdje geleden al eens gezien op de Scooby-site bij de moeilijk plaatsbare honden, want groot, zwart en te lief om te jagen of te waken. Bijna alle andere honden die in het artikel werden genoemd waren al geplaatst, maar Sombra bleef wachten op een nieuw baasje.
Hoe toevallig (!!) dat ook was, Sombra zou het niet gaan worden, want hij zat nog in Spanje en in het grote asiel van Scooby kon er moeilijk worden beoordeeld of hij in de auto mee zou kunnen, met katten overweg kon, of hij rustig in huis was. Allemaal dingen die belangrijk waren voor ons en die we (noodgedwongen) als strenge selectiecriteria hadden opgesteld.
Twee dagen later kwam Sombra weer voorbij, dit keer op een filmpje over een andere hond, een galgo, die in Scooby had gezeten en nu al in Nederland was. Goh… toevallig…(!!)
Na een paar dagen heel veel leuke, lieve mogelijke-kanshebber-honden de revue te hebben zien passeren gingen we maar eens even kijken of we al favorieten hadden, honden waarbij je iets voelt van”ja…die zie ik zo bij me komen wonen…” (natuurlijk had ik veeeeeel meer van dergelijke gevallen dan mijn man, maar goed…) Ik wilde nog even naar Sombra kijken om aan te kunnen geven dat ik hem zo leuk vond, hij leek echt een gentle giant en zoiets zou ik graag in een galgo-verpakking zien.
Maar… Sombra was weg! Hij stond niet meer op de Scooby site, alleen nog in het oude artikel op de site, maar niet meer bij de te adopteren honden. Nou ja… zou hij zijn geadopteerd? Toch nog? Maar meestal staan de geadopteerde honden nog even trots te pronken op de site.. Er zou toch niets anders zijn met hem?
Met een beetje een vreemd gevoel sloot ik de site af; even kijken op een andere Nederlandse site waar ook een hond stond die ik leuk vond. Ik klik de link open, kom op de hoofdpagina en… daar staat Sombra! Of een dubbelganger met dezelfde naam, maar dat lijkt me stug. Die enorme poten en lieve ogen herken ik uit duizenden! Verbaasd lees ik dat Sombra sinds enkele dagen in Nederland is en nu ter adoptie is. Wat een toeval (!!); normaal ben ik niet zo impulsief, maar nu moest ik gewoon even bellen om na te vragen hoe dit kan en hoe hij “in het echt” is. Er was nu al een hoop meer over hem bekend; hij is rustig, vrij relaxed, kan met alles en iedereen (inclusief katten!) overweg, gaat graag mee in de auto en kan ook al even alleen thuis zijn. Hij is nu al de favoriet van de medewerkers, deze Don Juan!
Sombra zou ook eigenlijk niet meekomen naar Nederland, maar omdat er in de opvang toevallig nog ruimte was, konden er drie andere honden meekomen buiten de geselecteerde galgo’s, bij voorkeur leuke, lieve honden die in Spanje geen enkele kans op adoptie hadden
Ook dat was eigenlijk niet de bedoeling, hij zou niet ter adoptie op de site komen waar ik hem zag. Sombra zou worden aangenomen bij een project dat honden opleidt tot hulphond, maar nadat hij al door de gedragstest was gekomen werd er toevallig (!!) ontdekt dat hij aan één kant een onderontwikkelde gehoorgang heeft en dus medisch werd afgekeurd. Dit was tot op heden nog niet bekend, terwijl hij al twee keer was gekeurd door de dierenarts. Nadat dit was ontdekt is hij alsnog op de site geplaatst om ter adoptie te worden aangeboden, anders had ik hem nooit meer gezien waarschijnlijk…
De uitkomst van het verhaal is dus dat Sombra nu bij ons woont.. misschien niet meer zo toevallig na alle voortekenen!
En toevallig (!!) gaat het met Sombra perfect, hij is helemaal thuis bij ons, kan met de kippen en kat overweg, ziet in Paco zijn grote broer en is vooral heel erg lief. Een galgogeest in een ander lichaam, zo kan je hem wel noemen (nou, met uitzondering van dat jachtinstinct dan, Sombra loopt gewoon los mee).
En Sombra heeft ook nog een andere naam gekregen… toevallig (!!) precies het tegenovergestelde van de betekenis van zijn oude naam: Sombra betekent schaduw, nu heet hij Sol (zon). Een naam met betekenis voor deze lieverd, van de schaduw in de zon.
Het baasje is er ook blij mee, want Sol is ook een biermerk. En laat het baasje daar nu best van houden… Toevallig hè!
Hier het filmpje:


Lonneke

11 maart 2011
(Geen) hondenmens

Toen ik jong was hadden we teckels. Vanaf dat ik me het kan heugen was Leo onze hond, een eigenwijs, kwispelend, kefferig beestje in een lichtbruin jasje. Ik was altijd diep beledigd als aan hem gerefereerd werd als ‘worst op pootjes’. Ik kon er dan ook wel eens op los slaan. Gelukkig wist ik toen nog niet zo goed hoe dat moest, dus waren mijn woede uitbarstingen zonder fysieke gevolgen.
Ik herinner me nog goed dat we thuiskwamen van een lange vakantie in Italië. Mijn zusje en ik waren heerlijk in ons speelgoed gedoken, blij dat we eindelijk weer in onze vertrouwde omgeving waren. Alleen Leo was er nog niet, die logeerde bij een tante. We waren behoorlijk ontstemd toen onze ouders ons vroegen om even niet met het speelgoed bezig te zijn. Ze hadden wat te vertellen. Poeh, wat was speelgoed opeens onbelangrijk, toen ze vertelden dat Leo ruzie had gemaakt met een grote labrador en dat het niet goed afgelopen was. Pas jaren later hoorde ik de toedracht. Een korst brood. Leo die zijn ego verwarde met zijn fysieke kracht en gegrepen werd. Een paar keer schudden…
Pas een hele tijd later kregen we een nieuw hondje: Cider. Vanwege zijn bruisende natuur. De eerste keer dat ik hem zag, was hij met zijn broertjes en zusjes aan het graven in de tuin. Typerend beeld. Cider was een grote, sterke teckel, zwart getijgerd (met grijze vlekken dus), de schrik van het bos, van de buurt en van het huis. Hij vrat werkelijk alles, zelfs onder je neus vandaan. Eén keer hebben we heel gemeen een bordje met allerlei vreselijk scherpe ingrediënten (sambal, pepers, tabasco e.d.) op de keukentafel gezet, om te zien wat er zou gebeuren, terwijl wij ons verstopten. Meneer keek nog wat achterdochtig rond, maar stond toen binnen een minuut op tafel te schrokken. Tot onze verbijstering was zijn enige reactie dat hij wat hijgde en wat meer water dronk dan normaal. Een uur later stond hij alweer met de kop in een vergeten koekjestrommel.
Cider is heel oud geworden. Zeventien of zo. Hij is begraven onder de lindeboom achter het huis van mijn ouders in het bos. Ik was al een paar jaar uit huis toen hij overleed. Inmiddels had ik toen zelf twee katten, Muddy Socks (vanwege de zwarte vlekken op haar roze voetkussentjes) en Gizmo (vanwege haar treffende gelijkenis met de opper-Gremlin). Toch was ik erbij toen Cider begraven werd. Het was een plechtige ceremonie, een waardig afscheid van een oude, statige man.
Mijn relatie met de katten was zeer gemoedelijk, ontspannen en comfortabel. En het was heel gemakkelijk om tijdens de woeste periodes van mijn studententijd me alleen te hoeven bekommeren om de kattenbak, voldoende voer en af en toe een knuffel. Een hondje was in die tijd absoluut niet handig geweest. Daarom heb ik altijd gedacht dat ik geen hondenmens was. Tuurlijk, ik had heel veel gehouden van Leo en Cider, maar nooit had ik de aandrang gevoeld om zelf een hond te nemen.
Het afgelopen jaar ben ik er stevig achter gekomen dat ik stiekem toch zeker wel een hondenmens ben. Mijn vriendin is een enorme hondenliefhebber met heel veel dierenervaring, onder andere in meerdere dierenasiels, met eigen honden, katten, ratten, fretten, muizen en konijnen en met opvanghondjes voor stichtingen en asiels. En bizar genoeg kende ze Cider, uit haar tijd dat ze in het dierenpension werkte, tien jaar voor we elkaar leerden kennen. Door haar ben ik weer in contact gekomen met mijn innerlijke hondenmens. En natuurlijk door Japie…
Ons eerste opvangertje was blinde Tico, een jack russell met maar één oog en blind bovendien. Ik had wat mopperend ingestemd met het tijdelijk huisvesten van de stakker. Tot mijn verbazing begon ik me al snel te hechten aan het beestje. De maniertjes, de vertrouwdheid, zijn energie… hij kon zelfs apporteren met zijn blinde koppie (http://www.youtube.com/watch?v=Q9n4wtRH63E). Hij kreeg twee hele goede nieuwe baasjes, maar het afscheid viel ondanks dat toch even zwaar.
En toen kwam Japie. Ik stond in m’n eentje op een studentensportbeurs met een Taekwon-Do promotiekraam slap te ouwehoeren met allerlei semi-geïnteresseerden, tot ik een telefoontje kreeg. “Je raadt nooit wat ik nu tegen ben gekomen in het asiel!” Mijn vriendin, op haar reguliere vrijwilligersdag in het asiel, twee dagen nadat Tico met zijn nieuwe baasjes mee was gegaan. “Een mini-poedel. En hij is ook blind!”
Dat was Japie. Ook deze stakker ging mee naar huis. Hij was al gereserveerd, maar hij was intens ongelukkig in de kennel, waar hij overal om zich heen geblaf hoorde en voortdurend met zijn paniekerige koppie tegen de muur liep.
Een week, misschien twee was Japie bij ons, voordat we hem gingen afleveren bij zijn nieuwe baasje. Dat verliep niet helemaal soepel. De kat van de nieuwe baas jaapte onze Jaap direct over zijn kop, het nieuwe baasje stond direct op zijn tenen en gooide hem even later nogal bruusk op de bank… Met pijn in ons hart lieten we het dwergpoedeltje toch maar achter. Terwijl we wegreden zei ik: “Als hij terugkomt, dan houden wij hem.”
Dat wordt me nog steeds voorgehouden. Als Japie niet wil eten, als hij piept en zich aanstelt, als hij chagrijnig op zijn kussen ligt omdat er een ander opvangertje in huis is. “Jij wilde hem houden, het is jouw poedel.” Met een vuile grijns zegt ze dat dan. Hij kwam dus terug. En ja, dat is hij: mijn poedel. Verdomd als het niet waar is: ik ben toch een hondenmens. Wie had dat gedacht.
Ter afsluiting. Ik ben 1.90 meter lang, doe 25 jaar aan Taekwon-Do, draag het liefst zwarte kleren met een capuchon en weeg zo’n 95 kilo, schoon aan de haak. Japie is net te groot om als toypoedel te boek te staan, jankt bij elke mogelijkheid, weegt net vier kilo en ziet geen klap. Een van mijn favoriete bezigheden is met hem lopen, ter hoogte van de AH, mijn capuchon op, Japie aan de lijn (met een tuigje aan, waarop “Bodyguard” en “Security” staat) en dan kijken naar de reacties. Japie en ik hebben daar veel lol om. OK. Ik. Japie is meer bezig met de verkeerde kant op lopen.
Martijn Lindeboom (van Debbie….)
Klik op de foto voor het filmpje


4 maart 2011
De patiënt
Tijdens de wandeling op 2e kerstdag kreeg Pop een snauw van een chagrijnig hondje. Thuisgekomen ontdekten we een wondje op haar borst, een schaafwondje precies tussen haar voorpoten. Een plekje kleiner dan een munt van 20 eurocent. IJverig likte Pop alles schoon. En omdat Pop in alles overdrijft, sloeg dat wassen door naar fanatiek likken waar ze ruimschoots de tijd voor nam. Dus heb ik haar een 2e halsband omgedaan, zodat ze er net niet meer bij kon. De volgende ochtend was het wondje aanzienlijk groter en zag er niet fris uit. Afspraak gemaakt bij de dierenarts en wat we al dachten: het zag er niet goed uit. Door het schoon likken waren bacteriën in de wond gekomen met als gevolg een fikse ontsteking.
En zo kwamen wij een half uur later thuis met een patiënt in het verband en dat verband moest 3 keer daags vernieuwd worden. Ter voorkoming van peuteren had dokter haar een tricot pyjamaatje aangedaan, met colletje en dat was vanwege de kou weer een bijkomend voordeel. De medicijnen nam Pop braaf in; mits verpakt in een stuk worst of kaas. (Geen klein stukje maar een homp om precies te zijn. Zoals ik al zei, Pop overdrijft consequent.) Onontkoombaar kwam het moment van verschoning…..
Eerst het pyjamaatje uit……hoe pakken we dat aan……eerst de voorpootjes uit de mouwtjes duwen….de eerste gil….potverdorie, moet dit 3 keer per dag?
Ja, helaas wel. Kom op Pop, doe niet zo flauw, het doet geen pijn…..goed zo, nu je andere pootje…. keurig….nu nog het colletje over je hoofd…..weer gillen. Eindelijk was dit achter de rug en kon het echte werk beginnen: een schoon verbandje. Het gillen veranderde in krijsen, hartverscheurend krijsen, nog voordat we het verband hadden aangeraakt. Met heel veel bemoedigend toespreken, aaien en prijzen, lukte het om zalf en een schoon verband aan te brengen. Vier weken hebben we dit moeten doen, steeds opnieuw met veel geduld en veel tijd. Waarom ik dit vertel? Om 2 redenen: ik heb altijd gedacht dat het schoon likken van een wond, geen kwaad kan. Intussen weet ik beter. Pop is al 6 jaar bij ons en helemaal vertrouwd. We weten dat ze is gevonden met een fikse hoofdwond. De eerste jaren was ze erg bang o.a. bij het omdoen van een halsband. Nu er weer iets aan de hand was in de buurt van haar hoofd, kwam alle angst weer terug en was sterker dan het vertrouwen wat ze heeft opgebouwd. Wonden in je hart worden op den duur littekens maar ook die littekens gaan opnieuw pijn doen als je plotseling wordt herinnerd aan je wonden uit het verleden.

Mieke


25 februari 2011
Stoffel.
Enige tijd geleden vertelde ik over Frodo, ons eerste windhondje. Nou, Frodo was een klein maar pittig dametje. Naar mensen was ze heel erg lief, alleen naar andere honden (en katten) meestal niet. We wilden -een jaar nadat zij bij ons was komen wonen- graag een tweede hond, maar we durfden dat eigenlijk niet aan, omdat madam altijd zo lelijk deed. Dus wonnen we wat informatie in bij onze adoptieconsulente over hoe we dit aan moesten pakken, want ja … een hond erbij is niet zomaar ‘iets’. Hellen stelde voor om dan met Frodo naar haar huis te komen, zodat ze kon kijken hoe ze op háár honden reageerde. Naar de teven deed ze echt heel vals, maar de reuen mochten na verloop van tijd toch wel bij haar in de buurt komen. We kregen het advies er een rustige reu bij te nemen. Hellen zou voor ons op zoek gaan en enige tijd later kregen we bericht : Of we het zagen zitten om een wat oudere, depressieve reu in huis te nemen, want in Spanje zaten 4 van die oudere heren die hoognodig daar weg moesten. We durfden dat wel aan. Een goeie week later kregen we te horen dat deze honden zeer binnenkort op transport gingen en nog eens een paar dagen later kwamen ze in Roermond aan. Wederom reden manlief en ik met onze dochter én Frodo het hele eind die kant op. Dit maal waren wij de enige bezoekers. Resy en Hellen stonden op ons te wachten en we werden meteen naar de honden gebracht. We lieten Frodo los en keken hoe ze zich gedroeg. Ze straalde voornamelijk vijandigheid uit. Er was er maar eentje die bij haar in de buurt mocht komen en dat was een grote, goorwitte, doorgezakte reu van ruim zes jaar oud met een knak in zijn staart, een joekel van een navelbreuk en een groot litteken over zijn hele borst. Dhuuuuuussss …. Nou, die moest het dan maar worden.
Gatverdamme, wat stonk die hond, zeg. Alle ramen van het busje stonden wagenwijd open en dat terwijl het 9 maart was en niet bepaald warm. Af en toe keek ik achterom en vroeg me ernstig af of we echt wel de juiste keuze hadden gemaakt. Ik vond hem maar lelijk en vies en voelde op dat moment niks voor hem. Een sloom beest, een echte “Stoffel”. Het was een grote, zielige hoop ellende. Maar ja, als een wonder lag Frodo dicht tegen hem aan…
De eerste weken kwam Stoffel niet van de hondenbank af. Hij lag met zijn rug naar de kamer, keek je niet echt aan, als je met hem naar buiten ging liep ie met zijn kop en staart naar beneden. En manlief, die tamelijk groot en breed is, was helemáál verschrikkelijk eng. Ik had echt met die hond te doen. Ik heb nooit geweten dat een hond ook echt depressief kon zijn. We hadden heel veel geduld met hem en na enige tijd veranderde er wat bij hem. Vooral dochter stak er veel energie in om hem dingetjes te leren en beetje bij beetje kwam ie los. Zodra manlief liedjes voor hem zong werd ie vrolijk en ging zelfs zijn staart de lucht in. Op een bepaald moment mocht manlief hem zelfs knuffelen. Elke dag zag je weer wat vooruitgang bij hem. Die lelijke, slome doedel transformeerde langzaam maar zeker in een mooie, ontzettend lieve en vrolijke hond. Frodo was al meteen stapelgek op hem, maar wij waren ook allemaal intens veel van deze enorme schat gaan houden. Hij bleek een trouwe vriend voor het leven, ook al was het nou niet bepaald liefde op het eerste gezicht.
Zo zie je maar …

Stoffel is op 19 maart 2009 ingeslapen. Hij is ongeveer 13 jaar geworden.
Nicole


18 februari 2011
Als de kat in huis is…
In onze “gedwongen hondloze periode” (i.v.m. veel werk) heb ik blijkbaar zo vaak verzucht dat het zo stil is in huis en dat ik graag weer een dier zou willen hebben om tegen te praten en te verzorgen, dat mijn man wonder boven wonder meeging in mijn gemijmer over een nieuwe huisgenoot; een kat misschien wel?
Een beetje spannend was het wel, want wij beiden zijn niet opgegroeid met katten en de dieren die wij tegen zijn gekomen vielen altijd in de categorie “brrr-eng”, met scherpe nagels en dikke staarten die óf altijd onder het bed zaten óf altijd buiten aan het struinen waren. Bovenal zou ons nieuwe “project” dus vooral heel vriendelijk en sociaal naar mensen moeten zijn, naar andere katten hoefde niet perse want we wilden graag een kat die alleen gelukkig zou zijn en niet zat te springen om andere soortgenoten, omdat ze door de drukke en onveilige woonomgeving niet naar buiten zou kunnen.
Toen wij dan ook onze “wensenlijst” bij de asielmedewerkster dropten en vroegen of daar überhaupt wel een dier bij zou passen, werden we meegenomen naar de kattenkamer waar we werden voorgesteld aan wat volgens haar een perfect match zou kunnen zijn: een klein slank en vooral nog verlegen cypers katje met een akelig verleden en wat medische problemen waardoor ze een binnenhuiskatje was, maar wel heel lief. Het was dus liefde op het eerste gezicht, verlegen bleek mevrouw bij ons absoluut niet te zijn en zo kwam Saar bij ons wonen. Ze bleek zich te ontpoppen als een galgo in een kattenlijf: absoluut lief en betrouwbaar, beetje verlegen bij vreemden, gek op eten en op schoot zitten. Ze luistert zelfs goed: één keer roepen en Saar staat voor je neus!
Nadat we de beslissing hadden genomen om te gaan verhuizen naar een landelijkere omgeving en minder te gaan werken kwam al heel snel de wens om toch weer een hond een thuis te geven, maar natuurlijk was Saar nu ook een hele grote factor. Hoe zou zij op honden reageren? Ze had tenslotte wel de oudste rechten als huisdier…
Bij het huisbezoek bleek dat mevrouw opeens wel op haar strepen kon staan als het om honden ging! Wil ze bij bezoek nog wel eens de veilige rugleuning van de bank opzoeken, nu bleef ze wat nieuwsgierig maar ook eigenwijs gewoon staan voor die opgewonden trappelende langneus. Dat zat dus wel goed!
Met Paco ging het vanaf het begin al prima, Paco respecteert Saar en andersom.. tja… Paco wordt geduld bij de gratie van Saar… Bij de net nieuw binnengekomen huisgenoot Sol is het precies hetzelfde; grote, stoere Sol zit gewoon genadeloos onder de plak bij “grande dame” Saar.
Saar is zich goed bewust van haar status, maar heeft hiervoor nooit hoeven krabben of bijten. Haar favoriete plek is bovenop de eetkamertafel, vanaf waar ze met een duivels genoegen de voorbij lopende honden zich een hartverzakking laat schrikken door ze van bovenaf met haar poot (met ingetrokken nagels, dat dan weer wel…) op hun kop te slaan. Zelfvoldaan loopt ze daarna weg om doodgemoedereerd op het kussen van Paco of Sol te gaan liggen rollen, waardoor de heren hier met geen mogelijkheid meer op durven te gaan liggen. Alleen als ik zeg dat het écht wel veilig voor ze is durven ze erbij te komen, maar dan liggen ze op een paar vierkante centimeter mand met hun ogen gericht op meesteres Saar… Toch heeft Paco eens revanche genomen door zijn grote galgolijf dan maar in het ieniemini-mandje van Saar te persen; als blikken vervolgens konden doden…
De zoetste overwinning van Saar was echter een paar weken geleden toen Paco keurig ging zitten bij zijn etensbak en uit gewoonte wachtte totdat ik zou zeggen dat hij mocht gaan eten. Door een telefoontje vergat ik dat echter te zeggen, totdat ik een zacht gejank uit de keuken hoorde en ging kijken… Saar was voor de ogen van Paco (die echt met zeer verontwaardigde ogen-op-schoteltjes het schouwspel zat te bekijken) zijn bak smakelijk aan het leeg peuzelen, af en toe een smalende blik werpend op Paco die nog steeds netjes maar onrustig zat te wachten totdat hij toestemming kreeg om te gaan eten…
Uiteindelijk is ook hier de stand gelijk getrokken hoor, subtiele wraak was Paco’s deel! Saar eet vaak op een hoge plank die alleen bereikbaar is via de vensterbank en aanrecht, omdat anders haar eten verdwijnt in de altijd-hongerige galgomaag. Saar is een wisselende eetster, maar wat waren wij blij toen de laatste weken haar bakje steeds leeg was en ze zelfs maar bleef mauwen om meer! Tot het moment dat we de keuken inkwamen en Paco met alle vier zijn poten bovenop het aanrecht zagen staan, helemaal uitgestrekt zodat hij met zijn tong nog net de brokjes uit Saar’s bakje kon wippen … Tja, geen wonder dat ze honger had….
Ze kunnen dus niet met en niet zonder elkaar, een echte haat-liefdeverhouding zonder dat er ooit bloed is gevloeid, of gegromd of geblazen. Misschien is het meer als broer en zus; er wordt volop gepest, maar als het erop aankomt komen ze echt voor elkaar op. Saar gooit geregeld iets lekkers op de grond zodat Paco ook mee kan genieten van de buit, terwijl Paco ons geregeld komt waarschuwen dat Saar weer eens opgesloten zit in de keukenkast / boekenkast/ slaapkamerkast (ons nieuwsgierig aagje glipt overal naar binnen). In de zomer zijn ze zelfs samen op muizenjacht geweest om daarna moe maar voldaan allebei op de bank in slaap te vallen… Ach, samenleven als kat en hond is in ieder geval nooit saai!
Lonneke

11 februari 2011
En zo is het begonnen…
Ik was 19 en bracht mijn allereerste eigen huiskatten van het dierenasiel naar huis. Minnie en Mickey, broers van 2,5 jaar oud, naar het asiel gebracht vanwege de beruchte allergieklacht. Minnie was een soort Godfather, heer en meester over het volledige huishouden, dierlijk of menselijk. Mickey was de nerveuze schaduw van zijn kalme en zelfverzekerde broer. Er kwamen beestjes bij, tamme ratjes, fretten, konijnen, vogeltjes. Ook twee chronische nieskatten, Bart en Gizmo, die ons een paar jaar later al weer moesten verlaten. Hond Nutak kwam erbij, een prachtige kruising tussen een husky en een mechelaar. En later kwam rottweiler Kane erbij. Een superdruk beestengezin en Minnie maakte zich er niets drukker om dan in de tijd van ons prille gezinnetje van drie (twee katten en ik).
Mickey kreeg vage klachten. Wel een dozijn dierenartsen heeft hij gezien in die jaren en ze kwamen allemaal met een ander vermoeden en andere middeltjes. Nadat al zijn tanden waren getrokken was meneer weer aardig de oude. Zijn tandvlees was gewoon boos op zijn tanden en wilde de relatie absoluut verbreken. Mijn tandeloze mannetje had inmiddels wat nieuwe symptomen verzameld en alweer een dozijn dierenartsen later, kwam er eentje ineens op het briljante plan zijn schildklierwaardes te controleren. En die waren torenhoog. Eenmaal tandeloos, op schildkliermedicijnen en op een speciaal voer kwam Mickey tot rust. Hij werd wat dikker, werd bij vlagen brutaal en was dan per ongeluk en tot zijn eigen stomme verbazing een paar weken lang de baas in huis. Dan domineerde hij zijn luie broer, tot die er genoeg van had en de heerschappij terug vorderde met een knipper van een oog.
De mannen waren inmiddels 15. Mickey bleven we controleren en zijn dosering moest van tijd tot tijd weer wat verhoogd worden. Al tien jaar zat deze helft van het duo onder het medische vergrootglas. Als een havik hield ik hem in de gaten.
En toen piepte Minnie er tussenuit. Mijn prachtige kater, Hollands Welvaren in het kwadraat, oerkracht, glansvacht. Hij ging naar de tandarts voor een loszittende kies. Ze vonden een kwaadaardige tumor. Twee keer liet ik een groeisel verwijderen, maar de derde keer kwam het ergens terug waar we er niet bij konden. Die derde knobbel heeft hem de das omgedaan. Mijn Godfather was niet meer. Ik voelde me wees, ik voelde me verlaten, ik voelde me onveilig, ik voelde me gefopt. Mickey, de eeuwige patient, het scharminkel, de zwakkere van de twee, is hem een jaar later gevolgd. Het was het einde van een tijdperk.
Ik wilde een column schrijven over liefde voor dieren, voor je eerste dieren, maar ook de volgende dieren, ook pleegdieren, ook langs reizende dieren, dieren van anderen en dieren van niemand. Maar nu heb ik geen punt gemaakt en zit ik te brullen achter mijn toetsenbord. Dat is het risico van met hart en ziel houden van je dier, al dit verdriet, telkens weer.
Mijn huis wordt nu bevolkt door drie nieuwe stokoude asielkatten en een blinde dwergpoedel uit het asiel, die langzaam maar zeker mijn hart binnenkruipen. Wat doe ik mezelf aan?

Debbie


4 februari 2011
Niet? Of toch maar wel?
Ja, we misten hem verschrikkelijk, die kleine Lowietje. We probeerden onszelf te troosten door nadrukkelijk alle voordelen op te noemen van een huis zonder kat. Dat lukte niet meteen, we moesten echt diep nadenken. Er wordt niet aan je meubels gekrabt, geen kattenbak meer verschonen, geen haren op je kleding, geen oppas nodig in de vakantie. Oké, wat een zorgeloos leven vanaf heden! Maar...geen van onze katten heeft ooit aan meubels gekrabt, de kattenbak staat in de garage en niemand heeft er last van, oppas regelen is nog nooit een probleem geweest. Opnieuw nadenken! Ik kan nu wel een bosje bloemen kopen en ’n paar plantjes. Want Lowie vond dat bloemen en groen niet in huis horen maar buiten. Hij beet vakkundig de rozen of tulpen net onder het kopje door en ging er dan mee voetballen. Planten ontdeed hij vakkundig in een nacht van alle bladeren en zodoende heb ik geen planten in huis. Kijk, dat is nog eens een voordeel nu hij er niet meer is! Snel naar het tuincentrum en het interieur werd opgefleurd door fris groene plantjes. Na een week kon ik ze in de groene kliko kieperen; er zat geen blad meer aan. Teveel of te weinig water gegeven, dat weet ik niet, maar ook dit punt konden we schrappen van het lijstje voordelen. “Maar Paul, jij kunt nu wel een nieuwe ochtendjas kopen. Die wordt dan niet meer aan gort gekrabd.” Hij had geen behoefte aan een nieuwe ochtendjas.
Nee, het was helemaal niks, drie keer niks zonder spinnende bontjas in huis. Vond ik. Maar Paul dacht dat het een kwestie van wennen was en we moesten er de tijd voor nemen. En dat vond ik nou weer helemaal niet. Ik belde Annemarie, al jaren kattenexpert, met de vraag of ze nog een kat of kitten had die bij 5 honden zou kunnen wonen. We spraken af dat ik bij haar zou komen kijken. Paul voelde de dienstmededeling al aankomen: “We krijgen een katje, leuk he?” Ik had een ijzersterk argument: we kunnen niet zo heel erg lang wachten want dan zijn de honden niet meer gewend aan een kat in huis. Hij hield wijselijk zijn mond, weet uit ervaring dat vrouwenlogica nergens op slaat maar desalniettemin bepaalt wat er gebeurt.
Op weg naar huis belde ik: “Het zijn er twee geworden, eentje is zo zielig!” Zeg nooit nee, want dan krijg je er twee!
Juf Jetje en tante Fanny heten ze. En ze zijn piepklein. Wij hebben een kamer keurig opgeruimd, weggegooid wat weg kon zodat het catproof is. Kijk, dat is het voordeel van een kat in huis. Je doet dingen die je steeds maar uitstelt. Ook dragen we onze oude spijkerbroeken en truien omdat ze ons als krabpaal gebruiken. Komen die oude kleren toch nog van pas; alweer een voordeel!
Onze honden kijken niet naar ze om d.w.z. ze hebben tijdens een spoedvergadering besloten dit doldwaze stel volkomen te negeren. Maar als juf Jetje onder ze door loopt, ruikt en snuffelt heb ik af en toe al een klein kattenneusje tegen een grote hondenneus gezien. Tante Fanny bekijkt het vooralsnog van een afstandje. ’s Avonds zitten ze op schoot en spinnen tevreden. Koffietijd is voor de honden het moment om ook iets lekkers te krijgen. Dan komen ze alle vijf aangerend. Voor Jet en tante Fanny angstaanjagend zou je denken. Nee hoor, als juf Jetje het genoeg vindt zegt ze “Chch-ch-ch”. En wat ons tot op heden niet is gelukt, lukt haar wel; 1 pond kat krijgt 100 kilo hond op de plaats waar zij ze hebben wil! De moraal van dit verhaal.....een huis zonder kat is niks, drie keer niks!
Mieke

 

28 januari 2011
Frodo, onze allereerste windhond.
Ik weet het nog zo goed… In 1999 was er bij ons in Hoek van Holland een kerstmarkt en daar stond een kraampje van Greyhounds in nood. En ín dat kraampje lagen allerlei spulletjes en foldertjes en er zat een heel tengere hond tussenin. Het hondje had duidelijk wat littekens, maar leek niet angstig. Ik werd als een magneet naar het beestje toe getrokken, ik móest het aaien. Wat voelde ze zacht en wat had ze mooie ogen. De mensen achter de kraam waren druk in gesprek met iemand en ik hoorde ze vertellen over de gruwelen die zich in Spanje voordeden. Ondertussen keek ik naar akelige fotoos van opgehangen honden, maar er waren ook fotoos van honden in warme, zachte mandjes en een tevreden glimlach (ja écht!) op hun snoet. Ik kreeg er kippenvel van. Op dát moment deed ik mezelf de belofte dat áls we óóit een hond zouden willen –dat was op dat moment totaal niet aan de orde- dan zou ik deze hond(en) in mijn gedachten houden en me daarin gaan verdiepen.
Dit duurde nog dik twee jaar, maar ik hield mezelf aan die belofte. Toen manlief en kids begonnen over een hond, wilde ik er eerst niks van weten (hoe is het mogelijk hè), maar uiteindelijk was de afspraak: zij wilden een hond, maar ik mocht ‘m uitzoeken. En zo ging ik dus op internet (dat hadden we nog maar pas) zoeken naar alles wat ik over windhonden, en galgoos in het bijzonder, kon vinden. Wat een leuke, lieve honden, wat een mooi karakter en wat een ellende moesten veel van deze dieren doorstaan. Ja, ik wist het zeker,
het zou er zo eentje worden!
De adoptie consulente in onze regio was Hellen, zij deed begin 2002 het intakegesprek en in maart -bijna anderhalve maand later- togen manlief en ik naar Roermond voor een adoptiedag. We zetten onze auto neer op een terrein langs een doorgaande weg. Aan de overkant stond een groot huis met allemaal hoge hekken er omheen, waar een aardig aantal mensen zich al voor verdrong om naar de loslopende honden te kijken. Het leek wel of ze gewoon al ‘hun’ hond stonden uit te zoeken. Binnen werden we onthaald met koffie en vlaai en daarna mochten we met een riempje de hondenruimte in. Wat was dat een deceptie!… Bijna alle mensen wilden zo snel mogelijk het hondje van hun keuze uitzoeken. De één na de ander werd razendsnel aangehaakt. Er werd zelfs gemopperd op elkaar omdat meerdere mensen dezelfde hond wilden hebben. Als een zeepbel spatte onze romantische gedachte dat de hond jóu zou uitzoeken uit elkaar. Een tikkie beteuterd stond ik om me heen te kijken en toen zag ik midden in die ruimte dat kleine zwarte galgootje, met soeperige oogjes en een snotneus, dat net zo beduusd om zich heen stond te kijken. Ik hurkte met een zucht voor haar neer en vroeg haar fluisterend of ze het ook maar raar vond allemaal. Ze keek me even aan met haar oortjes ietsjes omhoog, deed een klein stapje naar voren en legde toen haar koppie op mijn linkerschouder. Uiteindelijk had zij toch bepaald dat ze met ons mee naar huis zou gaan!

Onze lieve, malle, eigenzinnige Frodo … ze heeft helaas niet zo oud mogen worden. Ze overleed vrij plotseling op 2 juni 2008, toen ze bijna acht jaar was.
Wij hebben dik zes jaar voor haar mogen zorgen, maar we hebben voor het dubbele aantal jaren plezier van haar gehad. Zij heeft ervoor gezorgd dat de liefde voor de windhond bij ons heel erg diep geworteld zit.
Nicole
** Tegenwoordig worden de hondjes allemaal zeer zorgvuldig geplaatst na een uitgebreide intake en een huisbezoek.

21 januari 2011
 
HET OPEN(K)LUCHTMUSEUM

Plaats delict: Het Openluchtmuseum te Arnhem
Daders: Paco en Scott
Slachtoffers: Feestvierders… (en tweemaal zeer gekrenkte trots)

U kent ze misschien wel. Misschien heeft u ze wel in uw directe omgeving zitten. Zeer waarschijnlijk bent u er zelf geen, anders bent u nu niet op deze site dit verhaal aan het lezen.
Waar ik het over heb? Over mensen die niets met galgos hebben, of honden in het algemeen. Of zelfs dieren in het algemeen. Het is bijzonder, maar deze mensen bestaan.
Bij onze familie is het zelfs een hele familietak. Mijn ouders en wij zijn “aan die kant van de familie” dan ook de enige huishoudens met een hond. Of een kat. Of kippen.Of zelfs vissen…
Hoewel het jammer is dat we daar geen leuke verhalen kunnen uitwisselen over onze huisdieren, hebben we genoeg andere overeenkomsten om een leuke tijd met elkaar te kunnen hebben.
En dat was nu precies wat er ging gebeuren: een gezellige familiebijeenkomst ter ere van een jubileum van mijn oom. Hij had het lumineuze idee om dit te vieren in het Openluchtmuseum; het was heerlijk weer, er was genoeg te doen en te zien voor de ouderen én de jongeren onder ons, dus succes verzekerd! En “wij hondenmensen” zagen onze kans schoon om te kunnen pronken met onze schatten van honden: Spaanse galgo Paco en zijn vriend en partner in crime Portugese Scott. Wellicht zouden deze kanjers de opvattingen eens geheel doen omdraaien.
Vol goede moed gingen we van start en de honden lieten zich echt van hun beste kant zien. Na een argwanende blik van de overige familieleden werd er het hoogst mogelijke compliment gegeven dat deze honden “best wel oké” waren. Ze gedroegen zich ook keurig, netjes aan de riem lopen, gingen keurig met de aanwezige koters om, kortom… echte ambassadeurs!
Tot het moment dat we gingen lunchen… (o, luguber lot…)
Bij aankomst bleek dat hier geen honden naar binnen mochten, maar na even overlegd te hebben zou er voor ons een "uitnodiging" gemaakt worden (waarschijnlijk bedoelden ze een uitzondering, ha!).
We zouden dan wel eventjes via de achterkant naar binnen moeten, omdat ze net een hond geweigerd hadden die erg druk was…
We bleken in een aparte ruimte in een prachtige gerestaureerde boerderij te zitten, afgescheiden van de rest van het publiek. Dat was een zeer mooie ruimte met antieke glas in lood deuren en volgens de medewerkers de trots van het park.. (hou dat in gedachten en huiver..)
Vervolgens de tafelschikking.. er valt op een dergelijk uitje aan veel dingen te tornen, maar niet aan de tafelschikking! Er zat écht niets anders op dan Paco en Scott met een grote kluif (“wij hondenmensen” zijn ook overal op voorbereid!) vast te leggen aan de andere zijde van de ruimte aan een enorme zware houten tafel waarop niet alleen enkele kado’s stonden uitgestald, maar ook nog extra tafellinnen, stokbrood enzovoort.
Halverwege de speech ter ere van de jubilaris gebeurde het..
Er kwam een verwoestend kabaal uit de hoek van Paco en Scott ... er verschoof iets heel groots en je hoorde dingen vallen en mensen naar adem happen.
Ik sprong op en rende naar de hoek... daar verschoof als uit zichzelf met een noodvaart de enorme houten tafel met een rotvaart naar die antieke glazen deuren.. In een flits zag ik vanaf de andere kant nog een hoopje vacht naar de prachtige afscheiding vliégen. Bij een lopend buffet heb ik toch hele andere gedachten!
In een helder moment kon ik me nog net tussen de tafel en de glazen deur wringen en zo de klap opvangen voordat die de trots van 't restaurant zou verwoesten…

Wat was er nou gebeurd?
De mensen die eerst geweigerd waren met hun te drukke hond waren toch naar binnen geslopen via de achteringang en hadden zich recht voor de glazen deur geposteerd... direct van Paco en Scott! Die laatste ging uiteindelijk toch in op de uitdagingen om te spelen van de andere hond en nam een enorme spurt, de loodzware tafel achter zich aan sleurend, terwijl kado’s, reserve tafellinnen, bestek én 't stokbrood de lucht in gingen.
Paco rende ook mee, maar dan net de andere kant op met de bedoeling om de kluif die Scott had laten vallen in te pikken (tja, het blijft een windhond he.. eten heeft prioriteit!)
Gelukkig remde de tafel daardoor iets af en is de ruit op een haartje na gespaard gebleven.

De volgende familiedinertjes zullen ze ondanks hun verder onberispelijk gedrag niet welkom zijn denk ik. (Het is überhaupt nog de vraag of wij zelf welkom zijn!)
En zo blijven de mensen als “zij” hebben bestaan en zullen ze altijd dit soort argumenten aanhalen waarom zij “niets met honden hebben”…


14 januari 2011

Lowietje:

Donderdagavond eet Lowie zijn bakje niet leeg; hij neemt een paar hapjes en nestelt zich tussen de honden.
Vrijdagochtend wil hij helemaal niets eten. We maken een afspraak bij de dierenarts. Niet eten hoort niet bij Lowie, hij heeft altijd honger! Zijn lijfje lijkt een beetje ingevallen en als Paul hem optilt om in zijn mandje te zetten, schreeuwt hij erbarmelijk. Het gaat door merg en been. De dierenarts heeft geen goed nieuws: Ze vreest dat er inwendig iets goed fout is. Daar komt het kort samengevat op neer. Lowie moet weer zelf gaan eten om een eventuele vervolg behandeling te kunnen starten. Hij krijgt een infuus en met pilletjes, pipetjes en speciaal voer gaat hij weer mee naar huis.
We geven hem eerst het tabletje tegen misselijkheid en na een half uurtje mag hij eten. Lowie weigert te eten. Dus moeten we hem voeren met een pipetje. Hij vindt het vlees een klein beetje lekker en neemt spontaan een paar hapjes. Gaat daarna naar zijn bak , plast en draait een fraaie drol en kruipt vervolgens weer bij de honden.
Zaterdag is er nog niets veranderd d.w.z Lowie wil niet zelf eten, wij voeren hem met een pipetje en gedwee slikt hij alles langzaam door. Het weekend de tijd nemen, heeft de dierenarts gezegd. Maar als hij zondagmiddag nog niet wil eten en eigenlijk alleen maar slaapt..... Dan begin je je zorgen te maken en tegelijkertijd jezelf gerust te stellen; hij krijgt voeding binnen, drinken doet hij wel, hij plast, hoeft niet te braken en een ontsteking of een infectie gaat niet binnen 2 dagen over. Morgen opnieuw een afspraak maken. En misschien is hij morgen zelfs opgeknapt.
Zondagavond 8 uur. Lowietje zit bij mij op schoot en Paul voert hem. Maar alles loopt uit zijn bekje. We kijken elkaar aan. Dit is niet goed . Dit is helemaal foute boel. Lowietje kijkt ons aan met een blik waarin een duidelijke boodschap is te lezen: ik kan niet meer, ik wil niet meer, ik ben te ziek.
Ik zet Lowietje op de grond en wankelend loopt hij naar de honden. Hij kruipt dicht tegen Mohr aan en gaat slapen. We hebben hem laten slapen en niet meer wakker gemaakt voor medicijnen of eten.
Maandagochtend vroeg bellen we de dierenarts. Om kwart voor 11 hebben we een afspraak. Het is nu pas 8 uur. Lowietje ligt in zijn mandje. Als ik zijn naam noem zie ik geen reactie en heel even denk ik...... Dan strompelt hij richting bed en wil erop springen. Dit lukt hem niet. Voorzichtig til ik hem op. Zal ik maar even bij hem gaan liggen? Ik ben vandaag toch vrij. Nog geen seconde later kruipt Pop naast me, Toto en Yssel volgen. Ik hoor Neva en Mohr de trap opkomen. Zij gaan naast het bed liggen. Paul is naar kantoor en komt om half 11 thuis.
Daar liggen we dan met z’n allen. Doodstil. Met zijn magere lijfje nestelt Lowie zich tegen me aan. Ik aai hem voorzichtig en kijk naar hem. Het dringt tot me door dat dit de laatste keer is dat ik hem kan aaien. Want het is duidelijk dat zijn toestand hopeloos is. We blijven stil liggen totdat Paul komt.
Maandagmiddag 2 uur. Lowietje lig begraven in de tuin, naast zijn vriend Kees. Ik ruim zijn medicijnen op, maak het kattenmandje schoon en leeg de kattenbak. Paul komt terug van de wandeling met de honden en gaat naar kantoor. Moe en voldaan kruipen de honden op hun kussen en slapen binnen 10 tellen.
Dit is de eerste keer dat er geen klein kattensnuitje te zien is tussen die berg hondenlijven. Dit is de eerste keer dat het pijnlijk tot me doordringt dat Lowietje er niet meer is, er nooit meer zal zijn, voorgoed weg. Dit is de eerste keer dat ik huil omdat we vandaag een onvergetelijke lieverd zijn verloren.
mieke

7 januari 2011

Een Podenco in huis, of toch niet?

We hebben sinds 2,5 week een opvanghond voor Greyhound Friends in huis, de prachtige zwart-witte Podenco-mix Maggi. We zijn er alleen niet meer zo zeker van dat het wel een hond is…
Maggi wil graag een beetje op het aanrecht koekeloeren. Maar ze mag toch zeker niet met haar poten tegen het aanrecht opstaan, weet ze al. Maggi’s inmiddels fameuze kangoeroe-hop voldoet echter prima om alles in de keuken goed te kunnen zien. Ze staat dan op haar achterpootjes en vouwt haar voorpootjes elegant over elkaar en tegen haar borst. Zo loopt ze haar potentiele hapjes te bekijken. Dit doet ze ook soms als ze je begroet of als ze een koekje krijgt. Want ze vindt het reuze onbeleefd om met haar poten tegen de pleegbaas aan te staan. In haar enthousiasme en groeiende vertrouwen doet ze het per ongeluk wel eens toch. En dan schrikt ze van zichzelf oei, pootje terug.
Laatst liep ik met Maggi en Japie, onze blinde dwergpoedel, naar het park. Halverwege stopte een vrouw om me te vertellen dat het net leek alsof ik met twee paardjes liep. Ze liepen allebei zo mooi, pootjes hoog optrekken. Jaap heeft zich die stijl aangeleerd vanwege zijn blindheid, je weet maar nooit waar je overheen moet stappen. Maggi heeft dat parmantige drafje vanwege haar genen, al die windhondjes lopen zo chique.
Waar Maggi in het begin het meest op leek en helaas met oud en nieuw weer is een struisvogel. Ze vindt flitsen, lichten en harde geluiden erg eng en ze is bang in het donker. Ze kijkt dan verschrikt naar boven (waar wij een volkomen onschuldig wit plafond hebben) en sluipt naar een veilig plekje. Daar vouwt ze zich op tot de grootte van een voetbal (en dezelfde zwart-wit verdeling).
Als laatste steekt ze haar snavel…pardon, bek ergens onder/in/tussen. Het is net alsof ze stout is geweest op school en ze in de hoek moet staan. Het arme ding hebben we met al dat vuurwerk zelfs af en toe moeten uitgraven. Ze ging van struisvogel naar molletje en ze vergat soms dat ze ook nog af en toe zuurstof nodig had. De laatste dagen hebben we haar niet meer vaak een struisvogel zien doen. De voetbal blijft echter, dat slaapt gewoon lekker. En anders past ze ook niet in de mandjes die we voor haar klaargezet hebben, vindt ze! We hebben proberen uit te leggen dat die mandjes voor Japie en de katten zijn en de vele enorme kussens voor haar, maar daar wil ze niet aan.
Gisteravond sloop ze de woonkamer binnen, ze had liggen slapen op haar vaste plek in mijn studeerkamer. Ha, een spelletje, dacht ik. Maar nee, ze was bang, ze sloop naar haar bench en deed de eerste struisvogel in dagen.
Ik ging kijken waar ze van geschrokken zou kunnen zijn. In de studeerkamer zag ik niets, maar wacht… Tik, tik, tik… Ik hoorde wel iets geks. Maar waar kwam het vandaan? In de keuken hoorde ik het ook! Tik, tik, tik. Brr, ik wilde zelf ook wel die struisvogel doen. Dapper zette ik mijn zoektocht door. In de woonkamer: tik, tik, tik. Het was aan de ene kant van de kamer luider dan elders. Daar, bij het balkonraam…tiktiktiktiktiktik!
Ok, onze Maggi is ook geen waterrat, ze vindt die regen duidelijk ook maar niks!

31-12-2010

Oudjaarsduik.
Het jaar 2010 is bijna ten einde. De kerstversierselen worden straks opgeborgen, de boom gaat de deur uit, het vuurwerk morgen van de stoep geveegd en de oude oliebollen aan de vogels gevoerd.
Dus is het nu tijd voor goede voornemens? Nou, daar doe ik dus niet aan. Ik rook niet, drink nauwelijks, maar ik merk wel dat m’n kleren wat strakker zijn gaan zitten de laatste tijd. Ook de hondjes zijn volgens mij wat aangekomen. Die donderstenen stonden tijdens deze feestdagen gewoon elke keer te wachten tot je je even omdraaide, zodat ze gauw de restjes van je bord konden likken of iets van de salontafel konden pikken. En natuurlijk werd er ook wel eens stiekem, doch heel bewust wat onder tafel geschoven of gaf de visite openlijk hun eigen lekkernijen weg (“Ach joh, wat geeft het, dat kunnen ze best hebben”). Daarbij zijn we zelf ook best laks geweest de laatste weken. De lange wandelingen en broodnodige sprintjes zijn er toch wel wat bij ingeschoten. Veel te druk met andere dingen geweest, is het excuus.
Nu willen we die pondjes er weer van af, dus moeten we tóch eigenlijk wat vaker naar het strand en waarom dan niet meteen vandaag beginnen?? De twee dames, twee heren en jezelf goed inpakken en ‘hoppekee’ de auto in. Zodra de honden de zee ruiken beginnen ze al te stuiteren en op de parkeerplaats zijn ze bijna niet meer te houden. “Hoooo jongens, nog heel eventjes wachten tot we écht op het zand zijn…” En wég zijn ze ! Met zijn vieren stuiven ze er in volle galop vandoor. Onderwijl blaffend en in elkaars nekken bijtend van plezier. Grote cirkels om me heen, weer ver van me vandaan, achter de meeuwen aan die krijsend boven het zoute water vliegen. En ja hoor, natuurlijk duikt er eentje met een plons de golven in. Heerlijk, zo’n frisse oudjaarsduik. Hondenjas nat, vacht nat, maar het schijnt niet te deren. Even zo vrolijk komt ie het water uit, schud zijn lijf van kop tot staart en sluit zich net zo makkelijk weer aan bij de rest. Onvermoeibaar blijven ze rondjes rennen. Hun adem maakt dampkringels in de koude lucht en hun tongen hangen bijna tot op hun knieën. Ze genieten. Ik loop krom gebogen met mijn handen diep in m’n zakken tegen de gure noord-westenwind in, maar ergens geniet ik ook…
… Ik zit met een hete kop thee bij de houtkachel en –op het geknal buiten na- het is heeeeel rustig om me heen. Hier geniet ik dus nog het meest van. Vier compleet uitgetelde windekinders. Eentje in de grote hondenstoel, eentje dichtbij me in een andere stoel en twee in elkaar gestrengeld op de hondenbank, waarvandaan ik zacht geronk hoor. Voorzichtig, om ze niet te verstoren, pak ik mijn boek en ik zucht diep als ik weer lekker onderuitgezakt zit. Ik neem nog een slok thee. Zal ik er een chocolaatje bij nemen ….???
Nicole.

MIJN HUISGENOOT
Wat is dit spannend zeg… als eerste een column schrijven voor de nieuwe rubriek HONDerduit! Hoe te beginnen met zoiets?
Ik heb nog nooit zoiets geschreven (überhaupt schrijf ik als hond niet vaak…) Waar moet het over gaan? Iets leuks, iets ontroerend, iets spannends…?
Ik begin maar met een informatief stukje over mezelf en mijn huisgenoot, want even voorstellen is natuurlijk wel zo beleefd!
Ik ben galgo Paco en woon sinds een jaartje in Zeeland, samen met Gerard, kat Saar, enkele kippen en natuurlijk mijn huisgenoot…
Mijn huisgenoot is bijna perfect.. ze is lief, trouw, aanhankelijk en snel tevreden. Ze houdt (natuurlijk!) van luieren, het liefste languit op de bank, of nog beter.. op bed!
In de zomer is ze graag buiten... lekker zonnen en in de winter ligt ze het liefste voor de kachel, als het erg koud is zelfs met een dekentje!
Wandelen vindt ze ook wel leuk, al hoeft het niet al te ver of te vaak. In de stad los lopen is er eigenlijk niet bij, voor je het weet is ze weg en wie weet waar ze als buit mee thuis komt!
In de bossen of aan het strand kan ze wel helemaal los gaan, ze komt dan ook altijd keurig bij me lopen.
Mensen kijken dan vaak om als we samen lopen.. soms vragen ze zelfs hoe ik aan zo’n bijzondere huisgenoot kom!
Ik ben dan ook wel trots! In de auto meegaan vind ze overigens prima, een enkele keer met de fiets weg is ook wel leuk, maar niet te vaak.
Eigenlijk ziet ze er dan wel sportief uit, maar is ze de grootste luilak die er bestaat!
Op bezoek gaan is altijd een feest, ze is gek op aandacht en die wordt haar dan ook graag gegeven. Alleen thuis zijn daarentegen vind ze minder, al vermaakt ze zich meestal wel een poos met wat lekkers, wat luieren op de bank en naar buiten turen. Als het te lang duurt echter dan voelt ze zich wat eenzaam, dan pakt ze wel eens iets van mijn spullen en kijkt er wat triest naar, maar gelukkig maakt ze niets kapot!
En dan eten… eten kan ze als de beste! Er moet eigenlijk geen lekkers rondslingeren, want dan is het zo op! Chocolade, chips… alles wat eigenlijk niet goed voor haar is gaat erin als koek als ik niet uitkijk!
Ach, ik kan nog wel uren doorvertellen over haar, maar weet je.. ik heb gewoon een geweldige huisgenoot waar ik onvoorwaardelijk van hou, met al haar aparte trekjes en al!
Jullie begrijpen toch wel dat als ik het over mijn huisgenoot heb, dat ik mijn bazinnetje bedoel?
Eigenlijk lijken we best wel op elkaar, mijn bazinnetje en ik! Hoe toevallig kan het zijn dat je een bazinnetje vindt met zoveel dezelfde eigenaardigheden als een echte galgo? Ik voel me in ieder geval helemaal thuis bij haar!
Heel veel plezier bij alle columns!
Galgo Paco en zijn huisgenoot bazinnetje Lonneke.